Sp.a moet afzien van regeringsdeelname

Sp.a moet afzien van regeringsdeelname

Verdomme, ik mis Johan Anthierens. Ik mis Johan, die vriend en vijand met zijn pen fileerde. Kon hij maar even – voor één opiniestuk – terugkeren onder de levenden… Wat zou hij vandaag schrijven over de sp.a?

Wat zou Anthierens vandaag schrijven over de partij. Zou zijn rood hart bloeden om de grote onverschilligheid? De eens zo machtige BSP overwon ooit haar Belgicistische metaalmoeheid, met de frisse wind die Van Miert deed waaien. Reagan wilde toen net atoomkoppen op ons grondgebied stationeren. Het was een unieke kans om progressief Vlaanderen achter één spandoek te doen opstappen.

Vader Tobback was werd nog een Jonge Turk genoemd, en Willy Claes was al een oude rot in het minister-vak. Maar Van Miert was de strateeg die de weg vooruit aanwees. Het leek te werken. Maar de partij kon niet zomaar haar oude gewaden afleggen, en dat zou haar al snel zuur opbreken. In illustere tijden van duistere partijfinanciering hadden een paar miljoentjes, Belgische franken wel te verstaan, de armlastige partijkas gespekt. De hele socialistische partij zat onder de smurrie toen de plofkoffer van die kraak openbarstte.

Sympathieke Teletubbies

Niet getreurd, al snel volgden de sympathieke Teletubbies. Stevaert, Janssens, Vandenbroucke en Vande Lanotte. Nieuwe gezichten voor een progressieve partij, iets waar Baby-boom en verkavelings-Vlaanderen nog steeds voor open stond. Maar Frank Vandenbroucke was auto-destructief. Zij het waardiger dan zijn wielrenner-naamgenoot, gestorven in Dakar met de geur van een stelende hoer om zijn stuiptrekkende leden. Patrick Janssens kreeg het schoon verdiep. Hij tackelde foutief Bom(ma) Detiège op een flutschandaal rond een flesje parfum gekocht met een stads-visakaart. 

Hij kreeg nadien van De Wever een broek van hetzelfde laken. Al lang geen werkmansbroek meer. Die hadden de Sossen afgelegd en geruild voor de academische toga, het maatpak van de marketeer, de open kraag van de cafébaas, het T-shirt van de babe. Patje huilde uit op de schouder van zijn buddy Gene Bervoets. Hij was zo glad geworden dat zijn politieke persona door zijn eigen eigen vinger glipte.

En ook Stevaert struikelde over zijn eigen voeten. Bespaar ons de details en de nooit opgedoken videoclip van zijn ongecontroleerde slip.  Bleef dus over Johan Vande Lanotte. Een weinig wervende kop, die nooit heeft verraden waar zijn hart nu echt ligt, in de sociale verheffing van het volk, bij de ritselaars van de Noordzee-industrie, of op zijn preekstoel als professor Staatsrecht.

De Amerikanen hebben een simpele test om een politieker te wegen: zou je graag met hem een pint gaan drinken? Wel met Steve, Patje en Frank lijkt het leuk stappen. Maar met Johan? De enige keer dat ik met hem kon lachen was ‘om’ hem. Geert Hoste nam hem op de korrel: als ze Vande Lanotte’s schedel binnen een paar duizend jaar terugvinden, denken ze dat ze eindelijk de missing link gevonden hebben. Dàt was lachen. Maar verder… Misschien is het wel een toffe peer, maar dan laat hij er in ieder geval weinig van merken. Als ik dan toch met een professor moet gaan stappen, geeft me dan toch maar liever Koen Geens.

