Sneeuw onder je banden: zo vermijd je slippen tijdens het naar huis rijden

Sneeuw onder je banden: zo vermijd je slippen tijdens het naar huis rijden

Sneeuwdagen zijn ook meteen een goed moment om je af te vragen waarom je die slipcursus nog niet gevolgd hebt. Aangezien de dag zelf sowieso te laat is om er nog snel eentje te volgen, zetten wij even op  een rijtje hoe je min of meer veilig naar huis of het werk glijdt. 

1. Op voorhand: doe je jas uit.

Wie met een dikke jas in een koude auto gaat zitten, warmt misschien sneller op, maar als het sneeuwt ben je ook langer onderweg. Zodra je opgewarmd bent, wordt je comfort omgeruild voor een gebrek aan bewegingsvrijheid. Je stuurt dus niet zoals je normaal zou doen.

2. Zet je wielen recht.

Voor je vertrekt, zet je best je wielen zo recht mogelijk. Zo beperkt je de kans op schuivende wielen. Mocht je toch gaan glijden, zet je wagen dan in tweede versnelling. Zo komt er minder kracht op de wielen en slipt de auto minder hard.

3. Hou afstand. Veel meer afstand.

De remafstand bij sneeuwval is drie keer zo lang als bij droog weer. Dat kan extra belangrijk zijn als je weet dat ook voetgangers en fietsers kunnen slippen. Een beetje extra afstand om die ongelukjes te zien komen én op tijd te remmen, dat kan geen kwaad.

4. Om te stoppen: rem héél traag.

iStock
Wat we hierboven al schreven is daarom ook extra waar: je rijdt automatisch wat trager, maar ook remmen doe je best zo langzaam mogelijk. Op je motor remmen is trouwens beter dan het rempedaal, dus schakel lager dan je normaal zou doen voor een bepaalde snelheid als je naar beneden schakelt.

5. Bochten: de bocht zien is het halve gevecht.

Bochten nemen doe je eigenlijk gewoon op dezelfde manier als rechte baan: rustig, niet versnellen en remmen voor de bocht. De bocht zien aankomen is dus het halve werk. In de bocht remmen zorgt er net voor dat je extra snel gaat slippen: probeer dat dus te vermijden en denk eraan dat er achter de bocht stilstaand verkeer kan zijn.

6. Als je slipt: voorwielaandrijving

Mensen met een voorwielaandrijving laten, zodra ze voelen dat de wagen slipt, het gaspedaal los en ontkoppelen volledig. Je dwingt je wagen dus nergens heen, dat is contraproductief. Eventueel kan je lichtjes op de rem duwen, zonder echt het wiel te willen blokkeren. Stuur daarna je wagen gewoon zo de richting uit die je wil. Zet pas de pedaal op je gas als je zeker bent dat je niet meer wegglijdt. Kom desnoods eerst tot stilstand.

7. Als je slipt: achterwielaandrijving

Achterwielaandrijving? Stuur dan tegen de richting waarin je slipt, om het evenwicht te herstellen. Wat je ook doet: niet scherp remmen. Dan voeg je een extra kracht toe, die je wagen opnieuw een andere, onverwachte richting uitstuurt.

8. En met een automatische versnellingsbak?

Bij een automatische versnellingsbak volg je hetzelfde principe als met een voorwielaandrijving, alleen moet je je wagen ontkoppelen door ‘m in neutraal te zetten.

9. Kijk voor je.

Deze tip heb je waarschijnlijk al het vaakst gehoord: bij een slippende wagen kijk je best in de richting waar je heen wil, niet naar waar je hoopt niet terecht te komen. Bij de meeste mensen volgen hun handen namelijk reflexmatig hun ogen. Als je dus bang bent om in de berm terecht te komen, kijk er dan niet naar.

Veilig thuis!

Gesponsorde artikelen