En wat als een simpele glimlach een atleet beter zou kunnen maken? We legden de vraag voor aan een tiental kampioenen, Franse en buitenlandse, van Carlos Alcaraz tot Eliud Kipchoge. Augustus 2024, de laatste dag van de Olympische Spelen in Parijs. In de Bercy Arena ligt het Franse vrouwenbasketbalteam nek aan nek met de Amerikaanse grootmacht, dat sinds 1992 geen wedstrijd meer verloren heeft op de Spelen. Eén punt scheidt beide teams wanneer een fout van Marine Fauthoux twee vrijworpen oplevert voor Kelsey Plum. We zitten in het slot van het laatste kwart, met nog twee minuten en 19 seconden op de klok. De spanning is enorm, de lichamen zijn gehavend na twee weken competitie.
In dit intense maar rommelige gevecht, gekenmerkt door de onzuiverheid bij beide teams, telt elke balbezit. Toch lijkt Plum, daar aan de vrijworplijn, rustiger dan ooit, bijna los van het belang van het moment. Als ze haar twee vrijworpen binnengooit, loopt Team USA drie punten uit, na in het derde kwart nog tien punten achter te hebben gestaan. Alle blikken zijn op haar gericht, en een luid fluitconcert daalt neer uit de tribunes, die vanzelfsprekend achter Les Bleues staan. De titelverdedigsters zijn zelden zo aan het wankelen gebracht. Op het veld én op de bank staan de gezichten strak.
Een weloverwogen strategie
Maar Plum, die alle redenen heeft om te wankelen, toont een brede, bijna zalige glimlach. Haar eerste worp is puur net, de tweede ook. Twee minuten later is het opnieuw prijs: ze stapt weer naar de vrijworplijn met nog elf seconden op de klok, en +2 voor de Amerikaanse ploeg. Een brede glimlach, één diepe ademhaling, en nummer 5 brengt de regerend kampioenen opnieuw drie punten voor, en daarna vier (65-61). Net genoeg om zich in veiligheid te brengen en nipt te winnen (67-66).
De dag nadien blijven er ons twee beelden bij van deze finale. Het eerste, wreed, is dat van het schot op de buzzer van Gabby Williams, een paar centimeter kort, dat Frankrijk in de verlengingen had kunnen brengen. Het tweede is die glimlach, die we niet meteen kunnen plaatsen, althans niet in deze context. Wie wat dieper graaft, ontdekt dat Plum dit kunstje al vaker flikte.
Kelsey Plum
“Je weet nooit op voorhand of je schoten zullen binnenvallen. Wat je wél kunt controleren, is de energie die je erin stopt”
Glimlachen voor ze een vrijworp neemt, is zelfs een gewoonte geworden. Een manier om het belang te relativeren en zich opnieuw te focussen op het plezier van het spel, heel eenvoudig. Als we haar zo vaak met een brede glimlach zien in momenten van grote druk, is dat omdat dat precies is waar ze aan denkt wanneer ze zich voorstelt wat voor speelster ze wil zijn, voor elke match opnieuw, tijdens de vijf à tien minuten die ze aan visualisatie besteedt.
“Je weet nooit op voorhand of je schoten zullen binnenvallen, vertrouwde ze vorig jaar toe aan het Amerikaanse magazine Women’s Health. Wat je wél kunt controleren, is de energie die je erin stopt.”
En als u nu eens aan slow jogging begon?
En wat als louter het feit dat je lacht een atleet beter zou kunnen maken? Tot nu toe hadden we ons die vraag nooit echt gesteld, maar de Californische basketbalspeelster heeft duidelijk iets beet: met een gemiddelde van 87,9 procent sinds haar debuut in 2017 heeft ze het elfde beste percentage vrijworpen in de hele geschiedenis van de WNBA.
Dat bewijst op zich niets, maar Plum is geen alleenstaand geval. Als specialist van het onderdeel, met meer dan 91 procent benutte vrijworpen in zijn NBA-carrière, is Stephen Curry eveneens al betrapt met een glimlach op de lijn. Bewust, legde de spelverdeler van de Golden State Warriors uit, “om te vermijden dat ik te veel ga malen en me opnieuw te focussen op het hier en nu” na ongewone missers voor zijn doen.
