EU zet volgende stap naar invoering van digitale euro


In het kort

  • De EU werkt aan een digitale euro om de afhankelijkheid van Amerikaanse betalingsgiganten te verminderen.
  • Als de wetgeving wordt goedgekeurd, zou de digitale euro in 2029 voor het grote publiek beschikbaar kunnen zijn.
  • Banken zijn bang voor hoge implementatiekosten en het verlies van traditionele deposito’s.

De Europese Unie zet haar plannen voor de invoering van een digitale euro voort, een stap die bedoeld is om de afhankelijkheid van de regio van Amerikaanse financiële diensten zoals Google Pay, Apple Pay, Mastercard en Visa te verminderen.

Door een eigen virtuele munteenheid in te voeren, hoopt de EU lokale betaalalternatieven te stimuleren. Op 23 juni staat een cruciale stemming door leden van het Europees Parlement op de agenda, wat een belangrijke mijlpaal is in de realisatie van dit project.

Tijdlijn en wetgevingsproces

Het concept werd oorspronkelijk in 2020 geïntroduceerd door de Europese Centrale Bank (ECB), waarna de Europese Commissie een wetgevingskader voorstelde. Om de munteenheid officieel te kunnen lanceren, is goedkeuring nodig van zowel het Europees Parlement als de EU-lidstaten. Als het wettelijke kader tegen het einde van dit jaar rond is, verwacht de ECB dat de munteenheid in 2029 voor het publiek beschikbaar komt, met een voorlopige testfase die mogelijk al in 2027 van start gaat.

Qua functionaliteit zou de digitale euro dezelfde waarde hebben als contant geld. Burgers zouden via overheidsinstanties of banken geld kunnen overmaken naar een speciale digitale portemonnee, waardoor transacties online, in winkels of via peer-to-peer-overboekingen met mobiele apparaten of kaarten mogelijk worden. Om de veiligheid van gebruikers te waarborgen, heeft de ECB robuuste privacymaatregelen beloofd en een offline-functie die het gebruik van fysieke bankbiljetten nabootst.

Digitale euro moet Europese autonomie versterken

Vanuit strategisch oogpunt zien EU-functionarissen de betalingsinfrastructuur als een kwestie van geopolitieke invloed. Uit de huidige gegevens blijkt dat niet-Europese bedrijven, met name Visa en Mastercard, bijna tweederde van alle kaarttransacties binnen de eurozone afhandelen.

Bovendien ontbreekt het bij de meeste van de 21 eurolanden aan een eigen betalingssysteem voor dagelijks gebruik. Voorstanders geloven dat deze digitale verschuiving de financiële onafhankelijkheid van de EU zal vergroten en het publiek meer keuzemogelijkheden biedt.

Zorgen binnen de banksector

De banksector heeft daarentegen flinke weerstand getoond. De Europese Bankenfederatie waarschuwt dat het aanpassen van de infrastructuur voor de nieuwe munteenheid zo’n 18 miljard euro zou kunnen kosten, hoewel de ECB zegt dat de werkelijke kosten eerder tussen de 4 miljard en 5,8 miljard euro zouden liggen. Er bestaat ook de vrees dat spaarders hun geld naar digitale portemonnees zouden kunnen verplaatsen, waardoor traditionele bankrekeningen leeglopen. De ECB heeft deze zorgen van de hand gewezen en zegt dat het systeem zo is ontworpen dat massale uitstroom wordt voorkomen. Daarnaast zijn sommige financiële instellingen bezorgd dat de digitale euro Wero, het Europese betalingsplatform dat nu in ontwikkeling is, zou kunnen ondermijnen.

Schrijf je hieronder in voor onze GRATIS nieuwsbrief

Voeg newsmonekey.be toe als preferred source op Google
Meer
Lees meer...