In het kort
- Het aantal inschrijvingen voor Arabische en Turkse taalexamens stijgt enorm.
- Studenten gebruiken hun moedertaal om hun studieresultaten te verbeteren.
- Vaste vooroordelen en te weinig middelen zorgen ervoor dat het aanbod aan cursussen beperkt blijft.
Er is een duidelijke stijging in het aantal studenten dat eindexamens Arabisch en Turks aflegt. Gegevens van het College voor Toetsen en Examens tonen een sterke toename: het aantal kandidaten voor Arabisch groeide van 186 in 2022 naar 401 nu, terwijl het aantal Turkse kandidaten in dezelfde periode steeg van 91 naar 338.
Culturele wortels sturen studiekeuzes
Voor veel studenten liggen deze keuzes in hun afkomst en identiteit. Samira Haddad, docent Arabisch, ziet dat het vak vaak wordt gekozen door studenten met een islamitische achtergrond of door jongeren uit families die gevlucht zijn uit landen zoals Egypte, Jemen, Irak en Syrië. Zij hebben vaak al een voorsprong omdat ze de taal deels beheersen. Dat meldt NOS.
Ook Mehmet Uz van de Vereniging van Docenten Levende Talen merkt dat het aantal Turkse taalexamens stijgt door een sterkere focus op culturele wortels. Daarbij spelen sociale media en populaire Turkse tv-series een extra versterkende rol.
Praktische voordelen van taalvakken
Naast cultuur spelen ook praktische voordelen een rol. Volgens Uz kunnen goede cijfers voor Turks helpen om mindere resultaten in andere vakken te compenseren of om een zwaarder vak te laten vallen.
Zo gebruikte de Palestijnse studente Asma Kadura, die in Syrië heeft gewoond, haar vloeiende Arabisch om biologie te vervangen, omdat dat beter aansloot bij haar studieplan richting architectuur. Ook koos de 16-jarige Bade Tashan voor Turks in plaats van Duits, omdat het voor haar toegankelijker was en haar tegelijk meer inzicht gaf in de geschiedenis en samenleving van het land van haar ouders.
Beperkingen in aanbod en ondersteuning
Ondanks de groeiende interesse zijn er nog steeds drempels in het onderwijs. Canan Gönencay, docent Turks, merkt op dat studenten vaak goed zijn in spreken en luisteren, maar moeite hebben met lezen, schrijven en literatuur omdat ze dat thuis weinig oefenen. Daarnaast is het aanbod beperkt: veel scholen hebben te weinig geld of onvoldoende gekwalificeerd personeel om deze talen aan te bieden. Sommige leerlingen volgen daarom online lessen via instellingen zoals ROC Nijmegen.
Uz wijst ook op een hardnekkige vooringenomenheid binnen het onderwijs. Sommige instellingen denken ten onrechte dat deze vakken vooral religieus onderwijs zijn in plaats van taalvakken. Toch blijft hij optimistisch en verwacht hij dat het aantal inschrijvingen verder zal groeien naarmate meer studenten de mogelijkheden ontdekken.