In het rugby is de Nieuw-Zeelandse openingshalf Damian McKenzie bekend omdat hij bij elke penalty of conversie een glimlach laat zien. Een bijzonder trekje dat deze ster uit de Super Rugby de bijnaam “smiling assassin”, de glimlachende beul, heeft opgeleverd.
Damian McKenzie, Nieuw-Zeelandse openingshalf
“Glimlachen voor ik trap kalmeert me enorm. Ik ben gewoon chill”
“Toen ik mijn profcarrière begon bij de Chiefs, […] brachten bepaalde trappen me in een staat van grote stress, legde McKenzie vorige zomer uit aan Midi Olympique. […] Toen heb ik besloten met een mental coach te gaan werken, David Galbraith […], die me vroeg op een andere manier naar die spelmomenten te kijken, het moment te omarmen, het als een spel te zien en te glimlachen. Dat is wat ik nu doe. De glimlach voor de trap stelt me enorm gerust. Ik ben gewoon relax.”
We waren nieuwsgierig om meer te weten en namen contact op met diezelfde David Galbraith, psycholoog van opleiding, die al meer dan twintig jaar met tal van topsporters werkt, onder wie olympiërs. Heel ruw samengevat zou je zijn filosofie als volgt kunnen beschrijven: om in staat te zijn om, zoals hij het noemt, “met de druk te dansen”, moet je leren die druk te bewonen.
Je leert ze te zien als een bron van opwinding in plaats van als een bedreiging. Als een kans om je diepste identiteit te uiten, wat voor de atleten met wie hij werkt vaak neerkomt op “het kind in zichzelf terugvinden” dat in hen sluimert. Dat oorspronkelijke plezier terugvinden dat hen dreef toen ze hun sport ontdekten, die vorm van naïviteit, van puurheid.
Dat klinkt eenvoudig, maar dat vraagt werk, benadrukt Galbraith, en de glimlach is allesbehalve een wondermiddel, eerder een zichtbare consequentie van dat werk, een “anker”. Het is niet omdat hij glimlacht dat McKenzie een van de meest productieve kickers uit de geschiedenis van de Super Rugby is geworden, suggereert zijn psycholoog; het is omdat hij oprecht opnieuw aansluiting gevonden heeft bij dat kinderlijk plezier. Omdat hij geleerd heeft zijn prestaties los te koppelen van zijn persoonlijke waarde en zich niet langer druk te maken om de blik van anderen.
Die ontspanning, die “lichtheid”, vinden we ook terug bij een andere ster van de ovale bal, de Engelse Ellie Kildunne, die in Mag in april toevertrouwde dat ze haar “beste rugby” speelde wanneer ze speelt “zoals toen ze 12 was”. “Het enige verschil is dat er nu 80.000 mensen toekijken.” Of nog bij de Spaanse tennisprins Carlos Alcaraz, die op Roland-Garros in 2023 zelfs zei: “Ik win omdat ik glimlach.” We spraken hem daar opnieuw over aan het begin van dit jaar, tijdens de Australian Open.
“Ik ben een glimlachende killer”: ontmoeting met de Engelse Ellie Kildunne
“Glimlachen, dat maakt deel uit van wie ik ben. Zo speel ik het liefst, en ruimer bekeken is dat mijn manier om naar het leven te kijken: van elk moment genieten, wat je ook doet. Tennis is een van de dingen die het meest voor mij betekenen, die me het gelukkigst maken. En ik geloof dat glimlachen mij een nog betere speler maakt, omdat ik er vrolijker van word.”
Carlos Alcaraz
“Het is een wapen dat ik vaak heb gebruikt om moeilijke momenten in mijn wedstrijden te overwinnen”
Concreter stelt Alcaraz vast dat “tennis een sport is van details en dat veel afhangt van de manier waarop je met jezelf praat”. “Wanneer je glimlacht, verduidelijkt hij, wordt het makkelijker om de dingen van de positieve kant te bekijken, je hoofd leeg te maken en je op het positieve te focussen. Op een helder doel. En het is een wapen dat ik vaak heb gebruikt om de moeilijke momenten te overwinnen die ik in mijn wedstrijden heb meegemaakt.”
