NASA-satelliet keert op 10 of 11 maart terug in aardse atmosfeer, minimale kans op gewonden


In het kort

  • NASA’s Van Allen Probe A zal naar verwachting op 10 of 11 maart 2026 weer in de atmosfeer van de aarde komen.
  • Het risico dat iemand op aarde gewond raakt door brokstukken van de terugkeer is minimaal, naar schatting ongeveer 1 op 4200.
  • Door de toegenomen zonneactiviteit is de atmosfeer van de aarde groter geworden.

Een NASA-satelliet van 600 kilo komt op 10 of 11 maart 2026 weer in de atmosfeer van de aarde terecht, na bijna 14 jaar in een baan om de aarde te hebben gezeten. De Van Allen Probe A, gelanceerd in augustus 2012, moest samen met zijn tweeling, Van Allen Probe B, de stralingsgordels rond de aarde onderzoeken. Beide sondes zijn in 2019 buiten gebruik gesteld, maar de tijd van Probe A in de ruimte loopt ten einde.

Terugkeer in atmosfeer

Volgens de Amerikaanse Space Force zal de satelliet naar verwachting op woensdag 11 maart om 00.45 uur terugkeren in de atmosfeer van de aarde, met een foutmarge van 24 uur. NASA verwacht dat het grootste deel van het ruimtevaartuig tijdens de terugkeer in de atmosfeer zal verbranden, maar dat sommige onderdelen mogelijk intact blijven. Het agentschap schat het risico op letsel voor mensen op aarde minimaal in, ongeveer 1 op 4200. Bij deze lage risicobeoordeling is rekening gehouden met het feit dat ongeveer 70 procent van het aardoppervlak bedekt is met water.

Missiedoelstellingen

De Van Allen-sondes, oorspronkelijk Radiation Belt Storm Probes genoemd, werden gelanceerd in een zeer elliptische baan, met een hoogte van maximaal 30.415 kilometer en minimaal 618 kilometer boven de aarde. De sondes waren bedoeld voor een missie van twee jaar, maar bleven operationeel tot juli 2019 (sonde B) en oktober 2019 (sonde A) en verzamelden gegevens die wetenschappers en missieplanners vandaag de dag nog steeds analyseren.

Deze gegevens hebben waardevolle inzichten opgeleverd in de stralingsgordels van de aarde, die een belangrijke rol spelen bij het voorspellen van de invloed van zonneactiviteit op satellieten, astronauten en zelfs systemen op aarde, zoals communicatie, navigatie en elektriciteitsnetten. Door deze dynamische gebieden te observeren, hebben de Van Allen-sondes bijgedragen aan het verbeteren van ruimteweervoorspellingen en het begrijpen van de mogelijke gevolgen daarvan.

Atmosferische weerstand 

Aanvankelijk werd verwacht dat beide sondes tot 2034 in een baan om de aarde zouden blijven. Door de toegenomen zonneactiviteit van de afgelopen jaren is de atmosfeer van de aarde echter uitgezet, waardoor satellieten in een baan om de aarde meer atmosferische weerstand ondervinden. Dit effect heeft de levensduur van sonde A in de ruimte waarschijnlijk drastischer verkort dan die van zijn tweelingbroer. Sonde B zal naar verwachting pas in 2030 terugkeren in de atmosfeer.

Ruimteafval

Het probleem van ruimteafval baart steeds meer zorgen. Momenteel draaien er meer dan 27.000 gevolgde objecten groter dan 10 centimeter in een baan om de aarde. Als we ook kleinere fragmenten meerekenen, komt het totale aantal uit op meer dan 500.000. Microscopisch afval, kleiner dan een millimeter, telt tientallen miljoenen stuks.

Het meeste van dit puin bevindt zich in een lage baan om de aarde, tussen 200 en 2.000 kilometer hoogte. Deze zone heeft de hoogste concentratie van puin, waardoor het de gevaarlijkste omgeving voor satellieten is.

Gevaar ruimtepuin

Afgedankte raketonderdelen en oude satellieten zijn de grootste objecten. Door explosies van brandstoftanks en batterijen zijn er in de loop der jaren duizenden brokstukken bijgekomen. Botsingen tussen objecten zorgen voor nieuwe puinwolken, een zichzelf in stand houdend proces dat bekend staat als het Kessler-syndroom.

Ruimtepuin beweegt zich voort met ongelooflijk hoge snelheden, gemiddeld 28.000 kilometer per uur. Zelfs een klein stukje verf kan bij zulke snelheden aanzienlijke schade toebrengen aan een ruimtestation of satelliet. Het internationale ruimtestation ISS voert regelmatig uitwijkmanoeuvres uit om botsingen te voorkomen. Organisaties zoals het Amerikaanse Space Surveillance Network en de Europese Ruimtevaartorganisatie (ESA) houden het ruimtepuin nauwlettend in de gaten. Er wordt onderzoek gedaan naar technologieën om ruimtepuin actief te verwijderen, zoals netten, harpoenen en lasersystemen.

Schrijf je hieronder in voor onze GRATIS nieuwsbrief

Meer
Lees meer...