Films van de week: ‘The Irishman’ en ‘Le Mans ’66’ is weergaloze cinema die bij voorkeur ook daar bekeken wordt

Bij de mensen die bij ons in de zaal zaten om de eerste screening van The Irishman te aanschouwen bespeurden we spanning, zelfs enige zenuwachtigheid. Dat mag ook wel, als je weet dat je klaar zit om een rit van 3,5 uur aan te vatten. Le Mans ’66 deed daar trouwens niet heel veel voor onder en vroeg ook om tweeënhalf uur om zijn verhaal te vertellen. Maak de agenda’s maar vrij!

The Irishman: Scorsese steekt zijn middenvinger op naar elke ongeschreven regel in de filmindustrie en levert (allicht) de film van het jaar af

De release waar we deze week het meest naar uitkeken was The Irishman, de nieuwe film van grootmeester Martin Scorsese waar voor de release al zoveel inkt over gevloeid is. Er is dan ook wel wat over te vertellen. De film duurt drieënhalf uur, 209 minuten om precies te zijn. Het is de eerste release op Netflix van Scorsese en is nu voorafgaand aan de release op dat streamingplatform (op 27 november) voor korte tijd in een select aantal bioscopen te bekijken.

Het is ook de duurste film die Scorsese ooit maakte. Netflix was de enige die het bedrag op tafel wilde leggen én Scorsese de vrijheid wilde geven die hij zocht. Andere geïnteresseerde studio’s wilden allemaal hun zeg hebben over de inhoud en dat wilde Scorsese niet gehad hebben. De grote reden voor het enorme prijskaartje van The Irishman is een vernieuwende verjongingstechniek die in de film wordt toegepast. Hele dure make-up, zo je wil. De film speelt zich immers af over een duur van meer dan dertig jaar.

In die tijdspanne wordt het verhaal vertelt van Frank Sheeran (Robert De Niro), een eenvoudige vrachtwagenchauffeur die viavia in contact komt met Russell Buffalino (Joe Pesci), een grote man binnen de maffia, die hem op zijn beurt in contact brengt met de grote vakbondsman Jimmy Hoffa (Al Pacino). In de jaren 50 en 60 was Hoffa een vakbondsman die connecties had binnen de maffia. Aan de hand van de vriendschappen met die twee mannen vertelt Frank zijn eigen verhaal en het verhaal van de inmenging van de maffia in de Amerikaanse geschiedenis. Dat doet Scorsese niet heel opzichtig door jaartallen over het scherm te laten zweven, maar wel door historische gebeurtenissen aan te halen of te verbeelden.

The Irishman heeft dus zeker een lijvige speelduur. Is dat te lang? Misschien een beetje. Had het veel korter gekund? We denken het niet. Net daarom is het een meerwaarde om The Irishman in de cinema te gaan bekijken. Wie kijkt op Netflix zal al eens op zijn smartphone kijken naar een mail of een whatsapp-bericht dat binnenloopt of zal allicht de neiging om ergens onderweg (een paar keer) te pauzeren, maar moeilijk kunnen onderdrukken. In de bubbel van de cinema is het veel makkelijker om The Irishman te bekijken met de aandacht die de film vereist en verdient.

Scorsese laat de film beginnen in een woonzorgcentrum met een lang tracking shot doorheen de gangen van het tehuis. En meteen weten we: dit wordt een andere film dan de maffiafilms die Scorsese eerder maakte. Daarna volgt een redelijk traditioneel gedeelte – waarin Frank bij de maffia geïntroduceerd wordt etc. – dat redelijk Goodfellas-achtig aanvoelt, dat achteraf bekeken niet meer dan de inleiding van de film blijkt.