Moeilijke momenten, dat hebben de tien atleten die we voor dit artikel spraken allemaal gekend. Voor ze met haar glimlach de atletiekpistes oplichtte en één van de beste hoogspringsters ter wereld werd, olympisch zilver in 2021 en 2024 en wereldgoud in 2024 en 2025, was de Australische Nicola Olyslagers een “nerveuze” tiener, verteerd door “de angst om haar dromen nooit te bereiken”.
Mentale blokkades en geloof in God
Marie-Julie Bonnin, vorig jaar wereldkampioene indoor, iets wat nog nooit eerder een Franse polsstokspringster was gelukt, heeft dan weer tweeënhalf jaar geworsteld met zulke hardnekkige “mentale blokkades” dat ze tijdelijk het plezier in het springen kwijtwas. Voor de eerste kwam de redding via het geloof.
“Op mijn 20ste heb ik beslist om God voorrang te geven, en mijn leven is totaal veranderd. Ik voelde zijn vreugde mijn hart vullen, en toen ik terug op de piste kwam, kon ik niet anders dan glimlachen, omdat die lat waar ik zo bang voor was om ze eraf te wippen niet langer de macht had om mijn waarde te bepalen. Als ik vandaag zoveel glimlach, is dat omdat ik plezier put uit het simpele feit dat ik het probeer.”
En diezelfde “zoektocht naar spel” stuurt ook Bonnin, die vertelt dat ze er dankzij mentale training bovenop is geraakt. “Wanneer ik aan het eind van de aanloopstaart sta en tegen mezelf zeg: ‘amuseer je’, dan denk ik aan de kleine MJ. Dat meisje dat pas met polsstokspringen begonnen is, dat zich amuseert, dat supervrolijk is. Als het me lukt om in die energie te komen, ben ik op mijn gevaarlijkst.”
Glimlachen zat altijd al in het karakter van de polsstokspringster uit Bordeaux, en “mensen hebben het soms moeilijk gehad om te begrijpen” dat “zot doen” haar niet belette zich te concentreren, “omdat we gewoon zijn om te horen dat sport hard is, dat je niet mag lachen”, betreurt ze.
Negatieve gedachten verjagen
Die woorden heeft Olyslagers als kind ook gehoord, “uit de mond van trainers, maar ook van bepaalde ouders”, en ze raakte ervan overtuigd dat glimlachen onverenigbaar was met serieus zijn, met het beste van jezelf geven. “Ook omdat de sterhoogspringers die ik op tv zag, helemaal niet glimlachten, herinnert de Australische zich, en men mij duidelijk maakte dat ik, als ik de beste wilde zijn, hetzelfde moest doen als zij. Maar ik ben blij dat de dingen aan het veranderen zijn.”
Vandaag staat Bonnin ook bewust achter haar glimlach als “een manier om in de juiste intenties te komen, stress kwijt te raken, negatieve gedachten te verjagen”. En net dat was wat Guillaume Néry in de eerste jaren van zijn carrière als vrijduiker ontbrak. De man uit Nice brak al wereldrecords, maar hij vond in competitie niet het plezier terug dat hij tijdens de trainingen voelde, “volledig overrompeld door de inzet”.
Tot dat gesprek met “de grootste vrijduikkampioene aller tijden”, de Russische Natalia Molchanova, op een avond in 2009 op de Bahama’s. “Het was de vooravond van een WK, en ik was een beetje zenuwachtig, herinnert Néry zich. En zij zei iets dat me echt geraakt heeft. ‘Weet je, Guillaume, dit WK is niet belangrijk. De enige twee belangrijke momenten in een mensenleven zijn de dag waarop je geboren wordt en de dag waarop je sterft. Wat we daartussen doen, is een spel voor volwassenen.’”
Vertical Blue: Arnaud Jerald, recordhouder van de dieptes
Die laatste zin werkt als “een kantelmoment” voor Néry. De volgende dag, wanneer hij zijn karabijnhaak vastmaakt aan het touw dat zijn afdaling zal leiden, denkt hij alleen nog aan het genieten van het moment, aan de “onbetaalbare kans” die hij heeft om zijn jongensdroom te beleven. Midden in deze “arena” en de juryleden die zijn uitrusting controleren, betrapt hij zichzelf op “een soort brede glimlach” die “een natuurlijke rituele handeling” zal worden. Bijna “een vorm van zelfhypnose”, zoals men hem later zal zeggen. Zonder dat hij het hoeft te theoretiseren, of er zelfs maar bij stil te staan.
