De man die de Eiffeltoren wist te verkopen

Weinig oplichters is het talent gegeven dat Victor Lustig bezat. Hij verkocht de Eiffeltoren, was maffiabaas Al Capone te snel af en lulde zich uit 37 arrestaties. Uiteindelijk werd een vrouw hem fataal.

Victor Lustig werd in 1890 geboren in het Tsjechische dorpje Hostinne. Van jongs af aan was hij mentaal zeer begaafd, maar gebruikte dit al snel om kattenkwaad uit te halen en mensen geld af te troggelen. Op zijn negentiende werd hij naar Parijs gestuurd om te studeren, maar Lustig had al snel meer aandacht voor de gokhuizen dan voor de aula’s. Door zijn intelligentie en taalvaardigheid – Lustig was vloeiend in zeven talen – kon hij zich al snel onder de rijken des aarde mengen. Die zouden hem gemakkelijk geld opbrengen. En veel.

Frankrijk

Hij begon zijn oplichterscarrière aan boord van de grote oceaanstomers tussen Europa en Amerika. Daar deed hij zich voor als een befaamde Broadway-musicalproducer, op zoek naar investeringen. Toen de investeerders in het snotje kregen dat er helemaal geen musical was, zat Lustig al op een ander schip, terug over de oceaan. Na de Eerste Wereldoorlog kreeg de Franse politie de Tsjechische oplichter in de gaten: de grond werd hem heet onder zijn voeten, dus verhuisde Lustig naar de Verenigde Staten.

Hier schakelde Lustig een versnelling hoger: gedaan met het amateurisme, nu het grote werk. Het eerste slachtoffer: een bankdirecteur uit Missouri. Lustig stelde zich voor als Robert Duval, een veteraan die in de oorlog zijn volledig familiefortuin is kwijtgeraakt. Met zijn laatste centjes was hij naar de VS gekomen om een bedrijf te starten, en daarvoor wou hij de inboedel verkopen van een failliete boerderij, die in bezit van de bank was.

Duval bood de bankdirecteur 22.000 dollar in obligaties aan, als onderpand voor een lening van 10.000 dollar. “Geen slechte deal”, oordeelde de bankdirecteur, die meteen akkoord ging. Een vingervlugge truc met de uitgewisselde enveloppes later, ging Duval ervandoor met de lening, en de obligaties.

De bank nam echter een privédetective in de arm, die Lustig wist op te sporen. Die wist de bankdirecteur te overtuigen zijn aanklacht te laten vallen, aangezien het slechte publiciteit zou zijn voor de bank. Voor de moeite vroeg Lustig zelfs nog 1.000 dollar. En die kreeg hij.

Eiffeltoren

In 1925 had Lustig de VS wat uitgekeken, en vertrok hij terug naar Frankrijk. Hier zette hij zijn beruchtste zwendel op poten: hij moest en zou de Eiffeltoren verkopen. Na de Wereldtentoonstelling van 1889 was de beroemde Parijse toren in slechte staat geraakt, en het stadsbestuur overwoog om hem af te breken en als schroot te verkopen. Zo zag Lustig zijn kans schoon.

Hij liet officiële verkoopdocumenten vervalsen en maakte voor zichzelf een mooi visitekaartje met de titel Sous-directeur Générale du Ministère des Postes et Télégraphes, vicedirecteur-generaal van het ministerie voor Post en Telegrafie. Mooie functie, ware het niet compleet verzonnen.

Hij stuurde zijn kaartje, samen met een uitnodiging voor een meeting in een exclusief hotel, naar vijf grote Parijse schroothandelaren. Hij stond erop dat het overleg geheim was, aangezien niemand iets mocht weten over de verkoop van de Eiffeltoren.

André Poisson trapte in de val. Hij betaalde Lustig een aanzienlijk, maar onbekend bedrag, en kreeg in ruil recht op het oud ijzer van de toren. Toen Poisson besefte dat hij voorgelogen was, schaamde hij zich zo diep dat hij geen aangifte deed. Hierop herhaalde Lustig het trucje met een volgend slachtoffer. Deze deed wel aangifte, en Lustig vluchtte terug naar de VS.

Geldmachine

Terug in de VS stortte Lustig zich op een nieuwe truc: de geldmachine. Hij maakte een houten kistje, met een reeks knoppen en aan elke kant een opening. De machine zou bankbiljetten kunnen kopiëren. Steek er een briefje van 1000 dollar in, zes uur wachten, en er komen twee briefjes uit aan de andere kant. “Dit werkt nooit”, denkt u nu waarschijnlijk.

Dat was echter buiten de Amerikaanse miljonair Herman Loller gerekend. Die kocht het toestel voor 25.000 dollar (nu meer dan 400.000 dollar), waarna Lustig zich snel uit de voeten maakte. Nog weken lang dacht Loller dat hij de machine gewoon niet goed gebruikte; pas na lange tijd had hij door dat Lustig een volgend slachtoffer had gemaakt.

Al Capone met zijn zoon Sonny (Foto: Isopix)

Al Capone

Veruit de meest notabele oplichting was die van Al Capone, die op dat moment aan het hoofd stond van ’s werelds beruchtste maffiakartel, en een groot idool van Lustig. Hij haalde de maffiabaas over om hem 50.000 dollar te geven: in twee maand tijd zou hij het verdubbelen. Capone waarschuwde Lustig voor zijn fratsen: als hij hem voor de gek hield, zou zijn eigen moeder hem niet meer herkennen als Capone klaar met hem was.

Lustig zette het geld op de bank, en wachtte twee maanden. Hij keerde terug naar Capone, om te zeggen dat het niet gelukt was. Blij verrast door diens eerlijkheid, gaf Capone hem 5.000 dollar, als bedanking voor de poging.

Geldmunterij en ondergang

Alle leuke zaakjes en prestigieuze oplichtingen buiten beschouwing genomen, verdiende Lustig vooral zijn geld met valsmunterij. Hij bracht zoveel vals geld in omloop dat de FBI en Secret Service een speciaal team op de zaak zetten. Uiteindelijk werd een misnoegde minnares Lustig fataal. Ze gaf de speurders een anonieme tip, en Lustigs spelletje was uit. Het was de 38ste keer in vijf jaar tijd dat de meesteroplichter werd gearresteerd.

Hij probeerde nog een ware Houdini-act als laatste truc: Hij liet zich aan een touw uit het raam van de gevangenis zakken, en deed zich voor als glazenwasser. Het mocht echter niet baten: Lustig kreeg 20 jaar celstraf in de Alcatraz-gevangenis. Na 12 jaar overleed wellicht de grootste, zo niet de meest opvallende oplichter, aan een longontsteking op 57-jarige leeftijd.

(lp)

Meer
Lees meer...