In het kort
- Mensen die erg consciëntieus en vriendelijk zijn, fantaseren meestal minder vaak.
- Omgekeerd fantaseren mensen die hoger scoren op emotionele instabiliteit, vooral degenen die snel verdrietig zijn, vaker.
- Onderzoekers denken dat fantaseren kan dienen als een manier om met negatieve emoties zoals verdriet om te gaan.
Een recent onderzoek suggereert dat mensen die gevoeliger zijn voor negatieve emoties, vaker fantaseren, terwijl mensen die consciëntieuzer en vriendelijker zijn, minder fantaseren. Deze bevinding sluit aan bij het Big Five-persoonlijkheidsmodel, een raamwerk dat psychologen gebruiken om menselijk gedrag te begrijpen. Het model onderscheidt vijf belangrijke persoonlijkheidsdimensies: extraversie, vriendelijkheid, consciëntieusheid, emotionele instabiliteit en openheid voor ervaringen. Dat meldt Metronieuws.
Consciëntieusheid wordt verder gekenmerkt door eigenschappen als verantwoordelijkheid en productiviteit, terwijl emotionele instabiliteit gevoelens als angst en verdriet omvat. Hoewel seksuele fantasieën een veelvoorkomende menselijke ervaring zijn, is het onderzoek op dit gebied relatief beperkt geweest. In het verleden werden fantasieën vaak negatief bekeken of als abnormaal beschouwd. Nieuwere studies nemen echter een neutraler standpunt in en erkennen fantasieën als een normaal aspect van menselijk gedrag.
Link tussen persoonlijkheid en fantasieën
Om meer inzicht te krijgen in de relatie tussen persoonlijkheid en fantasieën, hebben onderzoekers van Michigan State University en Chapman University een studie uitgevoerd onder meer dan 5000 volwassenen. Deelnemers vulden vragenlijsten in om hun persoonlijkheidskenmerken te beoordelen en de frequentie waarmee ze verschillende soorten fantasieën ervoeren, variërend van romantische tot meer experimentele scenario’s.
De resultaten, gepubliceerd in PLOS One, lieten zien dat consciëntieuze en vriendelijke mensen minder vaak fantaseren. Dit patroon geldt voor verschillende soorten fantasieën. Onderzoekers denken dat een sterk verantwoordelijkheidsgevoel en het naleven van sociale normen hieraan kunnen bijdragen, omdat mensen die erg op regels gericht zijn, minder geneigd zijn om in hun gedachten af te wijken.
Fantasieën als copingmechanisme
Omgekeerd bleek dat mensen die hoger scoorden op emotionele instabiliteit vaker fantaseerden. Interessant genoeg was dit verband vooral sterk bij verdriet, en minder bij angst of stress. Onderzoekers stellen dat fantasieën voor deze groep als een copingmechanisme kunnen dienen, waardoor ze negatieve emoties tijdelijk kunnen verlichten door zich positieve of spannende situaties voor te stellen.
