In het kort
- Volgens Reporters Without Borders bereikte de wereldwijde persvrijheid in 2026 een historisch dieptepunt.
- Ondanks dat Europa bovenaan de ranglijst staat, kampt het met bedreigingen voor de journalistieke onafhankelijkheid door “artificiële wetten” die bedoeld zijn om berichtgeving te onderdrukken.
- Terwijl Noorwegen zijn koppositie behoudt, kende de Verenigde Staten een aanzienlijke daling, wat wijst op een zorgwekkende wereldwijde trend naar het criminaliseren van journalistiek.
Volgens een recent rapport van Reporters Without Borders (RSF) krijgen journalisten wereldwijd te maken met steeds moeilijkere werkomstandigheden. Hun jaarlijkse World Press Freedom Index laat zien dat 2026 een historisch dieptepunt was voor persvrijheid en journalistieke waarborgen. Hoewel Europa bovenaan de ranglijst staat, wijst RSF op toenemende obstakels voor journalisten op het continent. Verschillende lidstaten van de Europese Unie worden ervan beschuldigd de European Media Freedom Act (EMFA) te schenden, die bedoeld is om de journalistieke onafhankelijkheid te beschermen. Dat meldt Belga.
RSF bekritiseert wat ze “artificiële wetten” noemen, die door leiders worden gebruikt om hun macht te versterken en de vrijheid van berichtgeving te onderdrukken. Ze noemen een Duitse wet op de nationale veiligheid als voorbeeld en stellen dat deze de bescherming ondermijnt die journalisten en hun bronnen volgens de EMFA genieten. België zag zijn positie in de ranglijst verbeteren en klom naar de 16de plaats. RSF erkent dat er vooruitgang is geboekt bij het beschermen van publieke omroepen tegen politieke druk en merkt op dat er binnen de media-regelgevende instanties verschillende perspectieven aanwezig zijn. Ze wijzen echter ook op een aanzienlijke daling van de advertentie-inkomsten, waardoor de Belgische mediakanalen verzwakken.
Noorwegen opnieuw aan kop
Noorwegen behoudt zijn positie aan de top van de wereldwijde index, gevolgd door Nederland en Estland. De Verenigde Staten kenden een opvallende daling en zakten zeven plaatsen naar de 64ste plek. Ondertussen worden verschillende Latijns-Amerikaanse landen geconfronteerd met escalerend geweld en onderdrukking, wat de persvrijheid verder in gevaar brengt. China, Noord-Korea en Eritrea bezetten de onderste drie plaatsen, waarbij Eritrea als laatste op de 180ste plek staat.
Het algemene beeld is somber: meer dan de helft van de onderzochte landen wordt geclassificeerd als landen met “moeilijke” of “zeer moeilijke” omstandigheden voor journalisten – het laagste percentage in 25 jaar. RSF wijst op het groeiende gevaar van juridische stappen tegen journalisten en waarschuwt voor de toenemende criminalisering van de journalistiek als gevolg van een verzwakkende rechtsstaat.
