De films van de week ‘If Beale Street Could Talk’ en ‘Trio’ zijn films over de kern van het leven: liefde en geluk

De films van de week ‘If Beale Street Could Talk’ en ‘Trio’ zijn films over de kern van het leven: liefde en geluk

Deze week komen twee films de zaal inwaaien die niet op grote effecten rekenen om indruk te maken, maar op hun acteurs. En dat lukt tweemaal. ‘If Beale Street Could Talk’ en ‘Trio’ kunnen zelfs perfect naast elkaar staan omdat de beide films naar dezelfde kern toe te brengen zijn: ze verhalen over liefde, geluk en eenzaamheid.

If Beale Street Could Talk: een prachtige ode aan de onwankelbare pure liefde

Het script voor Moonlight schreef Barry Jenkins in Brussel, voor dat van If Beale Street Could Talk verhuisde hij naar Berlijn. Kennelijk heeft Jenkins afstand nodig om te kunnen schrijven over wat dicht bij hem staat. De regisseur wilde If Beale Street Could Talk absoluut filmen in Harlem. Een gedeelte van de film werd gedraaid op St. Nicholas Avenue, waar Jenkins ook nog een tijdje zelf gewoond heeft.

Het zijn details, maar het toont wel aan hoe dicht Barry Jenkins If Beale Street Could Talk bij zich wilde houden. Hij bewerkte de gelijknamige roman van James Baldwin – zijn favoriete schrijver – uit 1974 tot een script en ging daarmee aan de slag. Jenkins toont met deze film dat Moonlight geen toevalstreffer was: hij levert een bewust bloedmooie film af in zijn ondertussen gekende stijl en bevestigt dat hij één van de meest talentvolle regisseurs van zijn generatie is.

Het verhaal draait rond de 19-jarige Tish (KiKi Layne). Ze is dolverliefd en zwanger van de 22-jarige Fonny (Stephan James), maar de twee zijn nog niet getrouwd omdat Fonny in de gevangenis zit. Hij wordt beschuldigd van de verkrachting van een hem onbekende Puerto Ricaanse vrouw en is vastgezet door een racistische agent. If Beale Street Could Talk toont enerzijds hoe de familie hun best doet om Fonny’s naam te zuiveren en weer vrij te krijgen, maar draait vooral om de allesoverheersende zuivere en bloedmooie liefde tussen twee mensen die klaar zijn om aan hun leven samen te beginnen.

Het is pas nadat If Beale Street Could Talk afgelopen is dat je beseft wat je echt gezien hebt: een film die raakt aan de kern van het leven. Die liefde vat in beelden en muziek. En die ondanks de problematiek ook blijft baden in een soort van optimisme, in het geloof dat alles uiteindelijk wel goed zal komen. Want dat is misschien wel het mooiste aan deze film: op geen enkel moment wordt er aan de onschuld van Fonny getwijfeld, ook niet wanneer hij bezwijkt onder de druk en schuld bekent. Nee, Fonny is het soort kerel die dit niet doet. Nooit. En dus twijfelt er niemand. Niet in de eigen familie en niet in de schoonfamilie.

Toch is If Beale Street Could Talk niet zomaar vrijblijvend. De film vertelt ook iets over een verrot systeem. Over hoe zwarten uiteindelijk altijd de pineut zijn gewoon omdat ze niet blank zijn. Dat wordt duidelijk door het verhaal van Fonny, maar ook door dat van Daniel (Brian Tyree Henry uit Atlanta) die heeft moeten brommen omdat hij een auto gestolen zou hebben, terwijl hij niet eens kan rijden.

Een andere filmmaker zou van If Beale Street Could Talk ook een cliché rechtbankdrama hebben kunnen maken en het gevecht tegen het systeem centraal kunnen hebben plaatsen, maar dan zou er een ander verhaal verteld worden. Barry Jenkins dompelt ons onder in de warme gloed van twee mensen die elkaar zo graag zien dat al het andere daarbij in het niets verdwijnt. Hoe moeilijk het ook wordt, hun liefde blijft onwankelbaar overeind.

En daardoor wordt, hoe tragisch de situatie van Fonny en Tish ook is, de film ook een ode. Een ode aan de warmte van liefde. Aan het geloof dat uiteindelijk alles wel goed komt. Dat wordt prachtig ondersteund door het gebruik van felle kleuren, door de jazzy deuntjes op de soundtrack en de prachtige melancholische cello’s die Nicholas Britell daar nog aan toevoegde. Want nee, er is echt niets mooier dan de liefde.

Score: 8/10

Trio: drie acteurs, schitterend samenspel en een ingenieus script

Vlaanderen is een productiehuis rijker, het heet Brutteo en het is opgericht door Bruno Vanden Broecke, Matteo Simoni en Ruth Beeckmans. De drie waren al samen te zien in Safety First (samen met Ben Segers) en gingen daarna ook als trio aan de slag voor het toneelstuk Hechten (2017), naar een script van Stefaan Van Brabandt. Dat script hebben Bruno, Ruth en Matteo nu samen herwerkt naar een filmscript en dat is Trio gaan heten. En omdat het nu eenmaal het opzet was om alles samen te doen, hebben ze ook samen geregisseerd, samen geproduceerd en samen geacteerd.

