Vlaamse baggergroep DEME begint aan immens project in Singapore: “In België kan je alleen maar dromen van zulke kansen”

Vlaamse baggergroep DEME begint aan immens project in Singapore: “In België kan je alleen maar dromen van zulke kansen”

Het is officieel: onze Vlaamse baggergroep DEME heeft een contract van 1,1 miljard euro in de wacht gesleept in Singapore. Een compleet nieuwe containerhaven zal zijn grondvesten vinden op nieuw gewonnen land. De oude containerhaven zal dan plaats maken voor nieuwe woningen voor de groeiende bevolking. 

Het project, dat vijf tot zes jaar zal duren, zal zo’n 3.000 mensen aan een job helpen. Om alles in goede banen te leiden zullen ongeveer 170 Belgen naar Singapore trekken. De baggeraars gaan de tweede vinger van de Tuas Terminal maken, de eerste fase van een haven die er zal uitzien als vier vingers. Het zou zo’n zes jaar duren om een kaaimuur van ongeveer 8,6 kilometer lang te bouwen en 300 hectare grond te winnen op zee. CEO Alain Bernard is ambitieus en hoopt de klus te klaren op vijf jaar.

Innovatie als de sleutel tot succes

Of DEME ook de andere “vingers” zal mogen maken, is nog absoluut niet zeker. Die projecten beloven trouwens nog groter te worden en de concurrentie is immens. Dat was ook bij het gevecht om dit contract het geval. “Het was heel nipt. Wat de concurrenten aanboden lag enorm dicht bij ons voorstel”, zegt algemeen directeur van Dredging International Philip Hermans aan newsmonkey, dat een bezoek bracht aan de site.

“Het waren onze slimme alternatieven die het ‘m uiteindelijk gedaan hebben”, voegt Hermans, die verantwoordelijk is voor Azië, eraan toe. DEME zal heel veel grond recycleren en dus minder zand importeren uit het buitenland. Dat ligt namelijk erg gevoelig sinds het zandembargo van buurlanden Maleisië en Indonesië. “Om zand te importeren moeten we dan zoeken naar landen als Cambodja, Myanmar en Vietnam en het transport daarvan is enorm duur.

DEME
DEME

Langetermijnvisie Singapore

De stadstaat investeert al vanaf zijn ontstaan in uitbreiding van hun territorium. Vermits ze enkel richting zee kunnen uitbreiden, is het een paradijs voor baggeraars. Zo’n 12 tot 14 procent van het land is er artificieel.

Het bestuur is er erg stabiel, waardoor het heel aantrekkelijk is voor buitenlandse investeerders. De toekomstplannen zijn groot want tegen 2030 wil Singapore zo’n 7 tot 9 miljoen inwoners tellen, tegenover 5,6 nu. “Zij hebben een visie tot over vijftien jaar, in België hebben ze een tot de volgende verkiezingen”, zegt Hermans spottend. “Singapore wordt gerund zoals een bedrijf, niet als land. En dat werpt zijn vruchten af”, voegt projectdirecteur Hedwig Vanlishout daar nog aan toe.

Geen vreemden

De Vlaamse baggeraars zijn echter geen onbekenden in Singapore. Hun hoofdkantoor voor de regio is gevestigd in Singapore en ze hebben er al verschillende projecten verwezenlijkt. Momenteel zijn ze er nog tot 2018 bezig aan het JIWE-project die het eiland Jurong uitbreiden. DEME nam ons mee naar de site op het sterk beveiligde eiland waar de petrochemische industrie is gevestigd.

Tot zo ver je kan kijken op zee, zie je baggerschepen aan het werk. De boten en machines kleuren het landschap en hoewel die er op foto niet zo groot uitzien, zijn ze echter immens. Hier enkele sfeerbeelden om dat duidelijk te maken.

Deze grijper kan bijvoorbeeld met gemak een (grote) auto opheffen.

Ook dit monster lijkt niet zo groot. Tot je de mannetjes ziet en de schaal van deze foto beter begrijpt.

Deze schepen zijn allemaal minstens zo groot … *slik*

DEME

Droomjob voor jongeren, maar “we zijn geen reisbureau”

De jonge vlootleider Tim Van Dijck is duidelijk erg fier dat hij de leiding heeft over de schepen bij het project. “Jonge mensen krijgen hier bergen kansen, maar het is zwaar werken. Er zijn veel mensen die moeten afhaken door burn-outs”, vertelt hij. “Je krijgt hier immens veel verantwoordelijkheid als jonge kloot. In België kan je alleen maar dromen van zulke kansen.”

Het is niet de eerste keer dat Van Dijck mag vertoeven in een mooi deel van de wereld. Voor hij naar Singapore trok, zat hij voor DEME drie jaar in Australië. “Het is een droomjob”, zegt hij. “Voor mensen die door de bacterie gebeten zijn is het een droomjob”, beaamt Philip Hermans. “Er is niets abnormaal aan een jonge ingenieur die na drie jaar een werf leidt bij ons”, voegt CEO Alain Bernard daar nog aan toe.

“We zijn geen reisbureau”, voegt Bernard daar wel aan toe. “Het gebeurt dat jongeren na twee jaar vinden dat wij zot zijn en opstappen. Maar dat is niet zo erg want de mensen die blijven, blijven lang en zijn zeer loyaal.” Bovendien biedt het bedrijf een enorme waaier aan variatie van projecten, waardoor de job steeds boeiend blijft. “Ik geloof niet in jobhoppen, je moet rekening houden met wat je werknemers willen”, zegt Bernard, die in 2012 nog genomineerd werd om Manager van Het Jaar te worden.

Gesponsorde artikelen