door Geert Verheyen gepubliceerd op om • 12 min lezen
De aanloop naar ‘De Dag’ wordt korter en de spanning groeit.
Ook bij Jonas Geirnaert en Julie Mahieu, naast koppel nu ook scenaristenkoppel.
Tien jaar geleden kregen ze het idee dat vandaag is uitgegroeid tot ‘De Dag’,
een reeks waar ze vier jaar zeer intensief aan gewerkt hebben.
Jonas Geirnaert: Wij
bingewatchten al in het pre-Netflix-tijdperk, op dvd. Toen er nog dvd’s
verkocht werden. (lacht) Dat was echt toen al wel zo: beginnen kijken, niet
kunnen stoppen en je aantal uren slaap zien afnemen en toch nog een aflevering
opzetten.
15.000 uur
Jullie hebben lang
aan De Dag gewerkt. Wanneer weet je
dan “En nu is het af!”?
Julie Mahieu: Ik
heb gemerkt dat het eigenlijk nooit af was. De
Dag heeft een ingewikkelde structuur – om in elkaar te puzzelen, niet om te
kijken – dus het is meer dan eens gebeurd dat we een idee kregen voor
bijvoorbeeld aflevering zes dat we dan ook dingen moesten herschrijven in
aflevering twee en drie. En dan kan je weer verder naar aflevering zeven en
voor je ’t weet ben je de eerste vijf weer aan het herschrijven. En dat is zo
blijven duren tot tijdens het draaien. Eigenlijk stopt het niet tot alles
opgenomen is.
In het persboekje
maakt Jonas een inschatting van hoeveel uren jullie aan de reeks gewerkt
hebben. Zo’n 7.500 uur per persoon. Dat is waanzinnig.
Jonas: Het is een
schatting, maar ik denk toch dat ik in de buurt zit. Als het een lineaire reeks
geweest zou zijn hadden we ze misschien wel in de helft van de tijd kunnen
schrijven. Ik heb de oneven afleveringen geschreven – de politionele buitenafleveringen
-, Julie de even scènes, de scènes binnen in de bank. Als ik bijvoorbeeld twee
scènes wilde omwisselen dan had dat ook gevolgen voor Julie haar scenario wat
betreft de continuïteit. Dan was het iets als “Dat personage is daar nog niet
geweest op dat moment en kan dus dat nog niet zeggen tegen die. (lacht) En dan
moesten we dat oplossen en dan was je weer een halve dag verder.
Was het moeilijk om
samen te werken? Want jullie zijn ook een koppel, wonen samen. Dus als iemand
een idee krijgt op een vrije dag, dan is die vrije zondag er wel meteen aan.
Jonas: Dat klopt.
(lacht)
Julie: Gelukkig
zijn we niet zo gehecht aan onze vrije zondag. (lacht) Soms kozen we echt voor
vrije tijd en om eens te gaan genieten, maar dan nog neem je je werk op dat
moment overal mee naartoe, want je kan je hoofd niet afzetten. Vaak is het
gebeurd dat we van plan waren om het los te laten dat we toch weer iets stonden
op te schrijven of stonden te bespreken.
Jonas: Aan die
7.500 uren raak je ook niet door vijf dagen in de week je uren te werken. Dat
is ook eigen aan creatieve beroepen. Je kent het fenomeen vast: als je maandag
een deadline hebt en het is vrijdag, dan moet je doorwerken tot het klaar is en
goed is. Je geeft nooit iets af waar je niet tevreden over bent. Het was heel
tof, maar het was ook wel heel zwaar, bij momenten.
Lies Willaert
Geen ongelimiteerd budget
Het is voor allebei
wel iets totaal anders dan wat jullie tot nu toe hadden gedaan. Jonas, jij
wordt altijd geassocieerd met humor. Julie, jij hebt vooral aan Man Bijt Hond en De Ideale Wereld gewerkt.
