In het kort
- Midden-Europese landen staan bovenaan in de EU wat betreft de beschikbaarheid van ziekenhuisbedden.
- West- en Noord-Europese landen hebben aanzienlijk minder bedden.
- De focus in de moderne geneeskunde verschuift van bedden voor intramurale zorg naar poliklinische zorg.
Volgens recente statistieken van Eurostat domineren Midden-Europese landen de ranglijst voor de beschikbaarheid van ziekenhuisbedden in verhouding tot de bevolkingsomvang binnen de Europese Unie.
Oost-Europese dominantie
Bulgarije staat bovenaan, met 870 bedden per 100.000 inwoners. Duitsland en Roemenië volgen op de voet op de tweede en derde plaats, met respectievelijk 759 en 731 bedden, terwijl Oostenrijk op de vierde plaats staat met 655.
Polen blijft sterk vertegenwoordigd in de top tien en staat op de zevende plek met 627 bedden per 100.000 mensen. Andere landen uit het voormalige Oostblok, zoals Tsjechië, Hongarije, Kroatië en Slowakije, zitten ook boven het EU-gemiddelde van 507 bedden. België sluit de top tien af met 536 bedden.
Trends in West- en Noord-Europa
Daarentegen rapporteerden verschillende West- en Noord-Europese landen aanzienlijk lagere cijfers.
Zweden had met 187 de minste beschikbare bedden, terwijl Ierland, Spanje, Finland, Denemarken en Nederland ook cijfers noteerden die ruim onder het continentale gemiddelde lagen.
Verschuiving naar poliklinische zorg
Eurostat merkt op dat de bedcapaciteit in de hele EU in de loop der tijd gestaag is afgenomen. Deze trend wordt toegeschreven aan een verschuiving naar poliklinische zorg en kortere opnameduur. Daarnaast hebben vooruitgang in de medische technologie en een strategische koers om de capaciteit van verzorgingstehuizen voor ouderen te vergroten bijgedragen aan deze systematische daling in de behoefte aan ziekenhuisbedden.
