In het kort
- Het aantal ebola-besmettingen is gestegen tot 900 vermoedelijke gevallen in de DRC en Oeganda.
- Geweld en onrust in de regio maken het moeilijk om de uitbraak onder controle te krijgen.
- De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft deze uitbraken uitgeroepen tot een wereldwijde noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid.
Volgens een update die WHO-directeur-generaal Tedros Adhanom Ghebreyesus deelde op X zouden ongeveer 900 mensen mogelijk ebola hebben opgelopen in de Democratische Republiek Congo. Tot nu toe zijn er 101 gevallen officieel bevestigd in het land waar de uitbraak begon.
Strikte begrafenisregels in epicentrum Ituri
De ernst van de crisis wordt duidelijk door cijfers van het ministerie van Volksgezondheid van de Democratische Republiek Congo: 204 mensen zijn overleden aan het virus. De uitbraak beperkt zich bovendien niet langer tot één land, want er zijn nu ook besmettingen vastgesteld in buurland Oeganda.
Volgens de autoriteiten is het besmettingsrisico bij overleden patiënten erg hoog. Daarom worden begrafenissen in de provincie Ituri, het epicentrum van de uitbraak, alleen nog uitgevoerd door gespecialiseerde teams. Dit moet voorkomen dat het virus zich verder verspreidt tijdens traditionele rituelen.
WHO vraagt dringende internationale samenwerking
Tedros omschreef de huidige situatie als zeer alarmerend en zei dat het moeilijk is om het virus onder controle te krijgen door geweld en instabiliteit in de regio. Daardoor raken hulpverleners en gezondheidsdiensten vaak gehinderd in hun werk, wat de verspreiding nog moeilijker maakt om te stoppen.
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft daarom de uitbraken in zowel de Democratische Republiek Congo als Oeganda uitgeroepen tot een wereldwijde noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid. Dat betekent dat er dringend internationale samenwerking nodig is om de epidemie in te dammen en verdere verspreiding te voorkomen.