Julie: Ja, en
toch heb ik ook het gevoel dat we onze bagage wel hebben kunnen gebruiken. Ik
kom uit de human interest en dat gaat uiteraard heel erg over mensen en
menselijkheid. Wie zijn ze? Waar komen ze vandaan? Wat doen ze en waarom doen
ze wat ze doen? Die vragen kon ik ook stellen bij het uitwerken van mijn
personages, bijvoorbeeld.
Jullie zitten ook al
heel lang bij Woestijnvis. Er is veel over gezegd en geschreven de laatste
jaren, maar Woestijnvis is wel nog een productiehuis dat ruimte durft geven aan
een project als dit.
Jonas: De laatste
jaren wordt er heel veel goeie Vlaamse fictie gemaakt en daar zijn we heel blij
om. Als je kijkt naar programma’s als Beau
Séjour, Tabula Rasa of Clan: dat
zijn allemaal geen producties van Woestijnvis dus er is ruimte voor Vlaamse
fictie bij de productiehuizen. Toen we groen licht kregen bij Woestijnvis
wisten we meteen dat we er de tijd en de ruimte voor zouden krijgen die we
nodig hadden. Als je dan toch start aan een project als De Dag moet het wel ineens goed gebeuren. We hebben het budget
gekregen dat het nodig heeft. We hadden bijvoorbeeld dertien draaidagen per
aflevering, dat is meer dan momenteel de norm is. We hebben ze ook wel nodig
gehad.
Dat gezegd zijnde: het was geen ongelimiteerd budget. Dus we
hebben ook scènes moeten schrappen, we hebben ook moeten herschrijven of scènes
moeten inkorten of vereenvoudigen. Maar we hebben wel de ruimte gekregen om er
iets van te maken dat écht goed is.
FBO/Woestijnvis
Jullie staan ook
genoteerd als ‘showrunner’. In Amerika is dat al een lang gebezigd begrip, in
Vlaanderen is het relatief nieuw.
Julie: De
invulling van die term verschilt wel heel sterk als je ’t in Amerika gaat
bekijken of in Vlaanderen. Voor ons betekende het concreet dat wij aanwezig
waren op de set – ik op de ene, Jonas op de andere – om vooral de inhoud van de
reeks te bewaken. De regisseurs kenden het verhaal, kenden de scenario’s en
waren helemaal mee, maar op set moeten zij het overzicht bewaken over zoveel
dingen dat het voor hen ook handig was dat er iemand aanwezig was waarop ze
konden leunen wat de inhoud betreft. En als zij iets wilden veranderen –
inhoudelijk of visueel – konden ze bij ons toetsen of dat voor het verhaal ook
kon.
Jonas: We wisten
van in het begin dat we niet zelf wilden regisseren. We hebben daar geen
ervaring mee, dat is onze core buisness niet. Aan Gilles en Dries hebben we in
vertrouwen een groot deel uit handen kunnen geven. Er was echt wel ruimte voor
hun visie en hun stempel. Om maar te zeggen: we wilden ook niet in de weg
zitten.
Julie: Het was
wel fijn om heel het project te zien groeien van iets van ons twee, naar iets
van ons en Dries en Gilles naar nog veel meer mensen.
Jonas: Het feit
dat we dat mee begeleid hebben tot aan het einde nu is achteraf gezien een
heel goede beslissing geweest. Malin-Sarah Gozin heeft dat ook gedaan bij Tabula Rasa, je merkt wel dat het een
manier van werken is die meer en meer ingang vindt en die ook zijn vruchten
afwerpt.
Minder ervaring, meer goesting
Ik heb ook al met
Dries Vos en Gilles Coulier, de regisseurs, gepraat. Dries wist heel goed hoe
jullie bij hem terecht gekomen waren – via De
Biker Boys dat hij geregisseerd heeft en dan Bart De Pauw die jullie in
contact heeft gebracht -, Gilles zei “Dat weet ik eigenlijk niet, dat moet je
eens aan Julie en Jonas zelf vragen.” Bij deze.
