In het kort
- Door de politieke impasse in Kosovo zijn er voor de derde keer in een jaar vervroegde verkiezingen nodig, nadat het parlement er niet in slaagde een president te kiezen.
- Oppositiepartijen hebben de presidentsverkiezingen geboycot en beschuldigen premier Kurti ervan onvoldoende te hebben geprobeerd om consensus te bereiken.
- De aanhoudende politieke crisis brengt de EU-ambities van Kosovo in gevaar en vertraagt cruciale hervormingen en internationale financiële steun.
Kosovo zit weer in een politieke impasse, wat leidt tot de derde vervroegde verkiezingen in een jaar tijd. Het parlement slaagde er niet in om voor de deadline van middernacht een nieuwe president te kiezen, waardoor de politieke patstelling voortduurt. Dat meldt NOS.
Gebrek aan consensus
Ondanks dat de linkse partij van premier Albin Kurti 51 procent van de stemmen behaalde bij de verkiezingen in december, kon ze niet genoeg steun verzamelen voor een presidentskandidaat. De president van Kosovo wordt indirect gekozen door het parlement, waarvoor een tweederde meerderheid nodig is. Oppositiepartijen boycotten de stemming, met het argument dat Kurti niet genoeg had gedaan om consensus te bereiken. Op zijn beurt beschuldigde de premier de oppositie ervan het proces te belemmeren.
Volgens Balkan Insight zijn er de afgelopen 24 uur drie keer parlementszittingen bijeengeroepen om een president te kiezen, maar alle pogingen mislukten door onvoldoende opkomst. De grondwet van Kosovo schrijft nu voor dat er binnen 45 dagen nieuwe verkiezingen moeten komen.
EU-ambities in gevaar
Dit kleine Europese land, met minder dan twee miljoen inwoners, streeft naar toetreding tot de Europese Unie. Het verklaarde zich in 2008 eenzijdig onafhankelijk van Servië. De aanhoudende politieke crisis belemmert echter de vooruitgang op weg naar EU-lidmaatschap en vertraagt cruciale hervormingen die door Brussel worden geëist. Ook internationale financiële steun, waaronder hulp van de Europese Unie en de Wereldbank, dreigt te worden uitgesteld.
Kurti heeft eerder zijn twijfels geuit over de vraag of nieuwe verkiezingen een oplossing zouden brengen, en suggereerde dat ze de “institutionele ellende” die Kosovo teistert waarschijnlijk alleen maar zouden bestendigen.
