De emoties achter: ‘Niet gemakkelijk, een baby’

De emoties achter: ‘Niet gemakkelijk, een baby’

Moeder (of vader) worden, dat is niet altijd gemakkelijk. Daar is iedereen het over eens, en tegelijk wordt het nooit concreter dan dat. In 2013 was het aan mij, ik werd moeder, en de soort emoties die ik ervaren heb, heeft me koud gepakt, net als de heftigheid ervan. Een geluk bij een ongeluk dat ik het hele moederding sowieso al nuchter benaderde, of mijn perfectionisme had die emoties een zwart randje gegeven. Dit is wat schuilgaat achter de dooddoener: ‘Niet gemakkelijk, zo’n baby’. 

1) Surrealisme

Het idee ‘baby’, in MIJN buik, in mijn leven, voor altijd en altijd, daar ben ik nooit aan gewend geraakt, nog altijd niet zelfs. Ik kon het me niet voorstellen, ik verbaas me er nog altijd over dat het mogelijk is en ik kan nog altijd niet vatten wat mijn man en ik precies gedaan hebben: één mens erbij. En die is ‘van’ mij. 

2) Doodsangst

De geplande keizersnede heeft niet geholpen, net zomin als de onverwacht lange wachttijd in de pre-operatiekamer, maar wat overheerste de uren voor de geboorte was absolute doodsangst. Wat enkel sterker werd toen ik aan het infuus werd gelegd. Ik kon niet meer weg, letterlijk, en op dat moment kon ik maar aan één ding denken: wég. Ik zou desnoods uit het raam gesprongen zijn om de verdoving, de operatie en alles dat erbij hoorde te kunnen ontlopen. Hartkloppingen, zweten, Studio Brussel op de radio, de zon die scheen, mijn gewriemel: ik vergeet dat nooit meer.

3) Pijn

Ok, iedereen heeft het over pijn, maar het was toch veel pijn. Borstvoeding doet (pokkekeiveel) pijn, het samentrekken van de baarmoeder doet (zwaarmegaveel) pijn, de lucht in je darmen als hun werking weer op gang komt na de keizersnede doet pijn, de naad van de keizersnede brandt telkens je borstvoeding geeft (meer wel dan niet dus) en die eerste keer terug opstaan, dat voelde alsof mijn lijf uit elkaar gescheurd ging worden en de twee verpleegsters die me ondersteunden een tsunami van bloed over zich gingen krijgen. PIJN, dus.

4) Onzekerheid

Wil hij eten? Heeft hij pijn? Is hij moe? Heeft hij te warm? Te koud? Is het beter om eerst te voeden en dan de pamper te verversen? Of omgekeerd? Of beide? Of niet? Of wel? En hoe dan? Damn you, door het goed te willen doen, ontstaat twijfel, onzekerheid en uiteindelijk immobiliteit. Terwijl er niet maar één juiste methode is, al denk je dus van wel. Deze moet ik nog altijd afleren.

5) Wanhoop

Een emotie die me koud gepakt heeft: wanhoop. Wanhoop omdat de baby maar blééf voeden en ik leeg, moe, leeg, uitgeput, leeg en op was. Omdat je niets meer te geven hebt, en hij toch maar blijft nemen. Omdat je alleen kan doordoen, zonder zicht op een einde, en het daardoor lijkt alsof het nooit meer goed komt.

6) Spijt

Het eerste halfjaar overviel me vaak een gevoel van spijt. Waarom moesten we nu per se nieuw leven maken? Waarom kon niet alles bij het oude blijven? Wat hadden we onszelf aangedaan en waarom eigenlijk? Ik had dan wel geen spijt dat we die specifieke baby hadden, maar wel van de situatie waarin we onszelf gebracht hadden. Nu nog weet ik wel zeker dat ons leven zonder baby ook heel fijn zou zijn.

7) Woede

Geen emotie waar ik trots op ben en die vaker de overhand nam dan ik wil toegeven. Als de baby wakker werd net als ik (al te laat, want ja, je wil ook nog wel eens een film kijken) wilde gaan slapen en vervolgens twee uur niet wilde slapen. Als hij maar bleef huilen en ik maar niet begreep wat hij bedoelde. Als hij tegenwerkte bij het vervangen van pamper en/of kledij en maar bleef neuten, waardoor ik niet meer kon nadenken. Dan werd ik gewoon heel boos. Ik heb geen vinger naar hem uitgestoken, maar ik heb wel luidop lopen schelden. Not pretty, I know, maar zonder die verbale uitlaatklep, was het vast nog een pak erger geworden.

8) Ongeloof

Ik ben zelf nooit een babymens geweest, en daardoor heb ik één gevolg totaal onderschat: hoe absurd gelukkig een baby mensen kan maken. Trotse oma’s en opa’s, tantes en nonkels, jazeker, maar ook wildvreemde mensen beginnen breed te lachen en puren levensvreugde uit een hulpeloos, haarloos wezentje. Ongelofelijk.

9) Trots

‘Natuurlijk’ ben je trots op je eigen kinderen. Dat zegt iedereen altijd. Maar voor mij was het toch een verrassing hoé trots je bent met minimale dingen. Het eerste lachje (eerder een willekeurige beweging van de mondspieren), het hoofd dat hij een beetje opheft of draait naar een geluidsbron. Het stopt niet, en andere mensen versterken dat ook door (al dan niet oprecht) te herhalen hoe mooi/lief/braaf/stil/actief/alert hij wel is. Wat je onmiddellijk gelooft, en waarvan je een paar maanden later beseft dat het misschien toch een tikje overdreven was.

Nee, een baby is niet gemakkelijk. Hij wil nogal veel, maar je weet niet altijd wat. En zelfs als je het weet,  kan je het nog niet geven of is het geven ervan niet zonder kost, mentaal of fysiek. De emoties verstoppen achter een torenhoog cliché is geen oplossing, niet voor jezelf en niet voor andere ouders. Doe hen, jezelf en toekomstige generaties een plezier: wees eerlijk, specifiek zonder het te problematiseren.

Gesponsorde artikelen