In het kort
- De angst voor inbeslagname door de overheid leidde tot een enorme kapitaalvlucht uit Russische banken.
- Zowel bedrijven als particuliere beleggers verplaatsen hun vermogen naar het buitenland om aan inbeslagname te ontkomen.
- De geopolitieke spanningen liepen hoog op toen Moskou het VK beschuldigde van directe betrokkenheid bij de gevechten.
De bezorgdheid dat Vladimir Poetin persoonlijke tegoeden in beslag zou kunnen nemen om de militaire campagne in Oekraïne te financieren, heeft geleid tot een enorme opname van contant geld bij Russische financiële instellingen. Volgens statistieken van de centrale bank is er al een half jaar sprake van een aanhoudende kapitaalvlucht, aangewakkerd door wijdverbreide economische instabiliteit.
Alleen al in juli bereikten de opnames een piek van meer dan 620 miljard roebel (ongeveer 6,34 miljard euro), terwijl er in de eerste helft van augustus nog eens 286,4 miljard roebel (2,93 miljard euro) uit het systeem verdween. De grootste uitstroom op één dag vond plaats op 12 augustus, toen er 56,8 miljard roebel (ongeveer 581 miljoen euro) werd opgenomen.
Financiële paniek
Marktexperts schrijven deze trend toe aan een klimaat van pessimisme en angst dat de regering opnames zou kunnen beperken of rekeningen zou kunnen bevriezen. Hoewel minister van Financiën Anton Siluanov deze beweringen, die op grote schaal op Telegram circuleerden, heeft afgedaan als desinformatie, heeft de stormloop op liquiditeit de Centrale Bank van Rusland gedwongen om meer leningen te verstrekken om de sector te stabiliseren.
Deze financiële vlucht beperkt zich niet tot particulieren; ook grote bedrijven brengen hun vermogen naar het buitenland over om het te beschermen tegen mogelijke inbeslagname door de overheid.
Escalerende spanningen tussen Moskou en Londen
Tegelijkertijd zijn de geopolitieke spanningen tussen Moskou en Londen geëscaleerd. De Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergei Lavrov beschuldigde het Verenigd Koninkrijk ervan een directe strijdende partij in het conflict te zijn geworden, nadat Groot-Brittannië langeafstandsdrones had geleverd voor aanvallen binnen de Russische grenzen.
In reactie daarop bevestigde premier Andy Burnham nogmaals zijn volledige steun aan Oekraïne en verklaarde hij dat de Britse hulp uitsluitend bedoeld is voor zelfverdediging tegen de onwettige invasie van Poetin. Lavrov reageerde hierop door te suggereren dat Rusland zich het recht voorbehoudt om terug te slaan tegen elke entiteit die inbreuk maakt op zijn belangen of eigendom.
Aanvallen op infrastructuur
Op de grond heeft het conflict de oorlog dichter bij het Russische binnenland gebracht. Oekraïense drones en raketten hebben onlangs kritieke infrastructuur aangevallen, waaronder defensiefabrieken in Tula en een olieraffinaderij in Oefa.
De aanval in Oefa verergerde de bestaande brandstoftekorten en de lange rijen bij tankstations. Ondertussen gaat de Russische agressie door in Oekraïne, waar een aanval met geleide bommen op een woonwijk in de regio Zaporizja tien gewonden en twee doden tot gevolg had.
