In het kort
- Nederlandse vrouwen krijgen minder kinderen en worden op latere leeftijd moeder.
- Het gemiddelde vruchtbaarheidscijfer is de afgelopen tien jaar gedaald van 1,71 naar 1,43.
- De regionale geboortepatronen lopen sterk uiteen tussen stedelijke centra en de conservatieve Bible Belt.
Uit recente gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt een opvallende verschuiving in de trends rond moederschap: vrouwen in het hele land kiezen voor kleinere gezinnen en stellen het moederschap uit. Het gemiddelde aantal kinderen per vrouw is gedaald van 1,71 in 2014 naar 1,43 in 2024. Bovendien is de gemiddelde leeftijd waarop een vrouw haar eerste kind krijgt gestegen naar 30,4 jaar.
Steeds minder kinderen per vrouw in Nederland
Uit recente cijfers blijkt dat Nederlandse vrouwen gemiddeld steeds minder kinderen krijgen. Die trend is al jaren zichtbaar, maar zet zich nog altijd door in vrijwel het hele land. Waar tien jaar geleden nog in een groot deel van de gemeenten het gemiddelde aantal kinderen per vrouw boven de 1,75 lag, is dat aandeel inmiddels sterk gedaald.
Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gaat het niet om een plotselinge verandering, maar om een ontwikkeling die al langer gaande is. Het aantal geboorten daalt al sinds ongeveer 2010. Vooral in steden is die terugloop duidelijk zichtbaar, omdat mensen daar vaker kiezen voor een kleiner gezin en het krijgen van kinderen uitstellen of minder vanzelfsprekend vinden dan vroeger.
Verschillen in gezinsgrootte in Nederland
Hoewel de daling overal merkbaar is, zijn er duidelijke verschillen tussen regio’s. In sommige gebieden gaat de afname sneller dan in andere. Vooral in Zuid-Holland, Flevoland en Friesland is het aantal geboorten per vrouw in het afgelopen decennium flink gedaald. Daar is sprake van een duidelijke neerwaartse trend die sterker is dan het landelijk gemiddelde.
In andere regio’s is de daling minder uitgesproken. Zeeland springt eruit als provincie waar de afname relatief beperkt bleef. Deze verschillen laten zien dat factoren zoals woonomgeving, werkgelegenheid en levensstijl invloed hebben op gezinsvorming. In stedelijke en economisch sterk veranderende gebieden kiezen mensen vaker voor kleinere gezinnen dan in rustiger regio’s.
Verschillen in gezinsgrootte in Nederland
Ook de samenstelling van gezinnen laat duidelijke patronen zien. In 2024 is bijna de helft van alle pasgeboren kinderen het eerste kind in een gezin. Ongeveer een derde is een tweede kind, en een kleiner deel groeit op als derde of later kind. Vooral in bepaalde delen van Nederland blijven grotere gezinnen vaker voorkomen. Dat is met name zichtbaar in de zogenoemde Bible Belt, een gebied dat zich uitstrekt van Zeeland tot in delen van het oosten van het land. In sommige gemeenten binnen deze regio worden nog relatief veel grotere gezinnen gevormd. In andere delen van het land, zoals de Randstad en zuidelijke provincies, zijn gezinnen met drie of meer kinderen juist een uitzondering geworden.
Deze verschillen hangen samen met levensstijl, religieuze overtuigingen en culturele tradities, die nog altijd invloed hebben op de keuze voor de gezinsgrootte.