Anna Paquin als Peggy Sheeran (Netflix)

Waar het echt om draait in The Irishman krijgen we pas in de allerlaatste sequentie te zien: Sheeran is eenzaam en alleen. Iedereen die altijd om hem heen heeft gezworven is dood en zijn vier dochters willen niets meer met ‘m te maken hebben. Ook daar is al veel inkt over gevloeid, over het feit dat het personage Peggy (eerst gespeeld door Lucy Gallina, daarna door Anna Paquin) amper dialoog heeft. Laat nu net dat het sterke punt zijn: Peggy heeft geen woorden nodig om wel te kunnen zien en te begrijpen wat er gebeurt. Eén van de andere dochters zegt ergens dat Frank er niet voor hen was als vader. Ze konden niet bij ‘m terecht om angst voor zijn reactie, voor wat hij zou doen tegenover anderen.

Het is de kant van de maffiafamilie die we nog niet gezien hebben: de eenzaamheid die je te beurt valt als je het (on)geluk hebt om het einde van de rit te halen. The Irishman gaat niet zozeer over schuld en boete, maar wel over spijt en berouw. Als je een leven hebt gehad als dat van Frank dan wil je niet dat het zo lang blijft duren. Frank moet alles wat er mis is gelopen, alles wat hij anders had willen zien of doen blijven dragen zonder dat hij er met iemand over kan praten.

Robert De Niro als Frank Sheeran (Netflix)

Om dit verhaal te vertellen heeft Scorsese zijn grote chouchou’s nog eens van stal gehaald. Hij wilde nog eens samenwerken met Robert De Niro – iets dat het tweetal al negen keer deed – en Joe Pesci vroeg hij minstens vijftig keer of hij niet uit pensioen zou willen komen voor deze film. Zolang tot die toezegde. Het is van een pure en ontroerende schoonheid om die twee nog eens bezig te zien, om De Niro – die langzaamaan zijn weg lijkt terug te vinden na ook al in Joker te hebben gespeeld dit jaar – eindelijk nog eens te zien doen waar hij echt goed is en geen plaatsvervangende schaamte te moeten voelen bij de tenenkrullende komedies en cliché actiefilms waar hij de laatste decennia al te vaak in opdraafde. In deze film is de spijt nog eens echt van Robert De Niro af te lezen en laat hij zien waarom hij zo’n groot acteur is.

Al Pacino als Jimmy Hoffa (Netflix)

Datzelfde geldt trouwens ook voor Al Pacino, die de laatste jaren ook genoegen leek te nemen met middelmaat, maar hier ook nog eens voluit de kans krijgt om te schitteren. Zet die Oscar al maar klaar. Hoffa is trouwens ook één van de manieren waarop Scorsese meer dan ooit humor in zijn film binnensmokkelt. Door dialogen over het belang van op tijd komen, of het dragen van een pak voor een vergadering. Maar wat The Irishman ons ook heeft bijgeleerd: als je een café binnenstapt om iemand neer te schieten, ga dan eerst eens naar toilet. Zo zal je niet verrast worden door wie zich eventueel nog in het toilet moge verschuilen én kan je met een opgelucht en aangenaam gevoel aan je taak beginnen.

Van elk nieuw personage dat we leren kennen gedurende de tijd van de film laat Scorsese ons fijntjes weten hoe en wanneer hij om het leven kwam. Vaak is dat niet mooi. Eén keer, wanneer hij een personage introduceert dat een natuurlijke dood gestorven is, vermeldt hij er fijntjes bij “liked by all.” Wanneer Frank in het woonzorgcentrum verneemt dat ook zijn advocaat (Ray Romano) overleden is, vraagt hij niet hoe, maar wie het gedaan heeft. Kijk, dat vinden wij grappig.

We zijn ontzettend blij dat we kunnen zeggen dat The Irishman een succes is geworden. Het is een waar epos geworden, zowel in opzet als in omvang en verdient al onze lof alleen al voor de dosis lef die Scorsese toont om af te komen met een film van 3,5 uur in een tijdperk waarin alles steeds sneller en jachtiger lijkt te moeten. Deze film is een dikke fuck you van Scorsese naar elke verwachting of ongeschreven regel van de filmindustrie. En tegelijkertijd misschien wel zijn beste werk en de film van het jaar. Maar ga hem alsjeblieft wel in de bioscoop bekijken.