“Wat die glimlach wilde zeggen, was: ‘het beste moment is nu’. Terwijl ik vroeger het beste moment visualiseerde als het einde van de duik. Dat ik erin geslaagd ben om de competitie te bekijken door de bril van het spel, heeft mijn perspectief volledig veranderd. Nadien waren mijn prestaties veel meer onder controle. Ik had een wapen om voorbij mijn capaciteiten te gaan, en dankzij de glimlach kon ik alles eromheen ten volle omarmen. Men zegt vaak dat de beste manier om je voor te bereiden erin bestaat je in je bubbel te zetten, je af te sluiten van de buitenwereld. Ik heb juist geleerd om totaal open en verbonden te zijn met wat er rondom mij gebeurde.”
Voor Néry volstonden dus enkele woorden. Die van een legende die nooit opgehouden heeft te “spelen”, tot de zee haar uiteindelijk zes jaar later, bij de Balearen, verzwolg. Voor anderen zit het kantelpunt soms in een fractie van een seconde, een gevoel.
In volledige ontspanning
Oslo, 14 maart 2015. Grote naam in de noordse combinatie, een maand eerder in Zweden voor de vijfde keer wereldkampioen geworden, zet de Fransman Jason Lamy-Chappuis zich op weg voor wat hij op zijn 28e ziet als zijn allerlaatste sprong in de Wereldbeker (hij komt later terug op die beslissing, maar dat is een ander verhaal). Bovenaan de schans van Holmenkollen (Noorwegen) maakt een laatste deelnemer zich klaar. Zijn landgenoot Maxime Laheurte, winnaar van de eerste ronde.
Gewoonlijk is de man uit de Vogezen eerder het type dat zijn wenkbrauwen fronst wanneer hij plaatsneemt op de aanloopbalk. Gesloten blik, “in krijgersmodus”. Maar die ochtend, die vanzelfsprekend een beetje speciaal is, kan hij er niets aan doen: hij heeft een brede smile op zijn gezicht. Een “spontane” glimlach, herinnert hij zich. “Natuurlijk, oprecht.” Zijn maat heeft zijn afscheid gekozen en het is tijd voor feest, niet voor tranen. Honderdvierendertig meter lager ziet hij hem staan “met de armen in de lucht in het uitloopgebied”, hoort hij het publiek voor hem “brullen” om hem te eren.
En hij, die wacht tot het licht op groen springt om zich in de Noorse lucht te lanceren, “ligt in een deuk”. “Wanneer ik me afduw, vertelt Laheurte, ben ik nog altijd aan het lachen. En ik win de wedstrijd met een van de beste sprongen uit mijn carrière.”
Jason Lamy Chappuis, de olympisch kampioen noordse combinatie die lijnpiloot werd
Zijn klik, bijna op zijn 30ste. “Later heb ik me afgevraagd wat er die dag gebeurd kon zijn om die sprong zo vloeiend en zo bevrijd te maken. En eigenlijk was het gewoon dat ik in een moment van gemak zat, gelukkig, ontspannen, legt de ex-skiër uit, die na zijn afscheid in 2019 mental coach werd. Ik had losgelaten, dat is het echt. En dat is een soort anker geworden, die glimlach. Een manier om mijn vertrouwenstank te vullen, een moment van grote druk, van zware stress te ontmythologiseren.”
Al zullen ze niet systematisch zijn, en “soms een beetje geforceerd”, toch “zullen de glimlachen die volgden op die bewuste dag in maart 2015 altijd iets in gang zetten”, zegt Laheurte. “Het is het principe van de madeleine van Proust, wanneer een geur, een voorwerp, een geluid de kracht heeft om je in één klap terug te brengen naar een moment dat je al eens hebt beleefd.”
Onze emoties beïnvloeden
Bij hem was het dus een glimlach, “breed, met de tanden”, en het idee dat je concrete voordelen zou kunnen halen uit een gebaar dat op het eerste gezicht zo banaal lijkt, is minder gek dan het lijkt. Neurowetenschapper en auteur van het boek Dans le cerveau des champions, verschenen in 2024, verwijst Jean-Philippe Lachaux naar een fundamentele theorie over emoties, die van James-Lange.
