In het kort
- De Nederlandse politie heeft in 2024 meer dan 10 duizend ernstige misdrijven genegeerd.
- Een tekort aan middelen en administratieve tekortkomingen hebben het onderzoeksproces lamgelegd.
- Door verkeerd gestelde prioriteiten kregen kleine overtredingen vaak de voorkeur boven ernstige maatschappelijke bedreigingen.
Uit een recent onderzoek van de Nederlandse Rekenkamer blijkt dat de Nederlandse politie in 2024 meer dan 10 duizend ernstige misdrijven niet heeft onderzocht. Dat is ongeveer 25 procent van alle gemelde zware misdrijven. Het gaat onder meer om identiteitsdiefstal, de productie van verdovende middelen en verschillende geweldsdelicten die door burgers en bedrijven zijn gemeld, dat meldt ANP.
Grote achterstand in opsporing van misdrijven
Uit de controle blijkt dat ongeveer 7 duizend zaken zijn geseponeerd nog voor er actie werd ondernomen. Nog eens 3 duizend zaken zijn tijdens het onderzoek stopgezet. De Rekenkamer wijt dit aan een tekort aan middelen bij de politie en het Openbaar Ministerie (OM). Ook verschilt de aanpak sterk per regio. Daarnaast zijn er problemen met de administratie. Strafrechtelijke onderzoeken worden niet overal op dezelfde manier geregistreerd en opgevolgd. Er is ook geen goed systeem om resultaten te volgen.
Volgens de Rekenkamer hebben de politiechef en de minister geen exact zicht op de kosten. Wel wordt geschat dat ongeveer 41 procent van het politiebudget naar onderzoeken gaat, goed voor zo’n 3,3 miljard euro.
Kleine zaken krijgen soms voorrang
Het rapport wijst erop dat tegenstrijdige prioriteiten tussen de politie, het Openbaar Ministerie en het ministerie van Justitie en Veiligheid het werk hebben bemoeilijkt.
In sommige gevallen kregen kleine overtredingen voorrang boven ernstigere misdrijven die veel maatschappelijke schade veroorzaken. Daarom roept de Rekenkamer op om de onderzoeksprioriteiten te vereenvoudigen en opnieuw te bekijken. Ook moet het systeem voor registratie en opvolging volledig worden herzien.
Tekort aan middelen speelt grote rol
In reactie hierop geven politiechef Janny Knol en minister van Justitie en Veiligheid David van Weel toe dat de regels rond besluitvorming en onderzoek strenger moeten worden. Van Weel wijst erop dat een gebrek aan middelen en de complexiteit van politiewerk meespelen in de problemen. Hij wil ook meer duidelijkheid over de resultaten van de politie en waar het geld precies naartoe gaat.
(RH)
