In het kort
- De officiële Nederlandse statistieken tellen het aantal ongedocumenteerde mensen veel te laag.
- Kinderen en ouderen zonder papieren krijgen geen toegang tot basisrechten zoals zorg en onderwijs.
- Door het ontbreken van gendergegevens kan de overheid geen essentiële diensten aan vrouwen bieden.
Officiële gegevens van het Wetenschappelijk Onderzoeks en Datacentrum (WODC) van het Ministerie van Justitie en Veiligheid laten zien dat er ongeveer 20 duizend mensen zonder papieren in Nederland zijn. Uit onderzoek van de krant Trouw blijkt echter dat dit cijfer waarschijnlijk veel lager is dan de werkelijkheid. Door overheidsstatistieken te vergelijken met gegevens van gemeenten, zorgverleners en lokale registraties ontdekte Trouw dat veel mensen zonder papieren, vooral vrouwen, kinderen en ouderen, nauwelijks voorkomen in de officiële registers.
Grote kloof tussen officiële cijfers en praktijk
De verschillen tussen officiële cijfers en lokale gegevens zijn vooral groot bij kinderen. Het WODC zegt dat er in Nederland ongeveer 312 minderjarigen zonder papieren zijn. Maar uit lokale cijfers blijkt iets anders. In Amsterdam ondersteunde Stichting Leergeld in 2025 bijna 935 kinderen in deze situatie. In Den Haag ging het volgens het Wereldhuis om nog eens ongeveer 400 kinderen. Volgens hoogleraar Ilse van Liempt van de Universiteit Utrecht is dit probleem zorgwekkend. Kinderen hebben namelijk recht op onderwijs en gezondheidszorg, maar die rechten worden in de praktijk niet altijd gebruikt. Vaak speelt angst voor contact met de overheid een grote rol, waardoor gezinnen hulp vermijden.
Ook bij ouderen klopt het beeld niet. Het WODC spreekt over ongeveer 200 mensen zonder papieren ouder dan 60 jaar. In de praktijk zien organisaties veel hogere aantallen. In Rotterdam helpt stichting ROS al meer dan 200 ouderen, en in Amsterdam bood stichting Kruispost in 2023 zorg aan honderden onverzekerde senioren, waarvan de meesten geen verblijfsdocumenten hadden.
Beeld over genderverdeling klopt niet altijd
Ook bij de verdeling tussen mannen en vrouwen is er een groot verschil tussen officiële cijfers en wat organisaties zien. De overheid gaat ervan uit dat ongeveer 87 procent van de mensen zonder papieren man is, en dat er dus maar een kleine groep vrouwen en meisjes is. Hulporganisaties herkennen dat beeld niet. In hun registraties is de verhouding vaak veel evenwichtiger. In Den Haag is dat bijvoorbeeld ongeveer de helft mannen en vrouwen. In andere steden, zoals Eindhoven en Amsterdam, ligt het aandeel mannen iets hoger, maar niet zo extreem als in de officiële statistieken wordt weergegeven.
Volgens experts komt dit verschil onder andere doordat afgewezen asielzoekers vaak mannen zijn, terwijl veel mensen zonder papieren nooit in het asielsysteem terechtkomen. Daardoor blijven vooral vrouwen buiten beeld in de officiële cijfers.
Waarom vrouwen minder zichtbaar zijn in cijfers
Volgens Ilse van Liempt kan de ondervertegenwoordiging van vrouwen ook te maken hebben met hun leef- en werksituatie. Veel vrouwen, bijvoorbeeld uit Latijns-Amerika of Azië, werken in huishoudelijke sectoren en vertrouwen op informele netwerken in plaats van officiële instanties. Doordat deze groepen minder zichtbaar zijn in statistieken, ontstaat er een vertekend beeld van de werkelijkheid. Dat heeft gevolgen voor beleid en hulpverlening. Wanneer vrouwen niet goed worden meegeteld, komt er ook minder aandacht voor hun specifieke noden, zoals zwangerschapszorg, reproductieve gezondheid en steun bij seksueel geweld.
Zo ontstaat een situatie waarin een grote groep mensen wel bestaat in de samenleving, maar nauwelijks zichtbaar is in beleid en officiële cijfers.