“Wat die theorie zegt, is: het is niet omdat ik gelukkig ben dat ik glimlach, het is omdat ik glimlach dat ik gelukkig ben, vat Lachaux samen. Met andere woorden: de hersenen zouden zich baseren op lichamelijke signalen om te interpreteren in welke emotionele toestand we ons bevinden.”
Deze theorie, voorgesteld aan het einde van de 19e eeuw door William James en Carl Lange, is niet langer onomstreden, maar we vinden haar kernidee terug in de hypothese van de gelaatsfeedback, die stelt dat onze uitdrukkingen (dus onze gelaatsuitdrukkingen) de macht zouden hebben om onze emoties te beïnvloeden.
In 2018 vroegen onderzoekers van de universiteiten van Ulster en Swansea, in Wales, aan 24 “getrainde” hardlopers om blokken van zes minuten op de loopband af te werken aan 70 procent van hun VO2 max (maximale zuurstofopname) in vier verschillende omstandigheden: glimlachend, met gefronste wenkbrauwen, met bewust ontspannen bovenlichaam en handen, en tot slot in een neutrale houding.
Uitgaand onder meer van deze hypothese van gelaatsfeedback suggereerden ze dat regelmatig glimlachen de loopeconomie tijdens een volgehouden inspanning zou kunnen verbeteren, terwijl fronsen de beleving van die inspanning leek te doen toenemen.
Eliud Kipchoge, voormalig wereldrecordhouder op de marathon
“Het helpt om aan iets anders te denken dan aan de pijn. Ik voelde me lichter, zowel fysiek als mentaal”
De media die het onderwerp destijds oppikten, namen het niet altijd zo nauw met de voorwaardelijke wijs, maar de auteurs van de studie zelf bleven voorzichtig: de lopers die glimlachten verbruikten weliswaar minder energie om hetzelfde tempo aan te houden, gemiddeld ongeveer 2 procent, maar gezien het lage aantal deelnemers en de aard van de proef, in een labo, “zal nieuw onderzoek nodig zijn om de doeltreffendheid van glimlachen in de echte wereld”, schreven ze, “en bij atleten op hoger niveau, met name op eliteniveau”, te bepalen.
En precies één iemand heeft ons in het bijzonder geboeid tijdens ons onderzoek: de voormalige wereldrecordhouder op de marathon Eliud Kipchoge, die in november vorig jaar zijn afscheid aankondigde. Een kampioen die vertelde dat hij meer met zijn hart en zijn hoofd liep dan met zijn benen, en wiens glimlach in koers de afgelopen jaren veel stof deed opwaaien.
We hadden wat geduld nodig, maar na enkele maanden wachten en meerdere herinneringen konden we de Keniaan eindelijk ondervragen over dat “krachtige instrument” dat hij zegt te hebben gebruikt “zonder het ooit bewust te doen, of er zelfs maar erg in te hebben”. Alsof zijn “onderbewuste het overnam” in momenten van pijn. “Ik herinner me niet het precieze moment waarop ik het voor het eerst deed, antwoordde hij ons, maar ik denk dat mensen het begonnen op te merken rond mijn Breaking2-project met Nike.”
Toen Eliud Kipchoge de barrière van 2 uur doorbrak
Dat jaar, op 6 mei 2017 om precies te zijn, probeert Kipchoge op het Italiaanse Formule 1-circuit van Monza als eerste man ooit de kaap van twee uur te ronden. Hij mist dat op een haar, zesentwintig seconden om precies te zijn, maar loopt toch de snelste marathon uit de geschiedenis, in omstandigheden die te gunstig waren om het record door de Internationale Atletiekfederatie te laten homologeren.
“In die periode heb ik geleerd mijn grenzen te verleggen zoals ik dat nooit eerder had gedaan, en die glimlach is misschien een natuurlijk gevolg daarvan, vermoedt de ex-marathonloper. Misschien was hij er ook al en zijn mensen er gewoon meer aandacht aan gaan besteden, ik weet het niet.”
Wetenschappelijk gezien is er vandaag niets dat toelaat om te bevestigen dat we “veel minder gezichtsspieren gebruiken wanneer we glimlachen dan wanneer we fronsen”, zoals Kipchoge denkt (en zoals je op internet leest). Wat je de Keniaan daarentegen niet kunt afnemen, is dat de marathon “een keiharde discipline” is en dat het feit dat hij glimlachte hem hielp om zich te “ontspannen”, “in een positieve gemoedstoestand te komen”, “aan iets anders te denken dan aan de pijn”. “Ik voelde me lichter, vat hij samen, zowel fysiek als mentaal.”
