Barack Obama en Oprah Winfrey zijn fan, wij ook: Colson Whitehead kwam zijn nieuwe boek ‘De jongens van Nickel’ voorstellen en het is weer fenomenaal

Colson Whitehead

Er wordt ons niet alle dagen de vraag gesteld of we een Pullitzer Prize-winnaar willen interviewen en dus zeiden we volmondig “ja” tegen Colson Whitehead. Whitehead is niet van de minste. Hij mag onder andere Oprah Winfrey én Barack Obama tot zijn fans rekenen: het waren zij die The Underground Railroad (vertaald als De Ondergrondse Spoorweg) aanraadden. Ondertussen is ook zijn nieuwe boek De Jongens Van Nickel uit en ook daarover kan je alleen maar zeggen “Man, die vent kan schrijven!”

Atlas Contact

De Jongens van Nickel is gebaseerd op waargebeurde feiten en vertelt het verhaal van Elwood Curtis, een slimme, hard werkende en beloftevolle jongeman die opgroeit in het Amerika van de rassenscheiding. Door een wel zeer ongelukkig toeval komt hij op de Nickel Academy terecht, een tuchtschool, een school waar voornamelijk de zwarte jongens aan het sadisme van hun witte opzichters worden overgeleverd. Na 268 pagina’s weet je één ding heel zeker: dit boek zal me bijblijven.

Colson Whitehead: Dankjewel. Normaal gezien wissel ik een zwaar en een lichter boek graag met elkaar af, maar toen ik hoorde over deze school wist ik dat er een boek in zat en dat ik het moest schrijven. Het was al 2014 toen een begraafplaats werd ontdekt door archeologische opgravingen. Ik heb mijn Nickel Academy gebaseerd op de Dozier-school in Florida, een gelijkaardig instituut dat operatief geweest is van 1899 tot 2011. Dat is 110 jaar. In Noord-Florida was de school al wel in het nieuws geweest, van tijd tot tijd, maar nationaal nieuws werd het pas bij de ontdekking van die begraafplaats. Eén dag en toen was het weer voorbij. Ik wist meteen: hier moet ik iets mee doen.

Het is ook echt zoals ik schrijf: de meeste overlevenden die werden geïnterviewd kwamen van de blanke zijde van de school. Ik wilde de zwarte kant wel proberen te vertellen.

Door de grote prijzen die je gewonnen hebt met je vorige boek en de aanbevelingen van Oprah en Barack Obama ben je allicht op de radar gekomen van nog wat meer mensen dan bij het vorige boek. Heeft het je zenuwen bezorgd tijdens het schrijven van dit boek, wetende dat je publiek uitgebreid is?

Whitehead: ’t Is mijn achtste boek, als ik non-fictie meetel. Sommige boeken zijn heel erg aangeslagen Andere wat minder. Zo gaat het nu eenmaal. Het succes dat me ten dele is gevallen voor het Underground-boek daar heb ik altijd van gedacht dat je dat maar één keer in een mensenleven meemaakt.

Het is dus niet zo dat ik teleurgesteld ga zijn als De Jongens van Nickel het succes van het vorige boek niet zou overtreffen. Ik ben tevreden met het werk dat ik geleverd heb, de rest hangt van heel veel factoren af die ik niet onder controle heb. Uiteindelijk begin je elke keer weer van een witte pagina, ook na het overweldigende succes van een boek. Maar ik ben een schrijver en een schrijver werkt aan een oeuvre. Als ik naar mijn oeuvre tot nu toe kijk, dan kan ik alleen maar tevreden zijn.

Spider-Man

Ik las onlangs een tweet van jou waarin je schreef dat je schrijver bent geworden door Stephen King en Stan Lee.

Whitehead: Ja, ik wilde heel graag Spider-Man schrijven toen ik jong was! In bepaalde opzichten leid ik een droomleven nu, dat besef ik heel goed. Beginnen als schrijver is nooit evident. In het begin waren er periodes waarin ik moest schrijven in stukken omdat ik tussendoor ook nog les moest gaan geven om financieel te kunnen overleven. Ik heb ook nog als freelance journalist gewerkt.

Colson Whitehead. Foto door Michael Lionstar.

