“Dat is niet wat ik u zeg.” “Neen, dat is wat ik u vraag.” De Gucht woest in Terzake

Karel De Gucht (Open Vld) kwam afgezakt naar de studio’s van Terzake, om tekst en uitleg te geven bij zijn communicatie met de top van de Bijzonder Belastingsinspectie (BBI). Daar kruiste hij de degens met journaliste Annelies Beck, die danig doorvroeg. De brief-schrijvende minister van Staat raakte zichtbaar geïrriteerd, het aantal keer “maar mevrouw” volgde in sneltempo, en er werd hevig rond het heet hangijzer gedanst: hoe zat dat met de communicatie tussen hem en Frank Philipsen, de baas van de BBI? Nu al een memorabel stukje televisie. 

wv

Dansend rond de kwestie

“Blijkbaar heb ik er vier (brieven, wov) geschreven, soit”, dekte De Gucht zijn eerste onjuiste uitspraak af. Om vervolgens zijn verdedigingslijn op te bouwen: “Het gaat erover of de BBI mij stukken heeft doorgestuurd. Meneer Phillipsen heeft mij geen stukken doorgestuurd.”

Maar Annelies Beck ging meteen naar de kern: “Er is geen correspondentie geweest tussen u en meneer Philipsen? In geen enkele vorm, geen enkele manier?” 

De Gucht, zichtbaar geïrriteerd: “Dat is niet wat ik u zeg.”

Beck: “Neen, dat is wat ik u vraag.”

De Gucht, dansend rond de kwestie: “Maar goed. Wat ik zeg: meneer Philipsen heeft geen stukken over gemaakt. En daar gaat het over: heeft meneer Phillipsen mij stukken doorgespeeld. En ik zeg u: neen.”

Scripta manent

Even recapituleren. Zondag nog verklaarde Karel De Gucht in de Zevende Dag: “Ik heb drie brieven geschreven, en ik heb het recht mij te verdedigen”. En “Neen”, stelde hij op de vraag of hij ooit antwoord gekregen had op zijn brieven aan de BBI-baas Philipsen.

Die uitspraken van De Gucht werden vlak voor het interview in Terzake nog eens herhaald, met als toetje het fijne citaat van De Gucht zelf afgelopen zondag: “Verba volent, scripta manent”. Gesproken woorden vliegen, geschreven blijven.

Want, De Tijd drukte vandaag een vierde brief van De Gucht af, waarin die aan Philipsen letterlijk schrijft: “Aansluitend op ons telefonisch onderhoud en uw mondelinge toezegging dit stuk, dat essentieel is voor het administratief dossier, aan mij te zullen overmaken, wil ik u vriendelijk doch dringend verzoeken kwestieus document aan mij over te maken.” 

wv

“Blijkbaar is op die laatste brief een antwoord gekomen”

Beck drong tijdens het interview stevig aan. Was er dan gecommuniceerd tussen een minister van staat (in die hoedanigheid tekende De Gucht zijn brieven aan Philipsen) of niet: “Geen telefoons, e-mails, brieven?” 

De Gucht bleef afwimpelen: “Dat zeg ik toch niet hé?”

Beck: “Maar is het antwoord dan “ja”?

De Gucht: “Welnee, ik moet toch niet aan u antwoorden met “ja” of “neen”? U vraagt mij of er communicatie geweest is. Ja, natuurlijk is er communicatie geweest. Dat is nogal evident. Ik heb een aantal brieven geschreven. En blijkbaar is op die laatste brief een antwoord gekomen. En ik zeg u, door meneer Philipsen zijn geen stukken overgemaakt. En dat is wat men tracht te suggereren in de pers.”

Een duidelijk antwoord op wat Philipsen dan wel gezegd heeft over het dossier, via de telefoon, of op andere manier tegen De Gucht, kregen we niet. Dat komt waarschijnlijk volgende week, als de BBI haar intern onderzoek zal bekend maken. Staatsecretaris John Crombez (sp.a) kondigde al aan dat dat volledig openbaar gemaakt wordt. Vooral voor Philipsen ziet dat er nu al bijzonder kwalijk uit. 

“Die meneer heeft mij drie jaar gepest”

Maar De Gucht bleef zich opwinden: “Iedereen mag het dossier lezen, dan zal iedereen merken dat meneer Anthonissen (de belastingsinspecteur die het onderzoek naar De Gucht voerde, wov.) mij drie jaar heeft gepest. Want dat is het juiste woord.”

Dat hij flagrant loog in De Zevende dag, door te zeggen dat hij nooit antwoord had gekregen van Philipsen, daar hield De Gucht zich ver van weg. Maar Beck bleef doorgaan op het feit dat een politicus, een minister van Staat nog wel, zich zomaar richt tot de baas van de BBI, een antwoord krijgt, en zo mogelijks aan beïnvloeding van zijn eigen dossier doet. En daar dus totaal onjuiste uitspraken over doet als een journalist hem daar naar vraagt, afgelopen zondag.

wv

“Enkel een gratis begrafenis”

“Ik ben nu toevallig minister van staat, het enige voordeel is dat hij een gratis begrafenis krijgt. (…) Ik heb het recht mevrouw, van mij te beklagen en met recht en reden over wat meneer Anthonissen tegen mij allemaal heeft proberen uit te halen. En ik heb geen enkel probleem dat ik dat gedaan heb. Geen enkel.”

En toen begon De Gucht zich echt op te winden: “Eerlijk gezegd he, hoop ik dat alle burgers even wakker zijn als ikzelf.” De irritatie, de boosheid nam de overhand, toen Beck nog eens wilde tussenkomen: “Ik laat u ook uitspreken he, dus laat mij ook uitspreken.”

De Cordon Bleu-voorzitter

En de belastinginspecteur in kwestie, allerminst een onbesproken man, kreeg een veeg uit de pan: “Diezelfde meneer Anthonissen schrijft in ’t Scheldt, een ultrarechts blad, over de cordon Bleu-voorzitter, met verwijzingen naar het cordon sanitaire,  over mij. Die behandeling die ik krijg van meneer Anthonissen, die krijg ik omdat ik politicus ben, en dan mag ik mij verdedigen.”

“Maar u tekent met minister van Staat’, stelde Beck.

“Als ik met Karel de Gucht teken, weten de mensen nog altijd wie ik ben hé”, repliceerde De Gucht. “Niet de gebruikelijke gang van zaken? Ik heb het recht om die brieven te schrijven, en ik zou dat morgen terug doen.”

wv

Nooit weg geweest van de orde van de dag

“Dit is iets waar u al jaren in vecht, voor vecht…”, probeerde Beck af te ronden. De Gucht viel meteen in de rede: “En mijn gelijk gehaald heb”. En meteen deelde De Gucht ook nog een tik uit naar staatssecretaris van Fraudebestrijding Crombez, die had gezegd “te betreuren dat de eurocommissaris onwaarheden vertelt.”

De Gucht: “Meneer Crombez zou veel beter veel minder lichtzinnig uitspraken doen”.

Beck: “Voor u nu gewoon over naar de orde van de dag?”

De Gucht: “Ik ben van de orde van de dag nooit weg geweest”.

Bekijk hier heel het interview.

wv
Meer
Lees meer...