In het kort
- De meeste Nederlandse huishoudens bieden hun huishoudelijk personeel geen wettelijk verplicht betaald ziekteverlof en vakantiedagen.
- Ondanks regelgeving die al sinds 2007 bestaat, is er nog steeds een groot gebrek aan bewustzijn over de verplichtingen van werkgevers ten opzichte van huishoudelijk personeel.
- Door deze situatie zijn huishoudhulpen financieel kwetsbaar bij ziekte of vakantie en bouwen ze geen pensioen op.
De overgrote meerderheid van Nederlandse huishoudens biedt hun huishoudelijke hulp geen betaald ziekteverlof, ondanks dat dit al bijna twintig jaar wettelijk verplicht is. Dat blijkt uit promotieonderzoek van socioloog David de Kort aan de Universiteit Utrecht, meldt BNR.
Beperkte naleving in de praktijk
De Regeling huishoudelijke dienstverlening (Rdah), stelt duidelijk dat het huishouden als werkgever geldt voor huishoudelijk personeel, ongeacht of het werk officieel is aangegeven. Deze kwalificatie brengt specifieke verplichtingen met zich mee voor werkgevers. Uit het onderzoek van De Kort blijkt dat er bij huishoudens veel onbekendheid bestaat over de Rdah. Hoewel het tijd kost voordat beleid echt ingang vindt, is de regeling al sinds 2007 van kracht. De bevindingen schetsen een zorgwekkend beeld: slechts 10 procent van de Nederlandse huishoudens biedt hun huishoudelijke hulp betaald ziekteverlof. Nog minder huishoudens (7 procent) bieden betaald verlof aan.
Bovendien stopt meer dan de helft van de huishoudens met het betalen van hun huishoudelijke hulp wanneer zij zelf op vakantie gaan. Volgens de Rdah hebben werkgevers nochtans de verplichting om zes weken betaald ziekteverlof te voorzien voor huishoudelijk personeel. Daarnaast moeten ze het minimumloon respecteren, een vakantietoeslag van 8 procent betalen en vakantiedagen toekennen. Hoewel huishoudens zich in het begin meestal nog aan het minimumloon houden, blijkt uit het onderzoek van De Kort dat loonsverhogingen zeldzaam zijn.
Wetgeving geldt ook zonder contract
Volgens platformexpert Martijn Arets, die eerder onderzoek deed naar het inmiddels verdwenen platform Helping, geldt de regelgeving voor huishoudelijk werk (Rdah) in alle situaties. Dit is zowel van toepassing op officieel aangegeven werk als op zwartwerk. Met andere woorden: ongeacht of de betaling contant gebeurt, via een platform verloopt of informeel wordt geregeld, blijven de wettelijke verplichtingen hetzelfde. Arbeidsrechtadvocaat Matthias Stuij zegt dat huishoudelijk personeel dat niet het rechtmatige loon ontvangt, dit met terugwerkende kracht kan opeisen, zelfs zonder schriftelijk contract.
Een mondelinge afspraak of zelfs een eenvoudig briefje kan voldoende zijn om een arbeidsrelatie aan te tonen, zolang de essentiële elementen aanwezig zijn: loon, arbeid en gezag. Volgens Stuij maken huishoudelijke hulpen die juridische stappen ondernemen een reële kans om hun gelijk te halen. Toch verwacht hij dat slechts weinig werknemers effectief naar de rechter stappen, omdat dit veel tijd en middelen vraagt. Waarschijnlijk zullen velen er daarom voor kiezen om het probleem rechtstreeks met hun werkgever te bespreken.
