In het kort
- AI automatiseert niet-klinische taken, waardoor zorgverleners jaarlijks weken aan werk besparen.
- Artsen melden minder stress en meer vertrouwen in hun beslissingen dankzij slimme tools.
- Instellingen lopen achter op het personeel wat betreft het aanbieden van de nodige training en governance.
Een recent onderzoek van Philips, getiteld de Future Health Index 2026, laat zien dat zorgverleners artificiële intelligentie in een tempo omarmen dat de capaciteit van zorginstellingen te boven gaat.
Door gegevens van meer dan 20.000 patiënten en 2.000 zorgverleners in tien verschillende landen te analyseren, laat het onderzoek zien hoe AI de medische praktijk fundamenteel verandert, van het voorbereiden van afspraken tot het vastleggen van patiëntbezoeken.
Digitale tools maken werk in de zorg efficiënter
De integratie van deze technologieën heeft geleid tot aanzienlijke efficiëntiewinst. Ongeveer 71 procent van de zorgverleners merkte een gestroomlijndere workflow op, en de helft gaf aan een groter aantal patiënten te kunnen behandelen.
Opvallend is dat 46 procent van de clinici minstens 132 uur per jaar, ongeveer drie werkweken, bespaart door niet‑klinische taken te automatiseren. Vooral verpleegkundigen gebruiken deze gewonnen tijd om de patiëntenzorg te verbeteren, samen te werken met collega’s en medische dossiers grondiger te bekijken.
AI verlaagt werkdruk en stress bij zorgpersoneel
Naast operationele efficiëntie draagt AI ook bij aan het welzijn van het personeel. De helft van de ondervraagde professionals meldde minder stress en een gezondere balans tussen werk en privé.
Deze tools worden gebruikt voor allerlei taken, zoals planning, het uittypen van aantekeningen, het versnellen van röntgenanalyses en het opsporen van gevaarlijke interacties tussen medicijnen. Bovendien heeft 65 procent van de gebruikers meer vertrouwen in hun klinische beslissingen, waarbij 39 procent aangeeft dat AI in de afgelopen drie maanden minstens drie keer heeft geholpen om medische fouten te voorkomen.
Kloof in institutionele ondersteuning
Ondanks dit enthousiasme bestaat er een kloof tussen de vraag van clinici en de institutionele ondersteuning. Omdat veel ziekenhuizen traag zijn met het implementeren van deze systemen, gebruikt bijna tweederde van de zorgmedewerkers persoonlijke AI-tools om het gat op te vullen.
Bovendien beschreef 70 procent van de respondenten de training die door hun werkgevers wordt aangeboden als onvoldoende of niet-bestaand. Shez Partovi, Chief Innovation Officer bij Philips, merkte op dat de snelheid waarmee AI wordt ingevoerd, ervoor zorgt dat organisaties moeite hebben om kritieke kwesties op het gebied van governance, beveiliging en gegevensprivacy aan te pakken.
Toekomstperspectief en de menselijke factor
Wat de toekomst betreft, verwacht 96 procent van de zorgverleners dat hun professionele verantwoordelijkheden zullen verschuiven, hoewel deze overgang enige ongerustheid met zich meebrengt. Ongeveer 37 procent vindt dat de verandering te snel gaat, en 44 procent vreest een mogelijke achteruitgang van hun eigen klinische vaardigheden door de afhankelijkheid van automatisering.
Toch is er een sterke consensus over de noodzaak van menselijke betrokkenheid; 86 procent vindt dat AI-resultaten door een mens moeten worden gecontroleerd, en meer dan 80 procent gelooft dat de band tussen zorgverlener en patiënt onvervangbaar is. Daardoor denken velen dat interpersoonlijke vaardigheden nog belangrijker worden naarmate technologie technische taken overneemt.