Nu ben ik ouder en heb ik kinderen, verantwoordelijkheden, maar ik ben nog altijd blij dat dit mijn job is. Dat ik mag schrijven en dat er mensen zijn die het willen lezen. Als kind las ik de graphic novels van Stan Lee en de horrorboeken van Stephen King en ik kon er alleen maar van dromen dat ik ooit ook zo’n leven zou kunnen leiden. Je moet weten, ik schreef al sinds ik aan de universiteit zat. Kortverhalen. Maar die werden altijd afgewezen in de cursussen creatief schrijven die ik ging volgen. Dat het nu toch gelukt is, dat is wel iets waar ik trots op ben.

Hoe ziet een schrijfdag eruit?

Whitehead: Ik schrijf zo’n vier dagen per week zo’n vier uur per dag. Welke dagen dat zijn, dat kan erg afhankelijk zijn van omstandigheden en andere dingen die ik moet doen. Het kan goed zijn dat ik maandag, dinsdag, zaterdag en zondag schrijf. Op zo’n schrijfdag probeer ik te schrijven van 10 tot 14.30 in de namiddag. Als ik acht pagina’s per week schrijf, is het een goeie week geweest. Na een maand zit ik in de 30 pagina’s, na negen maanden zit je dan aan 300 pagina’s of zo.

Door je laatste twee boeken word je al snel gelabeld als ‘zwart’ auteur die schrijft over ‘zwarte’ thema’s.

Whitehead: Voor sommigen misschien, maar ik zie het zo niet. Het is nu toevallig dat m’n laatste twee boeken over zwarte thema’s gaan, maar ik hou niet van dat labelen. Ik heb een boek geschreven over New York (Sag Harbor, 2009), dat ging niet alleen over zwart New York. Mijn boek over poker (The Noble Hustle: Poker, Beef Jerky & Death, 2014) ging gewoon over poker. Ik heb ook een zombieverhaal geschreven (Zone One, 2011). ’t Is zo uiteenlopend allemaal.

Racisme is wel een thema dat je regelmatig aanhaalt. Word je er ook nog mee geconfronteerd in je eigen leven?

Whitehead: Alle dagen. Ik leef in de Verenigde Staten, we hebben niet de meest tolerante president momenteel. Net zoals Elwood en Turner in het boek word ik heen en weer geslingerd tussen optimisme en pessimisme. Die twee verschillende personages hebben me wel geholpen om mijn gevoelens over waar het met de Verenigde Staten naartoe gaat van me af te kunnen schrijven.

Racisme is en blijft een wereldprobleem en dat zie ik niet meteen veranderen. Ik vind het zo vreemd dat we andere mensen kunnen haten, of vrezen, omwille van hun huidskleur, religie of geslacht. Blijkbaar zit dan ook in ons menszijn. We slagen er maar niet in om het uit te roeien.

Ik heb één keer moeten lachen tijdens het lezen van De Jongens van Nickel en dat is de eerste keer dat Jaimie ten tonele komt, een jongen met een Mexicaanse moeder. Hij is niet blank, maar ook niet zwart waardoor ze op Nickel niet goed weten of ze ‘m nu bij de blanke of de zwarte jongens moeten stoppen. Dus gaat hij heen en weer tussen de twee afdelingen.

Whitehead: (lacht) Ja, ’t was niet zo’n grappig boek deze keer, mijn excuses. Maar door dat kleine nevenverhaal kon ik wel goed aantonen hoe absurd racisme is, denk ik.

Vicieuze cirkel

Ik hield heel erg van de openingszin: “Zelfs na hun dood zorgen de jongens nog voor overlast.” Het pakt je wel bij de lurven.

Whitehead: Dankjewel. Het was effectief ook de eerste zin die ik schreef. Ik besteed veel tijd aan planning en schetsen voor ik aan het echte schrijven begin. Ik weet ook wat het einde is voor ik eraan begin. Die eerste zin heeft me wel goed op weg gezet.

Het einde gaan we hier uiteraard niet weggeven. Ik kan wel zeggen dat ik heel erg verrast was en een aantal dingen anders ben gaan bekijken daardoor.

Whitehead: (glimlacht) Dan ben ik in m’n opzet geslaagd. Ik wilde spelen met die twee grote personages in het boek, Turner en Elwood, en met de verschillende manier waarop ze in het leven staan en naar het leven kijken. Elk van hun filosofieën is trouwens zeer verdedigbaar.