Ruzie en verwijten

Na het debacle van de tubbies kwam Caroline Gennez op de proppen. Het was een onbestemde periode. Na het Agusta-schandaal en gerommel met milieuboxen hadden de politici zichzelf maar meteen geld uit de staatsruif toegekend, kwestie van niet meer met de bedelhoed te moeten rond gaan bij de industriëlen.  De kleine partijen hadden te weinig geld voor een volwaardige campagne, en de grote partijen hadden een kartel nodig als doping. Met een paar extra-percentjes van spirit kon de s.pa misschien de grootste worden, wie weet wat een Bert Anciaux-effect kon teweegbrengen bij de vrouwelijke helft van de kiezers…

Maar het eindigde in ruzie en verwijten. Het is moeilijk varen met een schip met twee kapiteins en twee reisdoelen. Ook de voortdurende in- en uitstap van nieuwlichters verhoogde de algemene verwarring. BV’s met gegarandeerde naambekendheid en verhoopt stemmenpotentieel hadden maar weinig partij-affiniteit met de s.pa. Ze verdedigden ongedisciplineerd een eigen agenda, die nauwelijks iets met een strategische lijn van de partij te maken had. Het enige electoraal argument dat overbleef werd geleidelijk een matte smeekbede: je moet wel voor ons stemmen, want wij zijn de socialistische partij. De kiezers hoorden een oude 78-toerenplaat, ze kenden het deuntje, de plaat haperde af en toe, en bovendien klonk het soms erg vals.

Niks profiel

De eens zo machtige BSP van Kop Van Eynde werd een zwakke middenmoter, blij met 15% van de stemmen. Onder de vleugels van de etatistische PS mocht de s.pa mee aan de regeringstafel aanschuiven. Die luxe had ze vooral aan het Vlaams Belang en het Cordon Sanitaire te danken. Wanneer de rechtse stemmen niet mogen meetellen bij de coalitievorming, schuift het salonfähig midden uiteraard naar links. De s.pa kon dus boven haar gewichtsklasse meeboksen in de politieke arena. Maar daarmee werd telkens de noodzaak om een nieuw project op poten te zetten vooruit geschoven.

Het resultaat is gekend. Niks profiel. Het experiment om in navolging van het Nederlandse D66 in Vlaanderen een links progressieve partij uit de grond te stampen was een vage herinnering een lang vervlogen droom. De partij ademde voorspelbaarheid en was de zeurpiet bij uitstek in elk debat. De verwende Vlaming keek ongeïnteresseerd toe en stemde in zijn humeurigheid liever op een partij die ergens tégen was.  

Geen hartstocht

Partijvoorzitter worden was zeker geen cadeau voor Bruno Tobback. Maar waar Van Miert en Stevaert de potentiële kiezer het gevoel gaven dat er iets nieuw gebeurde, en dat de partij eindelijk op het punt stond met haar tijd mee te gaan, net daar faalde Tobback. Hij gaf de partij geen nieuw profiel. Er was geen ‘unique selling proposition’, geen doorslaande reden om voor zijn partij te kiezen. Geen hartstocht.

En daarom scoorde de sp.a in 2014 op haar sociologisch minimum: 14%. 14% dat wil zeggen: deze partij verschaft nog veel mensen eten en drinken, dat wil zeggen dat er nog een paar generatie-socialisten overblijven, dat de bezoekers van het Volkshuis nog niet allemaal zijn uitgestorven. Maar het is niets meer dan dat.

En het ziet er niet naar uit dat beterschap op komst is. Nu het Vlaams Belang weg is, is het ‘politiek correcte’ spectrum breder, en ligt het midden daarvan meer naar rechts. Als straks de N-VA van rechts, en Groen van links oppositie voeren, is de s.pa vijf jaar kop van jut. En dan heeft ze in 2019 (hoe moeilijk het ook lijkt nog af te kalven) toch alweer wat minder kiezers over. 

Daarom moet de sp.a nu verzaken aan de rol van vijfde wiel aan de wagen in een tripartite waarin ze onvoldoende op het beleid kan wegen. Deze partij moet eindelijk eens uitmaken waar ze wil voor staan. Wie ze wil vertegenwoordigen. Welk Vlaanderen ze voor ons wil helpen bouwen. Nu mee regeren in een coalitie van verliezers kan erg aanlokkelijk zijn, maar het is een trage gifpil voor een partij die eindelijk aan een peppil toe is.

Gesponsorde artikelen