In het kort
- Bendegeweld in Port-au-Prince dwingt bewoners hun huizen te verlaten en overspoelt lokale ziekenhuizen met slachtoffers van schietpartijen.
- Sinds 2021 zijn er meer dan 20.000 mensen omgekomen door bendegeweld, waardoor meer dan een miljoen Haïtianen op de vlucht zijn geslagen.
- Ondanks internationale interventie heeft het Haïtiaanse leger moeite om de ongebreidelde bendeactiviteiten in het hele land in bedwang te houden.
Angst voor bendegeweld heeft honderden inwoners uit hun huizen verdreven in de Haïtiaanse hoofdstad Port-au-Prince. De stad wordt al jaren geteisterd door gewelddadige confrontaties tussen rivaliserende bendes. Afgelopen weekend raakten bendeleden op straat in vuurgevechten verwikkeld en staken ze huizen in brand. Een woordvoerder van Artsen zonder Grenzen meldde dat een plaatselijk ziekenhuis binnen twaalf uur veertig mensen met schotwonden heeft behandeld. De organisatie heeft ook tijdelijk 800 ontheemde inwoners in haar gebouw opgevangen.
Gevolgen van het geweld
Sinds 2021 heeft bendegeweld in Haïti al meer dan 20.000 mensen het leven gekost en meer dan een miljoen burgers gedwongen hun huizen te ontvluchten. Het land zit zonder president sinds de moord op Jovenel Moïse in juli 2021. Afgelopen weekend zijn vier hoofdverdachten in de moordzaak veroordeeld.
Een internationale VN-vredesmacht helpt het Haïtiaanse leger bij het herstellen van de orde. Hoewel delen van de hoofdstad nu onder controle zijn, blijven honderden bendes in het hele land actief en zijn er nog geen belangrijke bendeleiders opgepakt. Het werk van de VN-vredesmacht wordt bemoeilijkt door de slechte staat van de wegen, waardoor ze niet goed kunnen patrouilleren.
