De vloek van de Zestien: hoe premier Michel z’n droomcoalitie eindigt met een nachtmerrie

De vloek van de Zestien: hoe premier Michel z’n droomcoalitie eindigt met een nachtmerrie

De regering Michel II eindigt voor ze goed en wel begonnen is. De minderheidsregering raakte nooit van de grond, en kreeg uiteindelijk geen steun van N-VA, en ook niet van de socialistische familie. In een ultieme poging om toch maar te kunnen overleven, keek premier Michel plots naar links, en zocht hij steun bij PS, sp.a en Groen. Maar Open Vld stribbelde tegen, en uiteindelijk trokken de socialisten de trekker over.

Het is een oud axioma in de Wetstraat: wie z’n intrek neemt in de Zestien, de ambtswoning van de premier, zal er moeten uit gedragen of gesleept worden. Wie er is, wil er blijven, koste wat kost. Of nog zo’n wijsheid: wie in de Zestien trekt, eindigt met zestien procent.

Spoel je de film van de afgelopen weken terug, dan kan je niet anders dan vaststellen dat het axioma meer dan ooit geldt. Want met een pijnlijk schouwspel dat exact tien dagen duurde, neemt premier Charles Michel (MR) afscheid van een onwaarschijnlijk kabinet, dat vier jaar België bestuurde. Tien dagen die er echt te veel aan waren, en waarbij de premier onnodig veel schade pakte, net als z’n twee overblijvende Vlaamse coalitiepartners CD&V en Open Vld.

Cruciale vraag is, achteraf gezien uiteraard, waarom de premier op 8 december niet naar de koning trok om daar met de nodige pathos z’n ontslag aan te bieden. Het was, net na de persconferentie van de N-VA, een uitgelezen moment geweest om de zwarte piet, de schuldvraag van de crash, in de schoenen van de Vlaams-nationalisten te schuiven.

Maar in plaats daarvan begon premier Michel aan een onuitgegeven waagstuk. Hij startte een minderheidskabinet op en koesterde zo de hoop, met volheid van bevoegdheden, de resterende rit van vijf maanden uit te rijden. Dat bleek een verkeerde gok, die ook bijzonder weinig berekend was. Want van de N-VA had de premier geen enkele garantie dat die zo’n minderheidskabinet zou steunen en van de socialistische familie evenmin.

epa

De band tussen de premier en Jan Jambon

Tien dagen lang zat premier Michel zo compleet gevangen tussen een sandwich van N-VA aan de ene kant en de PS aan de andere kant: een oude vijand uit het eigen kiesgebied, en een nieuwe vijand die het steeds moeilijker kreeg om de voormalige loyauteit nog te handhaven. De bunkermentaliteit (“dit is geen nieuw kabinet, dus geen vertrouwensstemming”) deed er bovendien absoluut geen goed aan.

Michel mispakte zich het meest aan zijn voormalige coalitiepartner. Het mag dan wel zijn dat de N-VA naar eigen zeggen “in shock was” na de uitspraken van de premier over ‘aan de juiste kant van de geschiedenis staan’, de waarheid is dat ze vanaf die zaterdag dat ze uit de regering stapten, de knop omdraaiden. “Oppositie is oppositie”, zo klonk het vastberaden diezelfde zaterdagavond al.

Bovendien sprak N-VA met verschillende stemmen, of minstens stevige nuanceverschillen, de afgelopen weken. De band tussen de premier en Jan Jambon (N-VA), z’n voormalige vicepremier, speelde daarbij een cruciale rol. Beiden probeerden samen verschillende malen de boel te lijmen, eerst tijdens de crisis rond het VN-migratiepact, maar daarna ook nog tijdens de 10 dagen van het minderheidskabinet.

Telkens kreeg Jambon de premier behoorlijk ver. Eerst op de cruciale zitting van de Kamer op 6 december, waarbij de premier wel degelijk de deur op een kier zette om de N-VA nog in z’n regering te houden. Open Vld en CD&V scherpten daarop de resolutie in de Kamer aan, samen met de oppositie, en dwongen de regering zo kleur te bekennen. Het gevolg was dat N-VA twee dagen later toch uit de regering stapte.

