In het kort
- Het hof van beroep in Brussel bevestigde de voorwaardelijke straf voor een geneeskundestudent die schuldig is bevonden aan aanranding en verkrachting
- Het hof bevestigde de ernst van het misdrijf, maar kende ook verzachtende omstandigheden toe.
- De dader zou voldoende schuldbesef hebben getoond.
Een geneeskundestudent uit Leuven is door het hof van beroep in Brussel schuldig bevonden aan aanranding en verkrachting, maar krijgt geen gevangenisstraf. Het hof bevestigde de oorspronkelijke uitspraak waarbij de student een voorwaardelijke straf kreeg.
Misdrijf
Persrechter Annelien Verschaeve zegt dat ondanks het ontbreken van een gevangenisstraf, de ernst van het misdrijf onveranderd blijft. Ze geeft aan dat een voorwaardelijke straf niet gelijkstaat aan straffeloosheid en wees op de specifieke omstandigheden rond de zaak.
De rechtbank gaf een aantal factoren die van invloed waren op haar beslissing. Uit camerabeelden, getuigenverklaringen en het dossier bleek dat de verdachte zich zowel tijdens als na het incident zorgzaam gedroeg tegenover het slachtoffer. Toen het slachtoffer de volgende ochtend zei dat ze zich niets meer kon herinneren, vertelde hij haar openlijk wat er was gebeurd, inclusief de seksuele ontmoeting.
Verkeerde inschatting situatie
Cruciaal was dat de rechtbank erkende dat de verdachte de situatie verkeerd had ingeschat. Het slachtoffer was onder invloed van alcohol en niet in staat om toestemming te geven. De dader zag zijn fout duidelijk in.. Naast het betalen van een hogere schadevergoeding dan door de rechtbank was opgelegd, stopte hij met zijn studies gynaecologie en verloskunde.
De rechtbank oordeelde dat de verdachte oprecht spijt had en verantwoordelijkheid nam voor het leed van het slachtoffer. Ook erkende de rechtbank de enorme impact van de media-aandacht en online pesterijen op zowel de verdachte en zijn familie als op het slachtoffer.
Overweging van algemeen belang
Bijgevolg achtte de rechtbank een voorwaardelijke straf passend. Zij concludeerde dat een gevangenisstraf niet in het algemeen belang zou zijn en de verdachte onevenredig veel schade zou berokkenen. Bovendien beoordeelde zij het risico op recidive als laag. Ze verwezen hierbij naar verzachtende omstandigheden zoals de ondersteuning van de verdachte aan zijn moeder en zus, zijn stabiele relatie en zijn maatschappelijke betrokkenheid door middel van vrijwilligerswerk.
De verdachte was opgelucht dat de oorspronkelijke uitspraak werd bevestigd. Zijn advocaat vond dat zijn cliënt consequent zijn verantwoordelijkheid had genomen, onmiddellijk inzag dat hij mogelijk een verkeerde beslissing had genomen en zich onverminderd had ingezet om het slachtoffer te steunen. De advocaat van het slachtoffer verklaarde dat zij de beslissing van de rechtbank accepteerden en sprak de hoop uit dat de situatie weer normaal zou worden.