Score: 9/10

Le Mans ’66: onderhoudend, op zijn best in de racescènes

Het is natuurlijk oneerlijke concurrentie, want naast The Irishman zou elke film bleek uitvallen. Toch hebben we genoten van het tweeënhalf uur durende Le Mans ’66, een film die in de Verenigde Staten de titel Ford v Ferrari heeft gekregen.

Voor beide titels is iets te zeggen, want de film beschrijft de strijd van ex-coureur en auto-ontwerper Carroll Shelby (Matt Damon) die nadat bij hem een versleten hartklep wordt vastgesteld niet meer mag racen. In zijn zoektocht naar een nieuwe levensbestemming wordt hij aangetrokken door Lee Iacocca (Jon Bernthal) die hem vraagt of hij voor de Ford Motor Company geen raceteam wil opbouwen, te beginnen vanaf nul. Ford is immers jaloers op het imago van Ferrari en wil via de racen het imago van Ford hipper maken.

Shelby, die in 1965 de 24 uur van Le Mans won, wil inzetten op het winnen van die lange en veeleisende 24 uur durende race, maar wil dat enkel met zijn vriend en onmogelijke keikop Ken Miles (Christian Bale) aan het stuur. Omdat Miles niet meteen het imago heeft dat Ford nastreeft en ze ook in de hele ontwikkeling van de auto op veilig willen spelen, ligt Shelby zowat de hele tijd in conflict met Ford.

Christian Bale kwam net van Vice toen hij voor deze film begon op te nemen en was dus zo’n 30 kilogram afgevallen op zeven maanden tijd om de racepiloot neer te kunnen zetten. Het begint een terugkerend iets te worden in de carrière van Bale, dat schommelen met gewicht. We twijfelen niet aan de motivatie van de twee heren, toch krijgen we de indruk dat noch Damon noch Bale hun beste acteerwerk afleveren in Le Mans ’66.

Voor we aan het racen toekomen is de film nogal nadrukkelijk familievriendelijk en gemiddeld en wordt er al eens een toevlucht genomen naar een karikatuur te veel, zoals de manier waarop Henry Ford II (Tracy Letts) en pennenlikker Leo Beebe (Josh Lucas) worden neergezet.

Eén acteur in het bijzonder viel ons wel heel positief op. Ray McKinnon viel ons eerder al op in de televisiereeks Mayans MC waarin hij een hoogst intelligente en welbespraakte, maar eveneens manipulatieve politieagent neerzet. Hier speelt hij Phil Remington, één van de autobouwers en ingenieurs, en dat doet hij op een zeer subtiele, maar doeltreffende manier. In één mooie emotionele scène probeert hij Miles’ zoon Peter (Noah Jupe) gerust te stellen nadat die gezien heeft hoe zijn vader tijdens training in een ongeluk terecht kwam omwille van een remstelsel dat het liet afweten. Het is de mooiste scène van de film.

Het is pas wanneer er aan het racen gegaan wordt dat Le Mans ’66 het verschil maakt. Net als bij Rush (2013) destijds is de montage en het geluid (belangrijk in een film als deze) van zo’n hoog niveau dat je nog het liefst de 24 uur in zijn volledigheid wil zien en je letterlijk je nagels zit af te bijten in je cinemastoeltje.

Le Mans ’66 is zeer geschikt voor een deugddoend uitje naar de cinema en kent zijn momenten, maar we kunnen ons niet van de indruk ontdoen dat deze regisseur (James Mangold van 3:10 To Yuma, Walk The Line en Logan) meer had kunnen doen met deze acteurs. En toch: zelfs zonder rijbewijs op zak (en zonder de intentie om er ooit eentje te behalen) hebben we kunnen genieten van de ronkende motoren in Ford v Ferrari.

Score: 7/10

Gesponsorde artikelen