Japan gaat mogelijks radioactief water van Fukushima in zee dumpen: meer dan een miljoen ton vervuild vervuild water in opslag

Fukushima
epa: de getroffen kerncentrale in Fukushima

De Japanse kerncentrale van Fukushima, die in 2011 getroffen werd door een tsunami, zal gedwongen zijn om grote hoeveelheden radioactief water in zee te dumpen. Dat zegt nu ook de Japanse minister van Milieu Yoshiaki Harada. Tegen 2022 zal de beheerder, de Tokyo Electric Power Company (Tepco), niet meer over opslagplaats beschikken voor het water. Als het ooit zover komt, betekent het radioactieve water de doodsteek voor de visserij in het dichtbevolkte gebied. De Japanse regering moet nog een definitief besluit nemen over de zaak.

epa: de getroffen kerncentrale van Fukushima

In de kerncentrale zit meer dan een miljoen ton vervuild, radioactief water opgeslagen in bijna duizend tanks. De Japanse minister van Milieu Harada kwam vandaag met het idee om het water in zee te laten lopen en zo te laten verdunnen. “De enige mogelijkheid”, volgens Harada. Om hoeveel water het exact gaat, is niet geweten. Dat meldt onder andere de Japanse krant The Japan Times.

Toen Fukushima in 2011 getroffen werd door een tsunami, moesten tienduizenden mensen geëvacueerd worden. The World Nuclear Association verklaarde in oktober 2017 dat er geen sterfgevallen of gevallen van stralingsziekte door het nucleaire ongeval zijn geweest.

Paniek tot in Zuid-Korea

De lokale vissers, die de afgelopen acht jaar mee investeerden in de wederopbouw van de industrie, reageren bezorgd. Zij laten stralingscontroles uitvoeren voordat ze hun vangsten naar vismarkten verschepen. Toch is de angst groot dat het nieuws de visindustrie van het gebied opnieuw zal verlammen. Zelfs in Zuid-Korea maakt men zich zorgen over de eventuele dumping van het radioactief water.

epa: de getroffen kerncentrale van Fukushima

Bedenkelijke dumping uit 2011

Het zou niet de eerste keer zijn dat beheerder Tepco radioactief water in zee zou dumpen. In het voorjaar van 2011 dumpte het bedrijf al zo’n 11.500 ton radioactief water in de Stille Oceaan. Tepco sprak destijds van “relatief licht radioactief water”. “We hebben geen andere keuze dan het besmette water uit veiligheidsoverwegingen in zee te gooien”, klonk het toen bij de Japanse regering. Ook toen werd er water gedumpt om plaats te maken in de kerncentrale.

Tepco zei destijds dat het water een behandeling gekregen had, maar de kritiek bleef niet uit. Zo slaagde het bedrijf er nooit in om de radioactieve stof tritium uit het water te halen. Tepco bleef volhouden dat tritium in kleine hoeveelheden slechts een beperkt gezondheidsrisico vormt.

epa: de getroffen kerncentrale in Fukushima

Spookstad Okuma

Zo’n 160.000 mensen uit de omgeving van de kerncentrale moesten acht jaar geleden verhuizen. Een substantieel deel van de omgeving rond de kerncentrale is nog steeds verboden te betreden wegens stralingsgevaar.

Bovendien werd een deel van de nabijgelegen stad Okuma grondig gereinigd. Toch keerden amper 367 van de 11.000 oorspronkelijke inwoners van Okuma terug naar de stad.

Zorgwekkend rapport van Greenpeace

In 2017 bracht Greenpeace nog een onderzoek uit, waaruit bleek dat er nog hoge stralingsniveaus werden gemeten in gebieden die de Japanse regering eerder veilig verklaard had. Onder andere nieuwe boombladeren bevatten een hoge concentratie aan radioactiviteit, net als het stuifmeel van de Japanse boom de ceder.

Bovendien werden er in de vervuilde gebieden erfelijke mutaties waargenomen bij vlinders. Greenpeace verweet de Japanse regering de impact van de kernramp te minimaliseren. 

Gesponsorde artikelen