In het kort
- De rechtbank in Den Haag heeft een eis afgewezen om 25 kunstwerken terug te geven aan de nakomelingen van Joseph Kronig.
- De rechters oordeelden dat het verzoek van de schenker om permanente tentoonstelling geen strikte verplichting was.
- De erfgenamen zijn van plan in beroep te gaan tegen de uitspraak, ondanks de juridische overwinning van het museum.
Een rechtbank in Den Haag heeft geoordeeld dat het Mauritshuis niet verplicht is om 25 kunstwerken terug te geven aan de nakomelingen van Joseph Kronig. Dat meldt NU.NL.
Collectie met iconische Rembrandts zorgt voor rechtszaak
Deze stukken waren oorspronkelijk aan het museum nagelaten door Abraham Bredius, een voormalig directeur en kunsthistoricus die de instelling leidde van 1889 tot 1909. De collectie bevat opmerkelijke werken zoals Rembrandts “Saul en David” en “Twee Afrikaanse mannen”.
Achtergrond juridische geschil
Het juridische geschil ontstond omdat Bredius had bepaald dat de kunstwerken permanent tentoongesteld moesten blijven. Vanwege de beperkte tentoonstellingsruimte bewaart het museum momenteel echter het merendeel van deze schilderijen in het depot. Daarom hebben de erfgenamen van Kronig – de enige begunstigde en protégé van Bredius – het museum voor de rechter gedaagd, met het argument dat de voorwaarde van de schenking was geschonden. Hun juridische vertegenwoordiger stelde dat Bredius zijn mooiste stukken nooit zou hebben geschonken als ze voor het publiek verborgen zouden blijven.
Uitspraak van de rechtbank
In zijn uitspraak merkte de rechtbank op dat de bewoordingen van het testament van Bredius enigszins dubbelzinnig waren. De rechters concludeerden dat de schenking geen strikte, absolute verplichting tot permanente tentoonstelling inhield.
Ondanks deze uitspraak heeft de advocaat van de familie Kronig aangekondigd dat ze van plan zijn in beroep te gaan tegen de beslissing.