In Trio maken we kennis met Wim (Bruno Vanden Broecke). Hij leeft het leven in zijn eentje en is daar min of meer tevreden mee, zo maakt hij zichzelf wijs, maar voor wie vanop een afstand naar Wim kijkt is het duidelijk dat hij al een tijdje met een depressie worstelt. Zijn halfbroer Gert (Matteo Simoni) is zijn tegenpool: een losbol, altijd luid en aanwezig en het leven lijkt hem makkelijk af te gaan. Gert denkt het ultieme verjaardagscadeau te hebben gevonden voor Wim: een uurtje met Lise (Ruth Beeckmans), een escorte. Maar Wim reageert anders dan Gert verwacht en dus blijven de drie de gehele tijd samen.

Trio is een bijzondere film geworden, net door zijn kleine opzet. De cast telt welgeteld drie mensen, het aantal locaties is zeer beperkt, er zijn weinig cuts in de film en het verhaal duurt niet langer dan noodzakelijk. Het verhaal steunt dan ook vooral op de personages, op de acteurs en hun spel. Het is een soort toneelstuk geworden, maar dan met een extra.

KFD

Die extra, dat is bijvoorbeeld de bewust zeer spaarzame soundtrack van Hendrik Lasure, een jonge jazzmuzikant. Bij een eerste visie van Trio speelde Lasure live de muziek mee. Hij voelde aan waar de makers van de film muziek wilden en waar ze liever de stilte lieten spreken. Na die eerste live ervaring, was de soundtrack reeds zo goed als klaar. Je hoort hem vooral in het begin van de film, in de scène waarin Wim je door middel van een voice-over door zijn appartement leidt en je meteen weet: dit wordt geen lachertje.

Elke dag die Wim weer moet aanvatten is een dag dichter bij zijn dood. Met die wetenschap houdt hij zich staande. Wim houdt ook van bier en kaas, maar bovenal van series. Als hij over zijn series kan praten leeft hij op. Series zijn serieus te nemen, het is wérken om die allemaal te zien. Hij sorteert ze op alfabet (anders is er niks meer terug te vinden) en wat hij het liefst doet is anderen met tips naar huis sturen, zodat ze zouden kunnen beleven wat hij beleeft heeft. Het levert een hilarische en voor ons zeer herkenbare scène op.

Gert, anderzijds, is een flierefluiter. Altijd met een scharrel bezig. Of met meerdere tegelijkertijd. Hij kan hun namen amper onthouden. Hij is werkloos, maar is ook het type waarvoor het leven gemakkelijk lijkt te vallen, ondanks zijn tegenslagen. Wanneer Lise opduikt komen de frustraties boven. Beide lijken ze immers verliefd te worden op Lise. Wim vindt het wel spannend, aandacht krijgen van een vrouw die dan nog eens deels dezelfde interesses lijkt te hebben dan hem. En Gert, zou het kunnen dat hij voor het eerst echt verliefd is?

KFD

Het script van Trio zit ingenieus in elkaar. Het is grappig en herkenbaar, maar ook tragisch. Zelf herkenden we ons heel erg in Wim – misschien zelfs een beetje meer dan ons lief was – en iedereen heeft wel een broer of vriend die op Gert lijkt, die ene waar je toch een beetje meer op zou willen lijken.

Maar in zijn kern gaat Trio voor ons over eenzaamheid en geluk en over succes. Wim is eenzaam en vult die leegte op met series, tot hij Lise ontmoet en even een klein sprankeltje hoop koestert dat het leven misschien toch meer voor hem in petto zou kunnen hebben dan hij altijd dacht. Gert hunkert in feite ook naar diepere contacten, maar raakt niet weg uit de oppervlakkigheid en voelt zich daar heel eenzaam in en Lise heeft zichzelf een heel eenzame levensstijl aangemeten – van vreemde naar vreemde – als gevolg van haar beroep.

Maar in feite zijn ze alle drie naar hetzelfde op zoek, want wat geluk is, dat verschilt niet zo gek veel van mens tot mens. En wie van hen drie is er nu het meest succesvol? Is het de werkloze, maar piekfijn uitgedoste Gert? Lise, die 80 EUR kan vragen per extra kwartier voor haar lichaam? Of is het Wim, die in zijn strak ingerichte, maar mooie appartement de wereld kan buitensluiten nadat hij van zijn vaste job komt? Ook daarover gaat Trio, over de vraag hoe we succes meten of bekijken.

Trio drijft op zijn acteurs en die zijn uitstekend. In Wim herken je een beetje Bruno, in Gert herken je een beetje Matteo en in Lise is een beetje Ruth terug te vinden, alleen zijn de karaktertrekken uitvergroot. De dialogen doen natuurlijk aan en maar een enkele keer betrappen we onszelf op de gedachte “Had dit nu wel gehoeven?” Voor het merendeel van de tijd hebben we heel erg genoten van Trio, van zijn opzet en zijn spel. Brutteo heeft ons benieuwd gemaakt naar meer.

Score: 7/10

KFD

Gesponsorde artikelen