In het kort
- Bij de migrantencrisis in Ceuta zijn 88 mensen omgekomen.
- Spanje stuurt bijna alle nieuwkomers terug naar Marokko.
- De spanningen in Europa bereikten een hoogtepunt toen Italië voorstelde om Spanje uit het Schengengebied te schorsen.
Het dodental als gevolg van de recente migrantencrisis in de Spaanse enclave Ceuta is opgelopen tot 88, volgens gegevens die de lokale autoriteiten met persbureau EFE hebben gedeeld. Een groot deel van deze slachtoffers is verdronken toen ongeveer 50.000 migranten, vermoedelijk voornamelijk Marokkaanse staatsburgers, afgelopen donderdag en vrijdag gedurende twee dagen probeerden het gebied binnen te komen.
Dodelijke vluchtpogingen
Veel slachtoffers vielen toen mensen probeerden om de zeebarrières heen te zwemmen of per ongeluk van kliffen vielen terwijl ze de kust probeerden te bereiken.
Hoewel Marokko zondagavond officieel elf doden bevestigde, gaven functionarissen daar aan dat meldingen van nog meer slachtoffers aan de andere kant van de grens nog worden gecontroleerd.
Repatriëringsinspanningen
De Spaanse autoriteiten geven aan dat bijna iedereen die tijdens de toestroom is aangekomen inmiddels is teruggestuurd.
Minister van Buitenlandse Zaken José Manuel Albares benadrukte maandag dat het uiteindelijke doel is om iedereen terug te sturen naar Marokko.
Europese spanningen en politieke gevolgen
Deze plotselinge massale toestroom zorgde voor flinke onrust in Ceuta en trok de aandacht van de bredere Europese gemeenschap. Als reactie hierop kwamen de EU-ambassadeurs maandagmiddag bijeen om de situatie te bespreken, voorafgaand aan een geplande bijeenkomst van de ministers van Binnenlandse Zaken op dinsdag.
De ernst van de crisis bracht sommige landen, met Italië in de hoofdrol, ertoe voor te stellen dat Spanje tijdelijk uit het Schengengebied zou moeten worden geschorst. Hoewel Ceuta technisch gezien deel uitmaakt van het Schengengebied, vereist de status als Afrikaanse exclave paspoortcontroles voor mensen die naar het Europese vasteland reizen. Premier Pedro Sánchez had kritiek op deze voorstellen en noemde het gebrek aan steun van bepaalde lidstaten „egoïstisch“ en een gebrek aan solidariteit.
