In het kort
- Minister Pete Hegseth heeft de bevordering van verschillende officieren bij de marine en het leger tegengehouden.
- Ambtenaren van het Pentagon ontkennen vooringenomenheid en beweren dat er sprake is van een strikte meritocratie.
- Wetgevers waarschuwen dat deze zuiveringen de militaire stabiliteit en het moreel in gevaar brengen.
Een recent rapport van The New York Times geeft aan dat de Amerikaanse minister van Defensie Pete Hegseth heeft voorkomen dat ten minste zeven marineofficieren werden gepromoveerd.
Kritiek op selectieproces binnen marine neemt toe
Twee vrouwen en twee zwarte mannen vielen buiten de promotielijst, en drie blanke mannen schrapte de minister eveneens uit de selectie. Uit de gegevens in het rapport blijkt een onevenwichtige vertegenwoordiging: hoewel vrouwen ongeveer 21 procent van de actieve marine uitmaken en etnische minderheden ongeveer 38 procent, stonden er geen vrouwen en slechts twee niet-blanke officieren op de promotielijst van mei. Voormalige en huidige defensiefunctionarissen noemen deze manoeuvres uiterst ongebruikelijk.
Pentagon ontkent beschuldigingen van vooringenomenheid
In reactie hierop verwierp Pentagon‑woordvoerder Sean Parnell de beschuldigingen via X en stelde hij dat de publicatie een “racistische” agenda promoot met “radicaal linkse” journalistiek. Parnell zei dat de regering inzet op een strikte meritocratie en dat huidskleur en geslacht geen rol spelen bij promotiebeslissingen. Hij voegde eraan toe dat onder minister Hegseth en president Trump promoties uitsluitend worden toegekend aan mensen die ze volgens hem door hun prestaties hebben verdiend.
Deze beschuldigingen sluiten aan bij eerdere berichtgeving van NBC News in april. Op basis van getuigenissen van negen functionarissen stelde dat rapport dat Hegseth promoties in alle takken van het leger belemmerde door personen te benadelen op basis van hun geslacht, ras of vermeende politieke banden met de vorige regering. Dit patroon kwam ook in maart naar voren, toen berichtgeving meldde dat de minister vier legerofficieren, twee vrouwen en twee zwarte officieren, belette de rang van éénsterrengeneraal te bereiken.
Wetgevers waarschuwen voor institutionele schade
Kritiek op deze acties kwam ook van vertegenwoordiger Adam Smith, het hoogste lid van de House Armed Services Committee. Smith stelde dat Hegseth een “cultuuroorlog” voert door ervaren militaire leiders te verwijderen en promotielijsten te manipuleren.
Volgens Smith richt de minister zich op degenen die niet aansluiten bij zijn persoonlijke wereldbeeld of die zijn autoriteit uitdagen, in plaats van te vertrouwen op professionele competentie. Smith waarschuwde dat dergelijk gedrag de militaire stabiliteit in gevaar brengt, het onpartijdige karakter van de strijdkrachten ondermijnt en het moreel van militairen schaadt.