Getty Images

Het verhaal gaat ook verder na de school. Het is niet omdat je de school hebt overleefd dat je dan ook zomaar verder kan gaan met je leven.

Whitehead: Nee, ik wilde ook het belang van trauma benadrukken. Soms kan een mens in zijn leven zo’n ingrijpende dingen meemaken dat je er nooit meer helemaal van herstelt. Sommige van de overlevenden zijn verslaafd geraakt aan drugs of alcohol, anderen eindigen in de gevangenis. Nog anderen moeten heel wat aan zichzelf werken voor ze van anderen of van zichzelf kunnen houden. Er zitten honderden kleine persoonlijke verhalen vervat in heel deze geschiedenis.

Turner zegt ergens dat het misschien de plaats die de leraren, dokters en supervisors zo slecht maakt. Misschien zijn ze buiten die school wel liefhebbende vaders of goeie echtgenoten. Wat denk je daarvan?

Whitehead: In het geval van Dozier was het al snel duidelijk dat er geen reddende engel zou opduiken om de boel eens goed dooreen te schudden. Heel veel mensen hebben bewust of onbewust geholpen om dat potje toegedekt te houden of waren zelf bang om tegen de verkeerde schenen te schoppen. Als je daar dan werkt en je hebt een slechte kant in je zitten én je weet dat er je niks zal gebeuren als je die de vrije loop laat… Tja, dan krijg je verhalen als dit.

Het zesde hoofdstuk vond ik het moeilijkst om te lezen: daarin lezen we voor de eerste keer hoe jongens echt geslagen worden.

Whitehead: Het was ook moeilijk om te schrijven, maar het moest er wel in, want het is gebeurd, maar ik wilde het ook niet uitbuiten. Dat is waarom het pas op dat moment in het boek komt. Het gaat vooral om hoe Elwood erop reageert en dus is het ook belangrijk voor de vooruitgang van het verhaal. Maar het moest er wel in.

Je boek speelt zich grotendeels af in de jaren zestig, maar tijdens het lezen bedacht ik: er is nog niet heel veel veranderd. In de Verenigde Staten is het nog altijd belachelijk duur om naar school te gaan en zijn er nog altijd ‘zwarte’ scholen die als minder goed gezien worden dan de blanke scholen.

Getty Images

Whitehead: Klopt, er is nog niet genoeg gebeurd vandaag de dag. Geld bepaalt nog altijd heel erg in Amerika wat het niveau is waarop je onderwezen zal worden. Scholen in minder goeie buurten zullen ook minder geld van de overheid krijgen en minder steun waardoor we in een vicieuze cirkel blijven vastzitten. Economische status bepaalt nog altijd heel veel.

The Underground Railroad naar Amazon

In de wereld van film en televisie beginnen de studio’s eindelijk te beseffen dat een ‘zwarte’ film ook een breder publiek kan bereiken. Black Panther heeft daar heel veel voor gedaan en sindsdien zijn er figuren opgestaan als Jordan Peele en Barry Jenkins. Is er eenzelfde evolutie gaande in de literatuur?

Whitehead: Het verschil met boeken enerzijds en film en televisie anderzijds is dat het boekenwezen een veel minder log systeem is. Het enige dat je nodig hebt is iemand die een boek schrijft en iemand die het uitgeeft. Daar komt het in wezen op neer. Film en televisie maken kost veel meer geld en dus heb je ook iemand nodig die je dat geld wil geven. Je hebt dus een studio nodig die beseft dat er een zwart publiek is én een wit publiek dat ook interesse heeft in de kunst van zwarte filmmakers.

Eén van hen werkt aan een adaptie van jouw boek. In maart van 2017 kwam de aankondiging dat Amazon een reeks zou maken, gebaseerd op jouw boek The Underground Railroad, geschreven en geregisseerd door Barry Jenkins, de regisseur van Moonlight en If Beale Street Could Talk. Ben je daarbij betrokken?

Whitehead: We hebben een paar keer gepraat, ik heb Barry Jenkins mijn zege gegeven. Als ik me echt gaan mengen was dan had De Jongens van Nickel hier nu niet voor ons gelegen en dat vond ik op dit moment iets belangrijker om te doen dan een boek aan te passen dat ik al eens geschreven heb.

De Jongens Van Nickel is in België uitgegeven door de uitgeversgroep Veen, Bosch & Keuning. Bestel het boek via hun website.

Gesponsorde artikelen