In het kort
- Britse onderzoekers kweken miniatuurversies van menselijke organen om de nauwkeurigheid van medicijntests te verbeteren.
- Gepersonaliseerde organoïden zorgen ervoor dat je minder afhankelijk bent van onbetrouwbare diermodellen.
- Weefsel van patiënten versnelt de ontdekking van effectieve medische behandelingen.
Om de nauwkeurigheid van farmaceutische tests te verbeteren en de afhankelijkheid van proefdieren te verminderen, maken onderzoekers in het Verenigd Koninkrijk verkleinde versies van menselijke organen. Door deze miniatuurmodellen – waaronder modellen van de darmen en de hersenen – te kweken uit echt menselijk weefsel, willen wetenschappers betrouwbaardere gegevens verkrijgen. Dat meldt Nu.nl
Gepersonaliseerde geneeskunde in Cambridge
Aan de Universiteit van Cambridge gebruiken experts weefselmonsters van patiënten om te analyseren hoe ziekten zich bij verschillende mensen op unieke manieren manifesteren. Dankzij deze gepersonaliseerde aanpak kunnen medische professionals de meest effectieve behandeling voor een specifieke patiënt bepalen.
Volgens klinisch professor Matthias Zilbauer zullen deze modellen, hoewel ze vanwege bepaalde complexiteiten de noodzaak van dierproeven misschien niet meteen helemaal overbodig maken, het landschap van de geneesmiddelenontwikkeling wel aanzienlijk veranderen en het aantal gebruikte dieren verminderen.
Functie en het nut van organoïden
Het gebruik van deze minuscule organoïden, waarvan sommige kleiner zijn dan een millimeter, is niet helemaal nieuw, maar hun toepassing breidt zich steeds verder uit. Deze structuren kunnen de essentiële functies van volwaardige organen nabootsen, waardoor je kunt zien hoe ze reageren op medicatie of hoe ze zich gedragen tijdens een ziekte.
Door medicijnen te testen op weefsel van patiënten, kunnen onderzoekers snel vaststellen of iets wel of niet werkt, wat een flinke besparing oplevert, zowel qua geld als qua tijd.
Tekortkomingen van dierproeven aanpakken
Deze verschuiving is vooral dringend omdat de overgrote meerderheid van de medicijnen die bij dieren succesvol blijken, uiteindelijk falen tijdens klinische proeven bij mensen. Zilbauer merkt op dat, omdat dieren vaak geen mens-specifieke ziekten hebben of deze anders ervaren, een muis niet de nodige inzichten kan bieden in de effectiviteit van een behandeling bij mensen.
Daarom steunen regelgevende instanties in Europa en de Verenigde Staten steeds vaker alternatieve testmethoden.
Wereldwijde samenwerking en toekomstig onderzoek
Met een subsidie van meer dan 23 miljoen euro van de Medical Research Council leidt een gespecialiseerd centrum in Cambridge deze wereldwijde samenwerking.
Het eerste onderzoek richt zich op het maken van mini-darmen om aandoeningen zoals de ziekte van Crohn te bestuderen. Tegelijkertijd ontwikkelen andere onderzoeksgroepen miniatuurtumoren om oncologische behandelingen te optimaliseren en kleinschalige hersenmodellen om meer inzicht te krijgen in neurologische aandoeningen.
