In het kort
- GLP-1-agonisten kunnen het risico op borstkanker met wel 30 procent verlagen.
- Deze medicijnen verminderen waarschijnlijk systemische ontstekingen, waardoor de groei van tumoren wordt belemmerd.
- Toekomstige gerandomiseerde onderzoeken moeten een definitief causaal verband bevestigen.
Recente gegevens die werden gepresenteerd tijdens de jaarlijkse bijeenkomst van de American Society of Clinical Oncology in 2026 suggereren dat medicijnen die zijn ontwikkeld voor gewichtsverlies, met name GLP-1-agonisten zoals Mounjaro en Ozempic, de kans op borstkanker mogelijk met wel 30 procent kunnen verlagen. Deze conclusie is gebaseerd op een onderzoek onder meer dan 110.000 vrouwen tussen de 45 en 80 jaar. Dat meldt Euronews.
Brede impact op alle demografische groepen
Volgens Elizabeth McDonald, borstradioloog en professor aan de Perelman School of Medicine van de Universiteit van Pennsylvania, zijn deze medicijnen bijzonder interessant voor oncologisch onderzoek.
Hoewel ze niet zijn ontwikkeld om kwaadaardige tumoren te behandelen, beïnvloeden ze verschillende biologische processen die verband houden met de groei van tumoren. Uit het onderzoek bleek dat het verminderde risico consistent bleef, ongeacht de etniciteit, leeftijd, diabetesstatus, BMI of borstdichtheid van de patiënt.
Werkingsmechanismen en ontsteking
Deze medicijnen werken door darmhormonen na te bootsen die vrijkomen tijdens de spijsvertering. Dit onderdrukt de eetlust, verlaagt de bloedsuikerspiegel en stimuleert de insulineproductie. Het is goed gedocumenteerd dat afvallen door veranderingen in levensstijl het risico op kanker vermindert.
Onderzoekers denken zelfs dat GLP-1-medicijnen extra voordelen bieden. Ze kunnen namelijk systemische ontstekingen verminderen – een chronische immuunreactie die anders een omgeving kan creëren waarin kankercellen goed kunnen overleven en zich kunnen uitbreiden.
Beperkingen en kanttekeningen bij het onderzoek
De onderzoekers plaatsten echter wel een aantal kanttekeningen. Omdat het om een observationeel onderzoek ging, kan er geen definitief causaal verband worden aangetoond. Bovendien waren de gegevens uitsluitend gericht op vrouwen die worstelen met obesitas of overgewicht.
Dat betekent dat de resultaten misschien niet voor alle lichaamstypes gelden. Er is ook een kans op een detectiebias, omdat mensen die deze medicijnen gebruiken doorgaans vaker naar de dokter gaan. Dat leidt mogelijk tot vaker uitgevoerde screenings.
Toekomstig onderzoek en klinische implicaties
Ondanks deze beperkingen wijzen de bevindingen op de noodzaak van uitgebreidere klinische onderzoeken. De auteurs hopen gerandomiseerde studies te starten om te onderzoeken of deze medicijnen een “trifecta” bieden ter preventie van hartziekten, menopauzegerelateerde metabolische veranderingen en verschillende vormen van kanker.
Ander onderzoek dat op dezelfde conferentie werd gepresenteerd, ondersteunt deze trend. Daarbij is er een Italiaanse studie die aantoont dat vrouwen met hormoonreceptorpositieve borstkanker bijna 19 maanden langer leefden bij gebruik van GLP-1-therapieën.