Samuele Maria Marcora, Italiaanse onderzoeker
“Als glimlachen volgens mij werkt, is het precies omdat het inwerkt op de waarneming van de inspanning”
En dat idee vinden we ook terug bij Bonnin. “Het kan gebeuren dat ik glimlach tijdens een wat zwaardere training, alsof ik mijn geest wil foppen. Het blijft even zwaar, maar ik heb het gevoel dat het beter te verdragen is, dat het moment aangenamer voelt.” We bevinden ons hier meer in de sfeer van beleving dan van harde feiten, maar “als glimlachen volgens mij werkt, is het precies omdat het inwerkt op de waarneming van de inspanning”, stelt de Italiaanse onderzoeker Samuele Maria Marcora, wiens werk op dat vlak ruim geciteerd wordt in de wetenschappelijke literatuur.
“We weten niet of dat komt doordat we de spieren van de glimlach aanspannen, en dus omdat we ons gelukkiger voelen, of omdat we de corrugator van de wenkbrauw ontspannen” (die spier die ervoor zorgt dat we fronsen), “waarvan is aangetoond dat de activiteit juist gecorreleerd is aan de waarneming van inspanning”, gaat Marcora verder. Maar “ongeacht het mechanisme” dat speelt, vindt de onderzoeker dat zelfs een kleine variatie in de perceptie van die inspanning concrete voordelen kan opleveren voor duurprestaties. “Op een schaal van 0 tot 10, waarbij 10 maximale inspanning is en 0 geen inspanning, volstaat een verandering van slechts 0,5 om een verbetering teweeg te brengen.”
De Italiaanse academicus plaatst wel een kanttekening: “Het is gemakkelijk, of in elk geval gemakkelijker, om je gelaatsuitdrukking te controleren wanneer de intensiteit laag tot matig is. Maar we weten niet of glimlachen echt doeltreffend is wanneer de waarneming van de inspanning heel hoog is.”
Kipchoge, die naar eigen zeggen nooit iets bewust heeft uitgestippeld, vertelt dat de glimlach opdook op momenten dat hij “hard aan het duwen was”, vooral op het einde van een wedstrijd. Maar Marcora, die in 2017 de “kans kreeg om uitgenodigd te worden in Monza”, herinnert zich dat hij “zijn expressie zag veranderen” in de laatste lus van 2,4 km, toen het doel van twee uur hem ontsnapte. Dat doet hem besluiten dat je inderdaad “kunt spelen met hoe je je voelt, maar slechts tot op zekere hoogte”. En dat is iets wat Stéphanie Gicquel maar al te goed weet.
Specialiste van het ultralopen, heeft de 44-jarige voormalige bedrijfsjuriste net voor de vijfde keer de Ultra Marin gewonnen, een ultratrail van 175 km rond de Golf van Morbihan. In 2027 zal ze zich wagen aan het wereldrecord op de 24 uur, in handen van de Britse Sarah Webster met 278,6 km, en uiteraard doet ze er alles aan om de onzekerheid zo veel mogelijk te beperken bij de voorbereiding op zulke wedstrijden.
We hadden horen waaien dat ze misschien een en ander te vertellen had over glimlachen, en daar zaten we niet naast: niet alleen heeft ze, net als Kipchoge, van de glimlach een prestatie-instrument gemaakt, ze heeft de reflectie erover ook veel verder doorgetrokken, tot in haar trainingen toe.
Stéphanie Gicquel, ultratrailster
“Positieve beelden in mijn hoofd hebben, heeft me toegelaten sneller te gaan. Spiermatig ging het beter, hoewel er behoorlijk wat hellingen waren. Ik zat ook beter vanuit hartslagperspectief, beter qua ademhaling. Ik leed minder”
Het eerste voordeel, legt ze uit, zou fysiek zijn. Glimlachen zou haar toelaten haar bovenlichaam te ontspannen, en in het bijzonder de spieren van haar kaak, die “de neiging hebben om bij heel lange afstanden verstijfd te blijven”. En dus het risico “op krampen, contracturen, tendinitisen” te verminderen. Daarnaast, vervolgt Gicquel, heb je “de lichaamshouding”, “het beeld dat je van jezelf hebt”.
