In het kort
- EU-functionarissen proberen een enorm handelstekort van 360 miljard euro op te lossen via diplomatie op hoog niveau.
- Enorme Chinese staatssubsidies bedreigen het voortbestaan van de Europese productiesectoren.
- Brussel zoekt een balans tussen beschermende invoerheffingen en de wens om een volledige handelsoorlog te vermijden.
Er staan diplomatieke bijeenkomsten op hoog niveau op het programma in Brussel, waar Maros Sefcovic, de hoogste handelsvertegenwoordiger van de EU, de Chinese minister Wang Wentao ontvangt. Deze gesprekken zijn bedoeld om te kijken of de escalerende handelsspanningen tussen de twee grootmachten via diplomatie kunnen worden verzacht. Dat meldt AFP.
De Europese Unie maakt zich steeds meer zorgen over een ernstige handelsongelijkheid met China, die ze ziet als een bedreiging voor haar industriële voortbestaan. Brussel vreest dat een toestroom van goedkope Chinese importproducten verschillende Europese productiesectoren voorgoed zou kunnen ontwrichten. Om dit aan te pakken, heeft de Europese Commissie de opdracht gekregen om met Peking te onderhandelen en tegelijkertijd krachtigere beschermende maatregelen voor strategische industrieën voor te bereiden.
Omvang van de economische onbalans
De omvang van de onbalans is schrijnend: het handelstekort van de EU in goederen zal in 2025 ongeveer 360 miljard euro bedragen. Sefcovic zal naar verwachting benadrukken dat deze huidige economische koers onhoudbaar is. Ondertussen zal minister Wang zich waarschijnlijk vooral richten op het peilen van de bereidheid van de EU om haar handelsbeschermingsmechanismen daadwerkelijk in te zetten.
Een belangrijk twistpunt is het gebrek aan een eerlijk concurrentieklimaat. De EU stelt dat Chinese bedrijven profiteren van onevenredige staatssteun. Gegevens van de OESO ondersteunen deze bewering: tussen 2005 en 2024 kregen Chinese bedrijven aanzienlijk meer overheidssteun – naar schatting drie tot acht keer zoveel – dan bedrijven in OESO-landen.
Regelgevingsinstrumenten en diversificatiestrategieën
Om deze voordelen tegen te gaan, beschikt de EU over verschillende regelgevingsinstrumenten. Denk bijvoorbeeld aan het verhogen van invoerheffingen op producten die tegen oneerlijk lage prijzen worden verkocht of die door staatssubsidies worden gesteund, en het opleggen van invoerquota om plotselinge toestroom van goederen te beteugelen. Daarnaast ontwikkelt de Commissie nieuw beleid om de diversificatie van leveranciers voor essentiële materialen zoals zeldzame aardmetalen en halfgeleiders te stimuleren. Sommige leiders, zoals de Franse president Emmanuel Macron, hebben zelfs voorgesteld om een handelsmechanisme in te voeren dat vergelijkbaar is met de Amerikaanse „Section 301“, waarmee na specifieke onderzoeken invoerheffingen kunnen worden opgelegd.
Er zijn al concrete maatregelen genomen: de EU heeft de heffingen op elektrische auto’s uit China, buitenlands staal en kleine internationale pakketjes verhoogd. Maar in Brussel heerst een grote terughoudendheid om een grootschalig handelsconflict te ontketenen. China heeft al laten zien dat het tot vergeldingsmaatregelen in staat is door antidumpingonderzoeken te starten naar Europese zuivel en varkensvlees, en door invoerheffingen op cognac op te leggen.
Interne verdeeldheid binnen de EU
De interne dynamiek binnen de EU maakt de reactie nog ingewikkelder. Hoewel er een algemene consensus bestaat over de noodzaak van een krachtige houding, hebben landen als Spanje en Duitsland van oudsher de voorkeur gegeven aan een voorzichtiger of pragmatischer aanpak vanwege hun grote economische afhankelijkheid van en investeringsbanden met China.
Ondanks de spanning zijn er signalen dat men wil samenwerken. De Chinese gezant bij de EU, Cai Run, omschreef de twee partijen onlangs als partners in plaats van tegenstanders en drong aan op voortgezette dialoog. Dit standpunt weerspiegelt wat er voor China op het spel staat, aangezien de EU nog steeds zijn op één na belangrijkste handelspartner is. Na de top in Brussel reist minister Wang door naar Londen.
