In het kort
- Door AI gegenereerde “rommel” bedreigt nu de integriteit van prestigieuze literaire wedstrijden.
- Detectietools en scepsis bij uitgevers laten een groeiende crisis rond synthetische tekst zien.
- Critici geven het falende menselijke oordeel de schuld dat onzinnige proza heeft gewonnen.
Een recente controverse rond de Commonwealth Short Story Prize heeft een debat aangewakkerd over de opkomst van door AI gegenereerde “literaire rommel” en de mogelijke achteruitgang van kritisch lezen. Het geschil draait om Serpent in the Grove, een verhaal van de Trinidadiaanse auteur Jamir Nazir. Terwijl de jurylid uit het Caribisch gebied het stuk prees om zijn beeldende en economische taalgebruik, vonden veel lezers de proza bizar en onzinnig. Ze wezen op metaforen die kunstmatig en hol aanvoelden.
Een klap voor het literaire prestige
De publicatie van het verhaal in het tijdschrift Granta gaf het schandaal extra gewicht. Omdat Granta fungeert als een prestigieuze springplank voor opkomende schrijvers, heeft de bewering dat een door een machine geschreven stuk de drempel kon halen.
Technische analyses wakkerden het vuur nog verder aan. Het AI-detectiebedrijf Pangram meldde dat 100 procent van Nazirs verhaal door een machine was geschreven. Het suggereerde dat twee andere winnaars, Sharon Aruparayil en John Edward DeMicoli, mogelijk ook AI hadden gebruikt. Hoewel de Commonwealth Foundation haar strenge selectieproces verdedigde en de auteurs de beschuldigingen ontkenden, gebruikte Granta’s eigen uitgever Claude.ai om de tekst te analyseren. De conclusie was dat het werk vrijwel zeker niet door een mens alleen was geschreven.
De strijd tegen de opkomst van “slop”
Dit incident maakt deel uit van een bredere trend van AI-infiltraties in de literatuur. Voorbeelden daarvan zijn de terugtrekking van de roman Shy Girl door Hachette en de bekentenissen van Nobelprijswinnaar Olga Tokarczuk over het gebruik van AI voor onderzoek. Sommige uitgevers hebben al maatregelen genomen om deze trend tegen te gaan. Neil Clarke van het tijdschrift Clarkesworld stopte in 2023 met het accepteren van inzendingen na een golf van AI-content. Clarke stelt dat AI weliswaar als geavanceerd wordt gepromoot, maar vaak “slop” produceert die wordt gekenmerkt door voorspelbare stilistische patronen en emotionele leegte. Hij vergelijkt de strijd tegen AI-schrijven met de langdurige strijd tegen e-mailspam. Daarbij merkt hij op dat detectietools weliswaar helpen, maar dat menselijk toezicht essentieel blijft.
Naast de technische uitdaging heeft het schandaal het vertrouwen tussen makers en hun publiek geschaad. Clarke merkt op dat de opkomst van synthetische tekst een klimaat van scepsis creëert dat onterecht ten koste gaat van echte nieuwe schrijvers.
Een falen van het menselijk oordeel
Sommige critici beweren dat het probleem niet bij de technologie ligt, maar bij een falend menselijk oordeel. Romanschrijver Will Self suggereerde dat het incident een “beschavingsbreuk” blootlegt, waarbij instellingen die bedoeld zijn om de literaire stijl te beschermen, kwaliteit niet langer kunnen onderscheiden van AI. Dat sentiment werd herhaald door Booker Prize-winnaar Marlon James. Hij vroeg zich nadrukkelijk af hoe een verhaal met zulke onhandige beeldspraak überhaupt een internationale wedstrijd kon winnen.