Jonas: (lacht)
Wel grappig dat hij dat zei.
Julie: We hebben
Gilles zijn kortfilms gezien en we hadden al horen waaien dat daar talent zat.
Dan zijn we met Gilles gaan praten en dat klikte heel goed. Hij had toen Bevergem al gedraaid, maar dat was nog
niet uitgezonden en we hadden daar ook nog niks van gezien. Dus onze keuze is
gebaseerd op de kortfilms en op de gesprekken. En toen we Bevergem dan zagen waren we wel blij, want dat mag dan wel een
humoristische reeks zijn, visueel is die ook heel onderscheidend.
Dries zei ook zelf
dat een reeks als deze een heel nieuw gegeven voor hem is. Jullie hebben hem
vertrouwen geschonken, hoe wisten jullie dat hij de juiste man voor de job was?
Jonas: Dries was
ons aangeraden door verschillende mensen die al met hem samengewerkt hebben. Op
een bepaald moment hebben we ons buikgevoel gevolgd, ook op basis van de drive
die Dries had. Als je kan kiezen tussen iemand die al 20 dramareeksen heeft
geregisseerd en deze er ook wel even zal bijnemen of iemand met minder ervaring
die zich echt wil smijten, dan kiezen we voor diegene met minder ervaring en
meer goesting. Het is de goeie beslissing gebleken.
Lies Willaert
Julie, jij hebt een
Master in de Biomedische Wetenschappen. Je bent toch ook erg van je pad
afgedwaald nadien.
Julie: Ik heb dat
diploma gehaald met veel hard werk, maar het vak heeft me eigenlijk nooit echt
geïnteresseerd. Ik heb dat diploma behaald en vervolgens heb ik het in een kast
gestopt met het plan om er nooit iets mee te gaan doen. (lacht) Ik ben dan beginnen zoeken en ik werd
toegelaten bij Woestijnvis om daar stage te komen doen. Nadien ben ik dan nog
bij een productiehuis gaan werken, Arendsoog, als videoreporter en dan heb ik
veel stukken gemaakt voor Belga. Dat heb ik drie jaar gedaan. Zo heb ik mijn
technische bagage opgedaan en dan pas ben ik teruggegaan naar Woestijnvis om er
dingen te maken voor Man Bijt Hond en
later ook De Ideale Wereld.
Ik blijf hier met lof
gooien, want ook de cast is heel evenwichtig. Het is een mix van bekende namen
die niet té bekend zijn en nieuw talent.
Jonas: Dat is een
lange zoektocht geweest samen met de regisseurs en met Michiel Devlieger. Je
reeks kan staan of vallen met je cast. We zitten niet met één hoofdpersonage en
al de rest die daaromheen draait. Het is echt een ensemble cast: een grote
groep mensen die in de periferie van die gijzeling een rol te vervullen hebben.
Dat totaalplaatje moet kloppen en ik ben ook wel erg fier op het resultaat.
Lies Willaert
Julie: Het is
geen evident proces geweest, want er zijn ook veel acteurs, maar soms was het
ook meteen duidelijk. Toen Sofie Decleir en Johan Van Assche – die Vos en Ivo
spelen, belangrijke rollen – auditie kwamen doen waren wij muisstil. We keken
naar elkaar en we wisten “Dit klopt.” Hetzelfde voor bijvoorbeeld Katelijne
Verbeke en Bob Snijers die een koppel spelen. Dat was heel grappig, daar zijn
we allemaal beginnen lachen.
FBO/Woestijnvis
“Waar is mijn gsm-lader?”
Anders dan in de
meeste reeksen worden de functionele dialogen ook afgewisseld met heel
natuurlijke dialogen, zoals “Hebt ge mijn blauw hemd gezien?” of “Waar is mijn
gsm-lader?” Hele gewone dingen. Dat maakte het geheel wel herkenbaar.
