In het kort
- Nederlandse kerkgenootschappen erkennen hun rol in gedwongen adopties waarbij moeders tussen 1956 en 1984 van hun baby’s werden gescheiden.
- Hoewel ze de pijn erkennen die deze praktijken hebben veroorzaakt, weigert de CIO een formele verontschuldiging uit te spreken.
- De kerken bieden “pastorale begeleiding en steun” aan en geven aan dat ze zich inzetten voor de familiewaarden zoals die in de Bijbel staan.
Een overkoepelende organisatie die ongeveer dertig Nederlandse kerkgenootschappen vertegenwoordigt, erkent het leed van moeders die door gedwongen adopties van hun baby’s werden gescheiden. Ze hebben echter besloten geen formele excuses aan te bieden, zoals deze vrouwen eisten, zo meldt Trouw.
Het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken (CIO) erkende de betrokkenheid van de kerken bij deze praktijk, die tussen 1956 en 1984 naar schatting 15.000 jonge, vaak ongehuwde moeders trof. Druk van families, kinderbescherming en kerkelijke groeperingen die ongehuwd moederschap veroordeelden, leidde ertoe dat baby’s vaak direct na de geboorte werden weggehaald. Deze baby’s werden vervolgens in instellingen geplaatst of bij pleegouders ondergebracht.
Regering gaat verklaring van spijt afgeven
De Nederlandse regering is van plan deze zomer een verklaring van spijt af te geven over deze gedwongen adopties. Hoewel het CIO de scheidingen erkent als “een ingrijpende en pijnlijke gebeurtenis”, blijft het erbij dat er geen reden is voor excuses. CIO-woordvoerder Arthur Miedema zei dat hun standpunt, zoals uiteengezet in een formele verklaring, de situatie voldoende aanpakt.
De kerken stelden het belang van het gezin volgens bijbelse leerstellingen centraal en betreuren dat de praktijken destijds niet altijd in lijn waren met die kernwaarde. De CIO bevestigde dat ze nog steeds van mening is dat het scheiden van moeders en kinderen strijdig is met hun overtuigingen. Ze beloofden toegang te geven tot alle relevante informatie waarover de kerken beschikken en “pastorale begeleiding en ondersteuning” te bieden aan de getroffen ouders en kinderen. Volgens hen moet die ondersteuning bijdragen aan erkenning, zorg en herstel waar dat mogelijk is.
