In het kort
- Europese landen stellen de pensioenleeftijd uit om ervoor te zorgen dat de pensioenstelsels financieel houdbaar blijven.
- Door demografische verschuivingen moeten werknemers aanzienlijk meer jaren blijven werken.
- Denemarken loopt voorop in de regio: de verwachte pensioenleeftijd zou daar wel eens 74 kunnen worden.
Prognoses uit het rapport Pensions at a Glance 2025 van de OESO wijzen op een algemene trend naar een langer beroepsleven in heel Europa. Om de pensioenstelsels financieel draagkrachtig te houden zonder uitkeringen te verlagen of premies te verhogen, kiezen veel landen ervoor om de pensioenleeftijd te verhogen.
Daardoor zal de gemiddelde pensioenleeftijd in de EU voor mannen naar verwachting stijgen van 64,7 naar 66,7 jaar, terwijl die voor vrouwen tegen het einde van de jaren 2060 zal verschuiven van 64 naar 66,4 jaar.
Verschillen tussen mannen en vrouwen en per regio
De gevolgen van deze veranderingen lopen sterk uiteen per geslacht en per regio. Ongeveer 75 procent van de Europese landen is van plan de pensioenleeftijd voor vrouwen te verhogen, tegenover ongeveer twee derde voor mannen. Als je de mensen die nu met pensioen gaan vergelijkt met mensen die in 2024 op hun 22e aan hun carrière begonnen, blijkt uit de gegevens dat die laatste groep meer jaren op de arbeidsmarkt zal doorbrengen.
Uit de huidige gegevens blijkt dat de Scandinavische landen en Nederland al voorop lopen in de EU met een pensioenleeftijd voor mannen van 67 jaar. Turkije is daarentegen een grote uitschieter met een huidige pensioenleeftijd van 52 jaar, terwijl Griekenland, Luxemburg en Slovenië met 62 jaar tot de laagste behoren. Van de grootste economieën in de EU moeten mannen in Duitsland momenteel langer werken dan in Frankrijk.
Toekomstprognoses voor mannen
Tegen het einde van de jaren 2060 zal Denemarken naar verwachting de hoogste pensioenleeftijd voor beide geslachten hebben, mogelijk oplopend tot 74 jaar. Andere landen waar de leeftijd flink stijgt zijn Estland en Italië, waar de leeftijd mogelijk 70 of 71 jaar bereikt. Italië zal naar verwachting de hoogste toekomstige pensioenleeftijd hebben van de grote Europese economische machten, gevolgd door het VK en Duitsland. Turkije zal de meest ingrijpende stijging meemaken: de pensioenleeftijd voor mannen stijgt met 13 jaar en voor vrouwen met 14 jaar.
Trends voor de pensioenleeftijd van vrouwen
Voor vrouwen liggen de huidige hoge normen bij Noorwegen, IJsland, Nederland en Denemarken op 67 jaar, terwijl Polen met 60 jaar nog steeds een van de laagste is. Toekomstige prognoses laten een vergelijkbaar patroon zien als bij mannen, waarbij Denemarken en Italië de grootste stijgingen zullen meemaken. Van sommige landen, zoals Spanje, wordt echter verwacht dat ze de pensioenleeftijd voor vrouwen stabiel houden op 65 jaar.
Deze aanpassingen worden gedreven door een snel vergrijzende bevolking. De OESO waarschuwt dat er in 2050 52 mensen van 65 jaar en ouder zullen zijn per 100 volwassenen in de werkende leeftijd, een forse stijging ten opzichte van slechts 22 mensen in dezelfde categorie in 2000. Hoewel sommige landen, zoals Denemarken, hun formules misschien aanpassen op basis van de levensverwachting, wijst de algemene trend in de richting van een latere uittreding uit het beroepsleven.
