In het kort
- Het Europees Parlement heeft zijn goedkeuring gegeven aan de invoering van een digitale euro, die naar verwachting in 2029 gelanceerd wordt.
- EU-instellingen moeten nu onderhandelen over bezitslimieten en privacybescherming, voordat het proefprogramma volgend jaar van start gaat.
- De digitale euro moet de groeiende dominantie van particuliere digitale betaalmiddelen en cryptovaluta tegengaan.
Het Europees Parlement heeft de invoering van een digitale euro officieel goedgekeurd, waardoor de verwachte lanceringsdatum in 2029 dichterbij komt. Bij de stemming stemden 416 parlementsleden voor, 169 tegen en 22 onthielden zich. Het Parlement gaat nu in overleg met de EU-lidstaten om het definitieve kader voor deze digitale centralebankmunt vast te leggen.
Operationele kader uitwerken
De rest van het jaar zullen ambtenaren onderhandelen over cruciale operationele details. Daarbij gaat het onder meer over limieten voor individuele tegoeden, de vergoedingsmodellen voor betalingsdienstaanbieders en banken, en de plaatsen waar de digitale euro moet worden aanvaard. Daarnaast blijft het waarborgen van robuuste privacybescherming voor gebruikers een primaire doelstelling van deze gesprekken.
Weg naar invoering
Mocht het Parlement en de lidstaten tegen het einde van het jaar tot een akkoord komen, dan is de Europese Centrale Bank (ECB) van plan om volgend jaar een proefprogramma te starten. Met de digitale euro wil de ECB inspelen op het afnemende gebruik van contant geld en de groeiende dominantie van particuliere betalingssystemen, waaronder cryptoplatformen en grote technologiebedrijven.
Monetaire controle en zorgen over privacy
In tegenstelling tot gewone elektronische banksaldi, die verplichtingen van commerciële banken vertegenwoordigen, zou de digitale euro fungeren als een directe elektronische versie van wettig betaalmiddel. Volgens de ECB helpt dat om de monetaire controle te behouden en een publiek alternatief te bieden voor particuliere digitale betaalmiddelen. Critici blijven echter waarschuwen voor de mogelijke gevolgen voor de anonimiteit van gebruikers en de bescherming van persoonsgegevens.
