In het kort
- Hooggeplaatste Vlaamse ambtenaren zorgen ervoor dat hun eigen gemeente aanzienlijk meer overheidsgeld krijgt.
- Leden van de parlementaire meerderheid en burgemeesters zorgen voor de grootste financiële voordelen.
- Insiderkennis en expertise bij het indienen van aanvragen zorgen voor deze statistische voordelen bij de toekenning van subsidies.
Een recente analyse van de Universiteit Gent, uitgegeven door De Tijd, wijst op een verband tussen de woonplaats van Vlaamse ministers en de hoeveelheid overheidsgeld die hun eigen gemeenten ontvangen. Onderzoek door Benjamin Descamps, een doctoraatsstudent in Public Management, keek naar de verdeling van subsidies van 2004 tot 2023.
Uit de gegevens blijkt dat gemeenten waar een Vlaamse minister woont doorgaans 25 procent meer financiële steun krijgen, terwijl gemeenten waar parlementsleden wonen gemiddeld 8,5 procent meer krijgen.
Belangrijke invloeden
De bevindingen laten specifieke nuances zien over welke ambtenaren deze geldstromen beïnvloeden. Het positieve effect is vooral te zien bij leden van de parlementaire meerderheid, met name degenen die ook burgemeester zijn.
Daarentegen bleek uit het onderzoek dat ministers die vanuit een professionele of maatschappelijke achtergrond in de regering terechtkwamen, hun thuisdistricten geen vergelijkbaar voordeel leken te bieden.
Statistische patronen
Wat de aard van deze trends betreft, verduidelijkte de universiteit dat de resultaten statistische patronen weergeven en geen bewijs zijn van specifieke, bevooroordeelde beslissingen.
Descamps merkte op dat uit anonieme gesprekken met voormalige ambtenaren blijkt dat het binnenhalen van geld vaak een kwestie is van de nodige voorkennis hebben, goed op de hoogte blijven en het effectief beheren van aanvraagprocedures.
Officiële reactie op de bevindingen
In reactie op het rapport zei begrotingsminister Ben Weyts dat deze resultaten te verwachten waren. Hij stelde dat kiezers over het algemeen verwachten dat hun lokale vertegenwoordigers zich inzetten voor regionale investeringen, wat suggereert dat een politicus die er niet in slaagt middelen voor zijn eigen gemeenschap binnen te halen, door kiezers wellicht kritischer wordt bekeken.
