Bij je mama kan je ALTIJD terecht. Ze is je allergrootste fan en je rots in de branding. Maar tijdens je puberjaren … was het af en toe toch een tikkeltje anders. Hoeveel van deze 19 zinnen heeft je mama tegen jou gezegd?
1. Als je vrienden van een brug zouden springen, dan spring jij er meteen achteraan?

2. Vroeger, toen ik zo oud was als jij, had ik dat NOOIT gemogen

3. Vraag dat maar aan je vader

4. Zolang je onder mijn dak woont, doe je wat IK zeg

5. Zeg, het is hier geen hotel

6. Ga je uitgaan in … dat? Trek maar snel iets anders aan

7. Als je je gedraagt als een kind, dan ga ik je ook zo behandelen

8. Stop met jezelf te vergelijken met je klasgenoten

9. Het lijkt alsof ik tegen een muur praat

10. Wacht maar tot je zelf kinderen hebt, dan zal je het wel begrijpen

11. Je zit al de hele dag achter de computer. Ga eens naar buiten!

12. In mijnen tijd bestond dat allemaal niet

13. In Afrika sterven er kinderen van de honger. Eet je bord leeg!

14. Om twaalf uur kom je naar huis en geen minuut later

15. Vergeet je kamer niet op te ruimen want de kuisvrouw komt straks

Maar hoewel je het haar af en toe lastig maakte, bleef je mama je doodgraag zien. En dat bewees ze door dit te zeggen:
16. Jij bent wel een (achternaam). Jij kan dat!

17. Jij blijft toch voor altijd mijn kleine meid

18. Ik ben zó ongelofelijk trots op je

19. Jij bent het beste dat me ooit kon overkomen
