In het kort
- In België verlicht de pensioenhervorming de druk op de begroting, maar zorgt ze voor een lager gemiddeld pensioeninkomen in alle sectoren.
- Vrouwen krijgen onder het nieuwe systeem te maken met een grotere pensioenverlaging dan mannen, wat de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen vergroot.
- Hoewel de kloof tussen mannen en vrouwen bij ambtenaren kleiner wordt, neemt de totale ongelijkheid in pensioenen toe, wat leidt tot een hoger risico op armoede onder gepensioneerden.
De pensioenhervorming van de federale regering in België is weliswaar bedoeld om de stijgende kosten als gevolg van de vergrijzing te beteugelen, maar zal naar verwachting aanzienlijke sociale gevolgen hebben, met name een vergroting van de pensioenkloof tussen mannen en vrouwen onder werknemers en zelfstandigen.
Hoewel de hervorming de stijging van de pensioenuitgaven succesvol zal afremmen en de budgettaire last van de vergrijzing met ongeveer een derde zal verminderen, zal ze ook leiden tot lagere gemiddelde pensioenen voor nieuwe gepensioneerden. De gevolgen zullen per werkcategorie verschillen: ambtenaren zullen de grootste daling zien (-15,2 procent in 2070), gevolgd door werknemers (-7,2 procent) en zelfstandigen (-3,2 procent).
Hervorming treft vrouwen harder dan mannen
Een van de grootste zorgen over de hervorming is het mogelijk onevenredige effect op vrouwen. De studies bevestigen deze zorg en laten zien dat de cumulatieve impact voor vrouwen negatiever zal zijn dan voor mannen onder werknemers en zelfstandigen. Volgens de prognoses daalt de uitkeringsratio voor vrouwelijke werknemers in 2070 met 6,6 procent, tegenover 5,8 procent voor mannen.
Interessant genoeg wordt verwacht dat de pensioenkloof tussen mannen en vrouwen onder ambtenaren kleiner wordt door de invloed van de hervorming op voorkeursregelingen waar vooral mannen van profiteren.
Analyse wijst op versnelde ongelijkheidsstijging
Bovendien constateert het Planning Bureau een toename van de pensioenongelijkheid na de hervorming. Dit wordt deels toegeschreven aan het feit dat de regering de aanpassingen van de uitkeringen heeft opgeschort tot het einde van de zittingsperiode. De “D10/D1-index”, die de verhouding meet tussen de gemiddelde brutopensioenen van de top 10 procent en de onderste 10 procent, zal naar verwachting tegen het einde van de zittingsperiode met 9,1 procent stijgen.
Een ander zorgwekkend gevolg dat uit de studies naar voren komt, is een stijging van het gesimuleerde armoederisico onder nieuwe gepensioneerden, van 5,9 procent naar 6,3 procent tegen het einde van de zittingsperiode. Deze trend is ook te zien bij alle gepensioneerden samen, waarbij het risico stijgt van 5,5 procent naar 6,1 procent.
De socialistische vakbond ABVV heeft zich fel tegen de hervorming verzet, met het argument dat deze bezuinigingen vooropstelt in plaats van eerlijke pensioenen voor toekomstige generaties te garanderen. De vakbond is van plan door te gaan met protesten en juridische stappen tegen de hervorming.
