In het kort
- Koning Charles betaalt de huur voor niet-werkende leden van de koninklijke familie in paleizen die door de staat worden onderhouden.
- Door verouderde taxaties kunnen leden van de koninklijke familie ver onder de marktprijs wonen.
- Deze subsidies leiden tot politieke kritiek omdat het lijkt alsof de belastingbetaler wordt uitgebuit.
Een recent onderzoek van het National Audit Office (NAO), de Britse toezichthouder op overheidsuitgaven, heeft opvallende vastgoedregelingen rond de Britse koninklijke familie blootgelegd. Daaruit blijkt onder meer dat prinsessen Beatrice en Eugenie nooit zelf hebben betaald voor hun paleiswoningen. Hoewel beide zussen geen officiële koninklijke taken uitvoeren en ook elders vastgoed bezitten, werd hun huur vroeger betaald door wijlen koningin Elizabeth. Vandaag neemt koning Charles die kosten op zich. Dat meldt The Telegraph.
Discussie over privé-inkomsten en paleisfinanciering
Die betalingen komen uit de zogenaamde Privy Purse, de privé-inkomsten van de koning die afkomstig zijn uit het hertogdom Lancaster. Prinses Beatrice woont nog steeds in St James’s Palace, waar ze in 2008 introk. Prinses Eugenie verhuisde in 2018 naar Ivy Cottage in Kensington Palace. Hoewel dit geld niet rechtstreeks van de belastingbetaler komt, ligt de regeling gevoelig omdat het onderhoud van de paleizen wél betaald wordt via de Sovereign Grant, dus met publieke middelen.
Uit verder onderzoek blijkt dat de huurprijzen gebaseerd waren op verouderde schattingen van de marktwaarde, die veel lager lagen dan de huidige prijzen. Zelfs interne regels die bepaalden dat minstens 60 procent van de marktwaarde moest worden aangerekend, zouden niet altijd zijn gevolgd. Dat zorgt voor kritiek, zeker omdat beide prinsessen zelf een succesvolle carrière hebben en getrouwd zijn met welgestelde partners. Zo bezit prinses Eugenie een luxe villa in Portugal, en heeft prinses Beatrice een landgoed in de Cotswolds.
Onduidelijkheid over inkomsten Royal Lodge bij prins Andrew
Het NAO-onderzoek kwam er oorspronkelijk door onregelmatigheden rond prins Andrew. De in opspraak geraakte prins mocht drie huisjes op zijn landgoed Royal Lodge verhuren, maar er zijn geen officiële cijfers over die inkomsten. Daardoor is het onduidelijk of hij daar zelf financieel voordeel uit haalde.
Ook andere leden van de koninklijke familie zouden van gelijkaardige regelingen profiteren. Koning Charles betaalt bijvoorbeeld nog altijd een jaarlijkse huur van 120 duizend pond (ongeveer 138 duizend euro) voor het appartement van prins en prinses Michael van Kent in Kensington Palace.
Opvallend is ook de deal rond het landhuis van prinses Alexandra in Richmond Park. Dat contract loopt tot 2144, dus ver voorbij haar levensverwachting, terwijl ze slechts 1.500 pond per jaar betaalt voor een woning die miljoenen waard is.
Voormalig minister noemt situatie rond royals een schandaal
De bevindingen leiden tot felle kritiek van politici. Voormalig minister Norman Baker noemt de situatie een schandaal en spreekt van “totale minachting” voor de belastingbetaler. Volgens hem zouden niet-werkende royals zulke voordelen niet mogen krijgen.
Buckingham Palace reageerde met een korte en terughoudende verklaring. Daarin zegt het paleis het rapport te waarderen om de transparantie. Het stelt ook dat huurprijzen verschillen per locatie, gebruik van het pand en de strenge veiligheidseisen die gelden voor koninklijke residenties.
