In het kort
- Een aardbeving met een kracht van 7,4 op de schaal van Richter heeft in heel Colombia minstens 132 mensen het leven gekost.
- President Abelardo de la Espriella heeft alle officiële communicatie gecentraliseerd om de noodsituatie in goede banen te leiden.
- Militaire avondklokken en gesloten luchthavens hebben de westelijke regio’s lamgelegd om plunderingen te voorkomen en reddingsacties mogelijk te maken.
Een krachtige aardbeving met een kracht van 7,4 op de schaal van Richter heeft Colombia verwoest, met minstens 132 doden en 570 gewonden tot gevolg. Uit eerste berichten van de Colombiaanse Vereniging van Hoofdsteden blijkt dat deze cijfers nog kunnen stijgen. Volgens El Espectador waren de departementen Cauca en Risaralda het zwaarst getroffen, met respectievelijk 60 en 15 doden, terwijl er in Chocó 13 doden vielen. Ook in Quindío en Caldas werd schade vastgesteld.
De aardbeving vond ongeveer 103 kilometer onder de grond plaats binnen de Nazca-plaat, vlakbij San José del Palmar in het zuidoosten van Chocó. Deze regio, gelegen tussen Medellín en Cali, heeft vaak last van bevingen omdat de Nazca-plaat voortdurend onder de Zuid-Amerikaanse plaat wordt geduwd, wat de vulkanische en seismische activiteit in de Andes aanwakkert. Hoewel het epicentrum in Chocó lag, kreeg de stad Cali te maken met de grootste structurele schade.
Reactie van de overheid
Als reactie op de ramp bezocht president Abelardo de la Espriella Quibdó en Cali, en gaf hij opdracht om 32 soldaten en 60 reddingsspecialisten vanuit Bogotá in te zetten. De president stelde een strikt communicatieprotocol vast, waarbij hij voorschreef dat alle officiële updates uitsluitend via het presidentiële bureau mochten worden verspreid, om tijdens de noodsituatie een eenduidige commandostructuur te garanderen.
Om de openbare orde te handhaven en reddingsoperaties mogelijk te maken, voerden lokale leiders strenge avondklokken in. In Cali zette burgemeester Alejandro Eder het leger in om plunderingen te voorkomen en zo reddingsploegen de kans te geven om overlevenden te vinden die onder het puin vastzaten. Ook burgemeester Mauricio Salazar van Pereira en gouverneur Henry Gutiérrez Ángel van Caldas legden nachtelijke beperkingen op om winkelgebieden en woonwijken te beschermen.
Instorting van infrastructuur en vervoer
De ramp zorgde voor grootschalige storingen in de nutsvoorzieningen, waardoor de elektriciteit en mobiele netwerken uitvielen.
Ook het vliegverkeer lag stil: op zes luchthavens in het westen, waaronder Buenaventura, Armenia en Manizales, werd de vluchtverkeersleiding stilgelegd.
Internationale reacties
De schokken waren zelfs in Panama en Ecuador voelbaar, wat leidde tot internationale hulp. De Mexicaanse president Claudia Sheinbaum en de Spaanse premier Pedro Sánchez boden allebei de steun van hun land aan.
Daarnaast betuigde de Venezolaanse oppositieleider María Corina Machado haar medeleven en benadrukte ze het belang van wereldwijde samenwerking tijdens zulke crises. Deze tragedie volgt op een reeks zware aardbevingen voor de Venezolaanse kust in juni, waarbij meer dan 5.000 mensen omkwamen.