En opnieuw bij heel de saga van het minderheidskabinet stonden Jambon en de premier erg dicht bij een akkoord over minderheidssteun. Het was pas toen de N-VA-top, in interviews van Bart De Wever en Sander Loones, de forcing voerde afgelopen weekend, en de premier “nu echt een marionet van N-VA” noemde, dat Charles Michel z’n kar keerde.

epa

De swing naar links lukte niet meer

In een nu al legendarische speech in de Kamer gooide de premier het plots ideologisch en budgettair over een heel andere boeg: hij reikte de hand naar de socialisten, deed beloftes over een mogelijke verlaging van de btw op elektriciteit, en zelfs de pensioenleeftijd werd plots weer bespreekbaar. Die keken nauwelijks op, vertrouwden het zaakje niet.

En toen gaven de Vlaamse liberalen, die toch bijzonder zenuwachtig werden over het doembeeld van een minderheidskabinet met linkse steun van de PS, de doodsteek. Zij wezen erop dat de budgettaire afspraken van Michel I bleven gelden. En meteen hadden PS en sp.a hun argument om geen enkele steun meer te geven, en een motie van wantrouwen in te dienen. Michel kon niet anders dan naar de koning trekken, en ontslag aanbieden.

Zo eindigt het verhaal van een premier die het haast onmogelijke deed in de Belgische politiek toch in mineur. Michel was de eerste Franstalige liberaal sinds mensenheugenis die het tot eerste minister schopte. Bovendien was hij protagonist van een nieuwe generatie partijvoorzitters, net als leeftijdsgenoten Bart De Wever (N-VA), Gwendolyn Rutten (Open Vld) en Wouter Beke (CD&V). Als enige Franstalige in deze coalitie wist hij het vertrouwen van de drie Vlaamse voorzitters te winnen, en werd hij de logische premier van deze ‘Zweedse coalitie’.

Die bracht voor het eerst in decennia een centrumrechts beleid. Zijn kabinet haalde economisch schuchtere resultaten, maar wist vooral op vlak van veiligheid en justitie een erfenis achter te laten. Dat er tijdens de regeerperiode van Michel aanslagen in Brussel en Zaventem plaatsvonden, zette uiteraard dat thema extra op de agenda.

epa

Metaalmoeheid in de menselijke relaties

Vooral opmerkelijk was dat Michel erin slaagde de N-VA mee te laten vervellen van zweeppartij tot bijna staatsdragende beleidsmakers. Maar die metamorfose lukte nooit helemaal. En bij de N-VA nam de twijfel over haar positionering meer en meer toe, zeker na de gemeenteraadsverkiezingen die ook de kwetsbaarheid van haar positie op vlak van identiteit en migratie blootlegde, ten opzichte van Vlaams Belang.

Tegelijk gebeurde bij de MR iets gelijklopend: de Franstalige liberalen kregen ook wat klappen bij de gemeenteraadsverkiezingen. Zeker de kritiek dat de premier te veel moest dansen naar de pijpen van de N-VA, deed meer en meer pijn.

Het conflict over het VN-migratiepact begon als een ogenschijnlijk akkefietje, maar groeide uit tot een uitslaande brand die zelfs Jambon en de premier niet meer geblust kregen. Dat bij N-VA ondertussen de analyse gemaakt werd dat verkiezingen over het migratiethema veel beter uitkwamen dan over het sociaal-economische, maakte de zaak er niet makkelijker op. De metaalmoeheid in de menselijke relaties tussen de coalitiepartners aan Vlaamse kant deed de rest: CD&V en Open Vld gunden de N-VA geen elegante exit uit het dossier, N-VA bleef beuken op de premier.

Michel I viel op 8 december, tien dagen later was Michel II maar weinig meer dan een voetnoot in de geschiedenis van een interessant, maar mislukt experiment in de Belgische politieke geschiedenis.

epa

Gesponsorde artikelen