In het kort
- EU-vertegenwoordigers zijn overeengekomen om uitzettingscentra in niet-EU-landen op te zetten om uitzettingen te stroomlijnen.
- Nieuwe gestandaardiseerde terugkeerbevelen moeten de handhavingskloof voor afgewezen asielzoekers dichten.
- Humanitaire organisaties waarschuwen dat deze strenge regels voor detentie en uitzetting een risico vormen voor fundamentele mensenrechten.
EU-vertegenwoordigers hebben een voorlopig akkoord bereikt om de uitzetting van mensen zonder legaal verblijfsrecht strenger aan te pakken. Een belangrijk onderdeel van dit nieuwe kader is de goedkeuring van terugkeerhubs in niet-EU-landen. Deze faciliteiten kunnen fungeren als tijdelijke doorvoerpunten of eindbestemmingen voor mensen die worden uitgezet. Dat meldt Belga.
Hoewel landen als Oostenrijk, Denemarken, Griekenland, Nederland en Duitsland al interesse hebben getoond in dit initiatief, schrijven de regels voor dat dergelijke centra alleen mogen worden opgezet in landen die de mensenrechten respecteren en de terugkeer van mensen naar gevaarlijke gebieden verbieden. Bovendien is het strikt verboden om alleenstaande minderjarigen naar deze hubs over te brengen.
Standaardisering van uitzettingsprocedures
Om het proces te stroomlijnen, introduceert de overeenkomst een gestandaardiseerd Europees terugkeerbevel. Dit document verplicht lidstaten om de belangrijkste onderdelen van een uitzettingsbevel gedetailleerd vast te leggen, om zo een bredere wederzijdse erkenning binnen de EU te garanderen. Desondanks drongen landen als België aan op een voorbehoud: lidstaten zijn momenteel niet verplicht om terugkeerbevelen van andere EU-landen uit te voeren.
De nieuwe regelgeving legt ook een wettelijke verplichting op aan afgewezen asielzoekers en mensen zonder papieren om de nationale autoriteiten te helpen bij hun vertrek. Personen die als veiligheidsrisico worden beschouwd of die waarschijnlijk zullen verdwijnen, kunnen tot 24 maanden worden vastgehouden, met een mogelijke verlenging van zes maanden. Wie weigert mee te werken, kan te maken krijgen met een langdurig verbod op terugkeer naar de EU.
Handhavingskloof dichten
Dit initiatief vormt het sluitstuk van het bredere asiel- en migratiepact dat volgende week van kracht wordt, en pakt een aanzienlijke kloof aan waarbij momenteel slechts 20 procent tot 30 procent van de terugkeerbevelen wordt uitgevoerd. Assita Kanko, een Europarlementariër van de N-VA, prees de deal als een prestatie die zijn weerga niet kent in tien jaar, met het argument dat een migratiesysteem geen geloofwaardigheid heeft als het niet in staat is 80 procent van degenen van wie de aanvraag is afgehandeld, uit te zetten.
Aan de andere kant hebben humanitaire organisaties zoals Vluchtelingenwerk Vlaanderen en 11.11.11 de maatregelen veroordeeld. Ze waarschuwen dat het beleid gevaarlijk is en het risico met zich meebrengt dat er een systeem ontstaat dat draait om detentie en dwang, wat de fundamentele mensenrechten in gevaar kan brengen.
Op weg naar formele goedkeuring
De overeenkomst wacht nu op formele goedkeuring door het Europees Parlement, waar rechtse en extreemrechtse fracties veel invloed hebben, en de lidstaten. Zodra de regels zijn geratificeerd, treden ze snel in werking, hoewel er een overgangsperiode van 12 maanden is voorzien zodat landen hun wettelijke kaders en digitale infrastructuur kunnen aanpassen.