Net zoals ze zich “soms ertoe dwingt om meer pasfrequentie in de benen te leggen, om de schouders lager te houden”, gebeurt het dat de ultraloopster zichzelf verplicht te glimlachen om haar houding te verbeteren. “Hoe zuiverder de beweging, hoe groter de kans dat je spaarzaam bent en sneller gaat, verduidelijkt ze. Het is zoals wanneer je op sollicitatiegesprek gaat: als je goed in je stoel zit, met rechte rug en handen op tafel, dan voel je je meer op je gemak en ben je onvermijdelijk overtuigender dan wanneer je in elkaar gedoken zit.”
En dan is er nog een laatste aspect, meer mentaal dit keer, dat we met Laheurte al hebben aangeraakt. “Het is de glimlach in verband met een positieve visualisatie, zegt Gicquel. Jezelf zien winnen, terugdenken aan een training die bijzonder goed liep, je voorstellen met vrienden in een andere context dan sport, dat gaat meteen invloed hebben op de manier waarop je de inspanning, de pijn ervaart.”
Tegen slaap en vermoeidheid
Het Franse record op 24 uur op de piste illustreert dat met een voorbeeld van een hoogtestage in de Pyreneeën afgelopen zomer, bij zonsondergang. “Ik heb bepaalde ultralopen opnieuw beleefd, met name de Europese Kampioenschappen. Ik glimlachte omdat ik echt positieve beelden in mijn hoofd had. En dat heeft me toegelaten sneller te lopen, gewoonweg omdat ik de inspanning minder voelde. Spiermatig ging het beter, hoewel er behoorlijk wat hellingen waren. Ik zat ook beter vanuit hartslagperspectief, beter qua ademhaling. Ik leed minder.”
Maar het recept heeft zijn grenzen, we keren terug naar wat Marcora uitlegde. “Wanneer je een ultraloop loopt, kan het gebeuren dat na een bepaald aantal uren het slaaptekort, de vermoeidheid, het feit dat je verschrikkelijk veel zin hebt om te slapen, de bovenhand krijgt op de mentale schema’s die je hebt opgebouwd. En dan kan het gebeuren dat je vergeet te glimlachen, zoals je soms vergeet te eten of je benen voldoende op te tillen op een oneffen ondergrond, erkent Gicquel. Het is niet dat je het niet meer kunt, maar je bent in een zodanige staat van vermoeidheid dat je er niet meer toe in staat bent.”
Eliud Kipchoge
“Glimlachen is positief denken, en er zijn altijd voordelen aan om meer positiviteit in je leven toe te laten. Voor jezelf en voor de mensen om je heen. Dus ik zeg het tegen iedereen: blijf glimlachen”
Aan het begin van dit onderzoek wilden we begrijpen hoe het feit dat ze glimlachte een Amerikaanse basketbalspeelster in staat had gesteld om beslissende vrijworpen te benutten in een Olympische finale. We namen contact op met haar club, met het agentschap dat haar vertegenwoordigt, we herinnerden haar club en dat agentschap opnieuw, we herinnerden haar club nóg eens, en uiteindelijk gaven we de hoop op om haar zelf de vraag te kunnen stellen. Maar de atleten die we spraken, hebben in zekere zin in haar plaats geantwoord, ongeacht of ze nu hoger willen springen, dieper willen duiken of sneller willen lopen.
Glimlachen is om te beginnen een manier om je verhouding tot inspanning te veranderen. Om iets minder tegen de pijn en de druk in te gaan, en iets meer met het huidige moment mee te gaan. Bij sommigen is het bewust, soms zelfs geforceerd. Bij anderen is het natuurlijker, spontaner. Soms duikt het uit het niets op. Er is geen wonderrecept, maar het belangrijkste zit niet echt in het hoe, eerder in het waarom.
“Glimlachen is positief denken, vat Kipchoge samen, en er zijn altijd voordelen aan om meer positiviteit in je leven toe te laten. Voor jezelf en voor de mensen om je heen. Dus ik zeg het tegen iedereen: blijf glimlachen.”
© L’Équipe
