In het kort
- De uitstoot van broeikasgassen in Nederland daalde begin 2026 met meer dan 5 procent.
- Elektriciteitscentrales verminderden hun afhankelijkheid van steenkool terwijl de productie van windenergie toenam.
- Het weer en veranderende brandstofgewoonten droegen verder bij aan de daling.
Voorlopige gegevens van het RIVM en het CBS laten zien dat de uitstoot van broeikasgassen in Nederland in de eerste drie maanden van 2026 is gedaald.
Vergeleken met dezelfde periode in 2025 was er een daling van meer dan 5 procent.
Verschuiving in energieopwekking
Een aanzienlijk deel van deze daling is toe te schrijven aan de energiesector, waar de uitstoot met meer dan 12,5 procent daalde. Dit kwam doordat er minder steenkool werd gebruikt voor de elektriciteitsproductie, ook al steeg de totale energieproductie juist licht.
Deze stijging in productie werd ondersteund door sterkere wind, waardoor de opbrengst van windturbines toenam.
Trends in industrie en vervoer
Ook andere sectoren droegen bij aan de dalende trend. De industriële sector zag een daling van meer dan 4 procent, vooral omdat de chemische industrie haar productie terugschroefde en daardoor minder aardolie verbruikte. Tegelijkertijd daalde de uitstoot door vervoer.
Dit kwam door hogere brandstofprijzen in eigen land, waardoor meer mensen in buurlanden gingen tanken; dat brandstofverbruik wordt niet meegeteld in de Nederlandse nationale totalen.
Invloed van weerspatronen
Weerspatronen speelden ook een rol in de bevindingen. Hoewel het jaar begon met een koudegolf, waren februari en maart onverwacht mild.
Omdat de gemiddelde temperatuur in het eerste kwartaal hoger was dan vorig jaar, was er minder verwarming nodig. Als je deze klimatologische invloeden uit de berekening haalt, komt de werkelijke daling van de uitstoot uit op bijna 4 procent.