Julie: Het doet
me echt plezier dat je dat aanhaalt. Een mens blijft een mens en een mens is
een groot deel van zijn leven bezig met heel dagdagelijkse banale dingen. Het
gaat over iets heel groot – de gijzeling – maar we hebben ook de normale
kleinmenselijkheid willen tonen.
Jonas: Voor we
fictie gingen maken wilden we de realiteit goed kennen. We zijn dus vooraf
research gaan doen, met onderhandelaars gaan babbelen, met de politiemensen.
Dat is belangrijk. Als we dat niet gedaan hadden zouden we vanuit ons
referentiekader van andere films die we al gezien hadden beginnen schrijven
zijn. Maar dat zijn Hollywooddingen. Die kleine dialoogjes die je nu aanhaalt
hebben we er bewust in gestopt omdat je moet geloven dat heel De Dag, heel de gijzelingssituatie, om
je eigen hoek zou kunnen voorkomen. Iemand die komt vragen “Heb je mijn lader
gezien?” helpt het verhaal niet vooruit, maar helpt wel in die herkenning, in
die naturel.
Ik vermoed dat eerst
het idee gekomen is dat jullie iets wilden maken vanuit verschillende
vertelstandpunten en dat nadien het idee van een gijzeling gekomen is en niet
andersom. En waarom in godsnaam een bankoverval?
Julie: Acht jaar
geleden zijn we echt over het concept beginnen praten en hebben we ook besloten
dat we het samen gingen schrijven. Jonas zei dan dat we een “inciting incident”
nodig hadden, dat is een scenaristenterm voor iets waar het allemaal om draait.
En dat is dan de gijzelingssituatie geworden. De bank is pas later gekomen en
we beseffen dat dat raar klinkt anno 2018, maar de plaats heeft nog wel zijn
functie in het verdere verhaal.
Jonas: Een
gijzeling is per definitie spannend: er staan levens op het spel vanaf het
begin. Er is ook een afloop dus van begin tot einde creëer je een spanning die
je niet meer loslaat. En de bank was een handig vehikel om een binnen-buiten-dynamiek
te krijgen.
Lies Willaert
Twee keer zenuwachtig
De Dag is natuurlijk wel helemaal bovenaan beginnen. Een grote
reeks met een grote cast en een ingewikkelde structuur. Hoe ambitieus zijn
jullie?
Julie: Heel.
(lacht) Ik durf dat wel zeggen, ja. We hebben meteen hoog willen mikken. We
hebben iets willen maken dat iets verder gaat dan de meeste andere dingen die
we al gezien hebben. Dat gezegd zijnde: wij hebben nooit gekozen voor die
stempel “ongeziene televisie”. (lacht)
Jonas: John
Porter was al in superlatieven aan het spreken toen we nog moesten beginnen
draaien. Wij gaan op voorhand niet hoog van de toren blazen. We vertrekken
eerder van “Hier is de reeks en we hopen dat jullie ze goed gaan vinden.”
De Dag zit eerst achter een betaalmuur en wordt pas later dit jaar op
VIER uitgezonden. Je gaat dus twee keer reacties krijgen. Ga je ook twee keer
zenuwachtig zijn?
Jonas: Zeer
zeker. (lacht) Ongetwijfeld zelfs. In eerste instantie zal de reeks niet te
zien zijn voor een supergroot publiek, maar bij Telenet kan je wel de twaalf afleveringen
na elkaar bekijken en daar leent het zich wel toe, denk ik. Maar ik ga evenzeer
zenuwachtig zijn als de reeks start op VIER, ja.
Julie: Daar kan
ik me alleen nog maar bij aansluiten.
Vanaf maandag 26 maart staat het volledige seizoen van De Dag in Play More in de TV-theek. Pas later op het jaar wordt de serie door VIER uitgezonden.