In het kort
- Nederlandse mediaorganisaties eisen een gesprek met de toezichthouders over de boetes voor de berichtgeving over Ozempic.
- Hoge financiële sancties dreigen te leiden tot zelfcensuur in de hele sector.
- Het IGJ beweert dat de journalistieke berichtgeving in strijd was met de Geneesmiddelenwet omdat het als reclame fungeerde.
Mediaorganisaties vragen gesprek met toezichthouder
De Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) vraagt, samen met het Persvrijheidsfonds, de werkgeversorganisatie NDP en een vereniging van hoofdredacteuren, om een gesprek met de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugdzorg (IGJ). Dit verzoek volgt op boetes die de toezichthouder aan verschillende kranten heeft opgelegd vanwege hun berichtgeving over het medicijn Ozempic.
Zorgen over mediacensuur
Volgens Thomas Bruning, secretaris van de NVJ, heerst er in de hele mediawereld grote ongerustheid over deze sancties. Hij waarschuwt dat zulke maatregelen een „afschrikkend effect“ kunnen hebben en verslaggevers kunnen intimideren die het publiek op de hoogte willen houden. Bruning stelt dat deze hoge boetes ertoe kunnen leiden dat journalisten niet meer over geneesmiddelen schrijven, wat in feite neerkomt op een vorm van zelfcensuur.
Overtredingen van de Geneesmiddelenwet
Uit berichten in het Financieele Dagblad blijkt dat media zoals De Telegraaf, het AD, de Volkskrant en het NRC flinke boetes hebben gekregen. De IGJ beweert dat deze publicaties de Geneesmiddelenwet hebben overtreden door in hun berichtgeving in feite openbare reclame voor het medicijn te maken.
