In het kort
- Het eten van ultraverwerkte voedingsmiddelen draagt direct bij aan meer vet tussen de spieren, ongeacht je gewicht of bewegingsgewoonten.
- Te veel vet tussen de spieren verstoort de spierstructuur en -functie, waardoor spieren verzwakken en het risico op artrose toeneemt.
- Het is essentieel voor een optimale gezondheid van je spieren en botten om prioriteit te geven aan mager spierweefsel door een dieet met weinig ultraverwerkte voedingsmiddelen.
Een recent onderzoek gepubliceerd in Radiology laat een zorgwekkend verband zien tussen de consumptie van ultraverwerkte voedingsmiddelen en verslechtering van de spiergezondheid, ongeacht iemands gewicht of mate van lichaamsbeweging.
Zorgwekkende link met spiergezondheid
Ultraverwerkte voedingsmiddelen, die wereldwijd een groot deel van veel diëten uitmaken en bekendstaan als factoren die hartziekten en diabetes bevorderen, zijn nog weinig onderzocht wat betreft hun invloed op de gezondheid van spieren en botten. Het onderzoek laat zien dat voeding een aanzienlijke rol speelt in het algehele welzijn van spieren en botten.
Spieren slaan vet op twee verschillende manieren op: als banden tussen spiervezels (intermusculair vet) en als druppeltjes binnen spiervezels (intramusculair vet). Hoewel intramusculair vet een cruciale energiereserve is voor sporters, is een overmatige ophoping van intermusculair vet schadelijk. Meer intermusculair vet verstoort de optimale structuur en functie van spieren, wat hun vermogen om effectief kracht te genereren beïnvloedt.
Hoger risico op kraakbeenschade
De studie analyseerde gegevens van 615 personen met een verhoogd risico op knieartrose als gevolg van obesitas, overgewicht of eerdere blessures. MRI-scans van de heupen van de deelnemers toonden een direct verband aan tussen een dieet met veel ultraverwerkte voedingsmiddelen en verhoogde niveaus van intermusculair vet, ongeacht de body mass index, calorie-inname of lichaamsbeweging.
Deze ophoping van vet in de spieren verandert de spierstructuur en ‑functie, waardoor de stabiliteit van het kniegewricht in het gedrang komt en het risico op kraakbeenschade toeneemt, wat uiteindelijk kan leiden tot artrose. Er wordt daarbij op gewezen dat mager spierweefsel belangrijk is voor een optimale gezondheid van het bewegingsapparaat.
