In het kort
- Voor de meeste burgers zijn de financiële gevolgen van het conflict met Iran minimaal.
- Gezinnen met een laag inkomen lijden onevenredig grote verliezen aan koopkracht.
- Gerichte energiehulp is belangrijker dan brede brandstofsubsidies.
Volgens een analyse van het Centraal Planbureau (CPB) zijn de financiële gevolgen van het conflict in Iran voor de meeste mensen waarschijnlijk beperkt. De totale inkomenseffecten blijven onder 1 procent in 2026 en 2027, maar er zijn wel duidelijke verschillen tussen inkomensgroepen.
Ongelijke impact van hogere energieprijzen
De grootste problemen zitten bij een kleine groep mensen met een laag inkomen, zo’n half miljoen huishoudens. Voor hen kan de koopkracht met 3 tot 6 procent dalen als energie- en brandstofprijzen hoog blijven. Het gaat vooral om mensen in grote, oudere huizen die slecht geïsoleerd zijn en veel gas verbruiken.
De impact van hogere brandstofprijzen verschilt per inkomensgroep. Rijkere mensen hebben wel meer auto’s, maar kunnen die kosten makkelijker dragen. Mensen met een lager inkomen hebben minder vaak een auto, maar wie er wel sterk afhankelijk van is, wordt juist harder geraakt. Bij verwarming speelt iets soortgelijks. Rijkere huishoudens wonen vaak in grotere huizen, maar die zijn meestal beter geïsoleerd, waardoor hun energiekosten relatief lager uitvallen.
Gerichte steun krijgt voorkeur boven algemene subsidies
Het CPB stelt dat de huidige situatie niet te vergelijken is met de energiecrisis van 2022. Daarom zijn brede maatregelen, zoals lagere brandstofbelastingen of een prijsplafond, volgens het bureau niet nodig. In plaats daarvan adviseert het CPB om gerichte steun te geven aan huishoudens met een laag inkomen. Daarbij moet hulp voor energiekosten voorrang krijgen op brandstofsubsidies. Op lange termijn pleit het CPB ook voor een snellere overstap naar warmtepompen en elektrische auto’s. Die zijn nu vooral nog betaalbaar voor hogere inkomens, maar zouden de kwetsbaarheid voor prijsschommelingen kunnen verkleinen.
Besluit over steunmaatregelen valt op begrotingsdag
De regering beslist over mogelijke steunmaatregelen op de begrotingsdag. Het CPB kijkt in deze analyse alleen naar inkomenseffecten. Andere factoren die de koopkracht beïnvloeden, zoals veranderend koopgedrag of schommelende voedselprijzen, zijn niet meegenomen
(RH)
