In het kort
- Mensen bewegen instinctief het liefst tegen de klok in.
- Biologische drijfveren zijn sterker dan culturele normen en individuele handigheid.
- Aangeboren fysieke neigingen bepalen waarschijnlijk de standaardregels op de atletiekbaan.
Het is een veelvoorkomende observatie dat mensen de neiging hebben om tegen de klok in te bewegen wanneer ze in cirkels lopen of rennen, of ze nu op een professionele atletiekbaan staan of door een park slenteren. Dat meldt Metronieuws.
Hoewel dit gedrag vaak een onbewuste gewoonte lijkt, wijzen recente wetenschappelijke onderzoeken erop dat deze voorkeur wellicht geworteld is in de menselijke biologie in plaats van louter in traditie.
Begin van het onderzoek
De ontdekking begon tijdens de COVID-19-pandemie, toen onderzoekers die sociale afstand en voetgangersstromen in de gaten hielden een consistent patroon opmerkten: mensen gaven instinctief de voorkeur aan bewegingen waarbij ze naar links draaiden.
Dit zette wetenschappers uit Japan en Spanje ertoe aan een diepgaander onderzoek te starten om te bepalen of deze trend het gevolg was van culturele conditionering of een aangeboren individuele eigenschap.
Bewegingspatronen analyseren
Om dit te testen, analyseerden onderzoekers bewegingen in verschillende omgevingen, variërend van beperkte binnenruimtes tot uitgestrekte schoolpleinen. Ze observeerden zowel georganiseerde groepen als individuen die in hun eentje bewogen, zonder specifieke instructies.
Uit de resultaten bleek dat zelfs wanneer mensen alleen in een ruimte waren, zonder obstakels of andere voetgangers die hen beïnvloedden, ze nog steeds de neiging hadden om tegen de klok in te bewegen. Bovendien hadden variabelen zoals de oriëntatie van de ruimte, de grootte van de groep of of iemand links- of rechtshandig was, geen significante invloed op deze trend.
Cross-culturele vergelijkingen
Om regionale sociale normen uit te sluiten, vergeleken de teams gegevens uit Japan en Spanje. Ondanks de verschillende maatschappelijke regels over hoe voetgangers zich in deze twee landen op straat bewegen, bleven de gedragspatronen identiek. Het feit dat ook jonge kinderen deze voorkeur vertoonden, wijst er verder op dat deze gewoonte niet iets is dat via sociale interactie wordt aangeleerd.
Uiteindelijk concluderen de onderzoekers dat deze richtingsvoorkeur waarschijnlijk een aangeboren menselijke eigenschap is, in plaats van aangeleerd sociaal of cultureel gedrag. Dit impliceert dat de standaardrichting op atletiekbanen misschien geen willekeurige regel is, maar eerder een weerspiegeling van een diepgewortelde biologische neiging. Wat een simpele conventie leek, is eigenlijk een complexe blik op de menselijke natuur.
